zondag 26 juni 2011

Vier valkuilen bij organizing


Als je begint met opruimen en organiseren liggen er een aantal valkuilen op de loer. Als je daar in valt, dan is de kans groot dat je al snel ontmoedigt raakt en het blijft bij een poging tot opruimen. Dat is zonde van je energie.

Daarom geef ik je hier vier belangrijke valkuilen bij organizing. Met de oplossing erbij natuurlijk, dan kun je er voortaan makkelijker herkennen en er omheen lopen:

Valkuil 1: In één keer je hele huis willen organizen
Als je zo’n groot project in één keer wilt aanpakken, dan is de kans dat je het redt niet zo groot. Je raakt het overzicht kwijt, ziet door de bomen het bos niet meer en hebt al snel het gevoel dat je toch niets opschiet.

Oplossing: Begin klein, zodat je meteen resultaat ziet
Begin met een kastje, een lade of een stapel, omschrijf heel duidelijk wat je precies wilt doen en wanneer (hoe laat en welke dag). Neem een project dat je in een uur tot hooguit twee uur kunt afronden. Deel die tijd op in telkens een half uur en las dan een pauze in. Dit is een haalbare actie en het resultaat motiveert je om door te gaan.

Valkuil 2: Beginnen met opbergmiddelen kopen
Je denkt misschien dat het fijn is om nu eerst eens een paar mooie mappen of goede dozen aan te schaffen. Als je dat doet voordat je gaat opruimen, dan is de kans groot dat je precies niet genoeg mappen hebt (en dan zijn ze er natuurlijk niet meer) of dat de dozen net niet het juiste formaat hebben.

Oplossing: Deel eerst je spullen in en kijk dan wat je nodig hebt
Als je eerst opruimt en sorteert, weet je precies wat je nodig hebt, hoe groot dat moet zijn en hoeveel je er nodig hebt. Dan is het natuurlijk heel erg leuk om jezelf te belonen met een paar mooie opbergmiddelen.

Valkuil 3: Op het geplande moment de opruimactie uitstellen
Je hebt het je voorgenomen, je hebt tijd gemaakt in je agenda. Het moment om op te ruimen is aangebroken en je merkt dat je helemaal geen zin hebt, je telefoon gaat of het is net mooi weer. Je bedenkt dat je net zo goed op een ander moment kunt opruimen.

Oplossing: Hou je aan je voornemen en ga aan de slag
Je staat op het punt om te starten met een verandering. Dat kan ongemakkelijk voelen, je bent misschien een beetje onzeker: kan ik het wel? Wat gebeurt er precies als ik alles heb opgeruimd? Dat is heel natuurlijk, iedereen heeft er last van. In het verleden heb je je daar misschien door laten tegen houden. Dat hoeft nu niet te gebeuren. Erken je onrust en je onzekerheid, maar ga wel aan de slag.

Valkuil 4: Langer doorwerken dan je je had voorgenomen
Als je dan eenmaal bent begonnen, dan is het verleidelijk om nog even door te werken, je bent nu net zo lekker op dreef. Voor je het weet heb je een maaltijd overgeslagen en is het donker buiten. Doodmoe plof je op de bank. Je bent er wel weer even klaar mee, dat opruimen!

Oplossing: Vieren dat je je actie hebt afgerond
Je had misschien de neiging om uit te stellen, maar dat heb je niet gedaan, je hebt gedaan wat je je had voorgenomen. Dat geeft een heerlijk gevoel. Je bent eigenlijk niet eens zo heel moe, dus je hebt nog energie over om iets aan je hobby te doen of lekker in de tuin te zitten. Je Dit voelt zo fijn, dat je meteen weer een nieuwe opruimactie inplant. Maar nu eerst tijd voor jezelf.

woensdag 15 juni 2011

To do list or not to do list?


To-do-lijsten zijn heel handig, maar ze hebben de neiging om steeds langer te worden en nooit af te zijn. Het lijkt wel of er nooit een eind aan komt.

Inderdaad, als je to-do-lijst een lijst is met al je acties die nu en binnenkort gedaan moeten worden, dan komt er nooit een eind aan. En misschien staan er ook nog wel dingen op die je later dit jaar moet doen: een locatie zoeken voor dat familiefeest begin 2012, je auto weer naar de garage brengen. Op die manier krijg je inderdaad de neiging om die hele lijst maar weg te gooien, want je hebt geen overzicht.

En dat was nou net wel de bedoeling van die hele to-do-lijst, dat je overzicht zou hebben over je acties. Weggooien hoeft niet, maar het is wel een goed idee om je lijst een kritisch te bekijken. Let op de volgende dingen:

Staan er alleen acties op?Veel to-do-lijsten bevatten naast acties ook projecten: ‘de zolder opruimen’, ‘administratie doen’ of ‘kindertekeningen uitzoeken’. Dat bestaat allemaal uit meer dan één actie. Als je de zolder op gaat ruimen, dan ga je bijvoorbeeld eerst alle kapotte apparaten bij elkaar zoeken en afvoeren, dan al het overgebleven hout bij elkaar leggen en uitzoeken wat je nog wilt bewaren, enz.

Schrijf alleen de eerste actie op je to-do-lijst. Is die actie gedaan? Bedenk dan wat de volgende actie is en zet die op je volgende to-do-lijst. Als je veel projecten doet, dan kan het handig zijn om een aparte projectenlijst bij te houden.

Staan er alleen acties op die anders zijn dan anders?
Dingen die je elke dag of elke week doet, hoeven niet op je to do lijst. Er staan alleen acties op die anders zijn dan anders. Je kinderen van school halen is dus geen to-do, dat doe je elke dag. Je moet er natuurlijk wel rekening mee houden als je je dag plant, maar de meeste mensen zullen het niet vergeten (als je dat wel vergeet, dan is er iets anders aan de hand, maar dan ligt het nog steeds niet aan je to-do-lijst).

Als je het moeilijk vindt om dagelijkse of wekelijkse acties te onthouden, maak dan een weekplanning en hang die aan de muur. Als je een bord met magneten koopt, dan kun je ook makkelijk je planning aanpassen als dat nodig is.

Staan er alleen acties op zonder datum?
Een actie met een datum en een tijdstip is een afspraak. Die staan niet op je to-do-lijst maar in je agenda en/of op de kalender. Ook die locatie voor dat familefeest kun je rustig in je agenda zetten. Bedenk wanneer je daar aan wilt beginnen, noteer het in die week en vergeet het verder, tot je het vanzelf tegenkomt in je agenda.

Staan er wensen op?
Sommige mensen zetten ook wensen op hun to do lijst, dingen die ze ooit willen doen: chocoladetaart uitproberen, studieboek lezen, naar het museum, dieet beginnen (na die chocoladetaart natuurlijk), dat soort dingen.

Vaak blijven die dingen heel lang op je lijst staan. Ze zijn niet echt urgent, je wilt ze een keer doen. Haal die dingen van je lijst af, tenzij je het echt deze week wilt doen. Als je ze toch in beeld wilt houden, maak dan een wensenlijst, een soort verlanglijstje voor jezelf. En soms kun je dit trouwens ook echt als verlanglijstje gebruiken, bij mij staan er ook vaak boeken en dvd’s op die lijst.

Als je overigens aan zo’n wens begint, kijk dan weer goed wat de eerste actie is die je gaat doen, want vaak zijn dit projecten. Het kan trouwens ook heel bevrijdend zijn om een aantal van deze wensen te laten vallen. Misschien hoef je dat serieuze boek helemaal niet te lezen en kun je ook wel buiten dat museum. En als je dat echt wilt, dan doe je het toch wel, ook als het niet op een lijstje staat.

Tijd om in actie te komen
Als het goed is heb je nu een lijst waar alleen echte acties opstaan voor de komende tijd. Kijk nu wat je echt deze week moet doen. Zet die op een weeklijst en plan elke dag een paar van die acties, liefst niet meer dan drie per dag. Zo hou je het leuk. Onthou: er is nooit genoeg tijd om alles te doen, maar altijd genoeg tijd voor het noodzakelijke.

woensdag 8 juni 2011

Hoe herken je een opruimachterstand?


Oké, je hebt wel wat spullen liggen, maar een achterstand? Zo zou je het niet willen noemen. Of toch? Hoe weet je eigenlijk of je een opruimachterstand hebt? Wanneer zit je in het stadium dat je nog wel ‘even snel’ alles weg kunt werken en wanneer niet meer?

Waarom zou je trouwens willen weten of je een opruimachterstand hebt? Omdat een achterstand vraagt om andere maatregelen. Dan ben je niet klaar als je even flink aan de slag gaat. Je hebt meer dan een paar uur werk. Dat vraagt planning en motivatie. Die komen vaak niet vanzelf, daar moet je wat voor doen. Daarom is het handig om te weten of je een achterstand hebt of niet.

Je kunt een opruimachterstand op twee manieren herkennen: aan praktische kenmerken en aan het gevoel dat je hebt bij je spullen.

Eerst de praktische kenmerken:

Je hebt een opruimachterstand als je geen onaangekondigd bezoek kunt ontvangen. Er liggen overal losse dingen en je hebt stapels. Je kunt niet even snel alles wat er ligt op z’n plek leggen, omdat sommige dingen geen plek hebben.

Opruimachterstanden kunnen ook minder zichtbaar zijn. Soms is het zo dat je kasten propvol zitten, er kan niets meer bij. En daarom leg je soms spullen op plaatsen waar ze niet horen. Gewoon omdat je verder nergens plaats hebt. Misschien zijn er kasten die je liever niet meer open doet, omdat er anders spullen uit vallen. Het kan ook zijn dat sommige lades niet meer dicht kunnen.

Of je bent al begonnen om dingen op de kasten te stapelen. Dat kan een prima manier zijn om extra bergruimte te creëren, maar niet als je dat doet met wankele stapels of allerlei losse spullen, dat ziet er heel onrustig uit.

En een derde manier om opruimachterstanden te herkennen is als je 1 of meerdere kamers in huis hebt waar je liever niet komt, omdat het er zo vol is. Dat kan ook de schuur/garage of de zolder zijn. Maar veel mensen hebben ook een kamer in huis die ze als rommelkamer gebruiken. Vaak hebben ze wel een plan voor die kamer. Als het ooit lukt om de kamer op te ruimen dan willen ze er bijvoorbeeld een hobbykamer of een meditatiehoek van maken. Maar dat gebeurt maar niet en dat is zonde en vaak ook frustrerend.

Als je een zolder of een garage hebt die is volgestouwd, dan heb je een opruimachterstand, want er zou op z’n minst ruimte moeten zijn om te lopen en ook om wat extra spullen op te slaan op het moment dat dat nodig is. Het voordeel is wel dat de achterstand geconcentreerd is in 1 ruimte. Je weet in elk geval waar je moet zijn.

Herken je jezelf al in deze beschrijving? Lees hier wat je er aan kunt doen.

Je herkent een opruimachterstand ook en vooral aan het gevoel dat je er bij hebt. Ook als je geen zichtbare stapels hebt, dan kun je je heel onrustig voelen, het gevoel hebben dat je nooit klaar bent, dat je altijd nog iets moet. Het kost je energie, omdat je steeds tegen jezelf zegt: nu ga ik het doen. Maar je doet het niet. En bewust of onbewust ben je daardoor teleurgesteld in jezelf. Je houdt je niet aan de afspraak die je met jezelf maakt en dat is niet goed voor je zelfvertrouwen. Als dat vaak gebeurt, dan word je er steeds onzekerder over of je het wel kunt.

Bovendien zie je steeds de spullen liggen die je nog moet opruimen. Zeker als dat stapels zijn die in het zicht liggen. Maar ook als je langs de kast loopt die je niet open kunt doen zonder dat er wat uit valt. En als je langs de trap naar de zolder loopt of als je langs de dichte deur loopt van je rommelkamer. Je ziet het dan wel niet, maar je weet dat het er is. En elke keer trekt het aan je.

Gevoelsmatig kost een opruimachterstand dus veel energie, je voelt je onrustig en niet prettig in je eigen huis.

Gelukkig kun je daar iets aan doen. Je kunt je opruimachterstand inlopen, zonder dat je je overweldigd hoeft te voelen en zonder dat je daar weken voor hoeft uit te trekken. Kom er achter hoe je dat doet in de gratis teletraining In 7 stappen naar een opgeruimd huis. Lees hier meer over de training.

Ik hoop je aan de telefoon te ontmoeten!

Hartelijke groeten,

Yvonne de Bruin
Opgeruimd Organizing


PS Je hebt een opruimachterstand als jij vindt dat het een achterstand is. Het gaat er dus om hoe jij je erbij voelt. Ook met weinig stapels en niet zulke volle kasten kun je je onrustig voelen. Trek je dus niets aan van wat anderen zeggen, maar luister naar je gevoel. Lees hier meer over de training en ontdek of het voor jou interessant is.

vrijdag 3 juni 2011

Aandachtig opruimen, ook als je geen zin hebt


Heb je vaak geen zin om op te ruimen en zie je er tegenop om aan een klus te beginnen? Je doet je opruimklussen met tegenzin, omdat ze ‘nou eenmaal moeten’. Je weet dat het hoort en dat het je wel iets oplevert, bijvoorbeeld een rustig gevoel omdat je je administratie hebt gedaan of een tevreden gevoel als je naar je lege, opgeruimde tafel kijkt. Maar dat is pas achteraf, eerst moet je het nog doen.

Je kunt er ook anders tegenaan kijken. Die tegenzin, die is er nou eenmaal, de klus is er nou eenmaal, maar als je met volle overtuiging aan de slag gaat, dan helpt dat enorm.

Je bereikt dat gevoel van overtuiging door de dingen met aandacht te doen. Als je met aandacht iets doet, dan ben je met je gedachten helemaal bij wat je op dit moment aan het doen bent. Je observeert wat er is in je omgeving en wat je gedachten daar over zijn. Dat doe je zonder een oordeel te hebben. Je stelt vast hoe het is en daar laat je het bij. En vervolgens doe je wat je moet doen.

En dan bedoel ik niet dat je ‘positief moet denken’. Dat zou betekenen dat je niet meer mag denken dat je geen zin hebt of dat je ergens tegenop ziet. Dat is geen doen, als ik je vraag om niet aan een roze olifant te denken, dan zie je in gedachten die olifant al voor je. Je gedachten en gevoelens over opruimen mogen er dus gewoon zijn.

Stel, je gaat je administratie organiseren. ‘Wat een troep!’ denk je bij jezelf, ‘Ik ben wel ontzettend lui dat ik dat niet eerder heb gedaan’. Dat maakt je zin niet groter. Kun je objectief kijken naar wat er is? In principe zijn er alleen stapels papier. Misschien had je die in theorie eerder op kunnen ruimen. Dat heb je niet gedaan en aangezien je de tijd niet terug kunt draaien, kom je niet verder als je jezelf daarover verwijten maakt. Dit is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan.

Je begint er mee door je woorden te veranderen, ook als dat niet zo voelt. In plaats van troep gebruik je meer neutrale woorden, zoals spullen of stapels. Ik was ooit bij iemand die sprak over ‘rommeldozen’. Op het moment dat we dat veranderden in ‘herinneringsdozen’ werd het voor haar een heel ander verhaal. Verander dus je woorden, dan veranderen je gedachten mee.

Stel dan vast dat je je er niet prettig over voelt dat die stapels er zijn. Dat komt goed uit, want je gaat nu aan de slag om de stapels kleiner te maken. Dat doe je met volle concentratie en aandacht bij de klus. Als je merkt dat je gedachten afdwalen, geen punt, goed dat je het merkt, dan focus je gewoon opnieuw op je administratie.

In het begin hou je dat misschien niet zo lang vol. Plan dus steeds korte periodes om met aandacht te werken en geef jezelf daarna een pauze. Begin klein, met 5 of 10 minuten, hooguit een kwartier. Neem daarna 5 tot 10 minuten pauze. En zo verder.

Na een tijdje merk je misschien dat je na 10 minuten nog makkelijk je aandacht erbij kunt houden. Dan maak je de periode wat langer. De maximale lengte is voor de meeste mensen 20 tot 30 minuten focus per keer. Maar het kan voor jou heel goed korter zijn.

Het mooie is, als je een klus je volle aandacht geeft, dan is het heel lastig om tegelijkertijd nog geen zin te hebben. Dat gaat gewoon niet samen, dat is geen ruimte voor, juist omdat je je helemaal op de klus richt die je aan het doen bent.

En denk nou niet achteraf: ‘verdorie, nou heb ik maar 2 tijdschriften weggedaan, da’s ook niet veel.’ Of ‘nou, dat kan ik duidelijk niet, met aandacht werken, ik hou het hooguit een minuut vol.’ Aandacht kun je trainen, je bent dus aan het oefenen om meer aandacht te hebben. Oefenen is je doel en niet zoveel mogelijk doen.

Misschien denk je ook: wat kan ik nou helemaal doen in 10 minuten? Dat is het mooie van aandacht: je krijgt daarmee veel meer voor elkaar dan je zou denken. Het valt me altijd weer op wat je kunt bereiken in een korte tijd van volle concentratie. Probeer het gewoon en laat je verrassen.

donderdag 19 mei 2011

Stop de stapels artikelen


Als je veel interesses hebt, dan lees je waarschijnlijk ook veel (vak)tijdschriften. En wil je ook veel van wat je gelezen hebt bewaren. Dat levert al snel stapels op. Stapels tijdschriften of stapels uitgescheurde artikelen. Wat doe je daarmee?

Je kunt twee van dergelijke stapels onderscheiden: de stapel met ongelezen tijdschriften en artikelen en de stapel al gelezen artikelen, waar je nog eens iets mee wilt.

De stapel ongelezen
Eén ding is zeker: er is altijd meer te lezen dan je tijd hebt. Het heeft dus ook weinig zin om te proberen alles te lezen. Zelf vind ik dat een bevrijdende gedachte: je kunt niet alles lezen, dat betekent dat het ook niet hoeft! Wees dus kritisch in wat je wel en niet op deze stapel legt en op wat je wel en niet leest.

Zorg vervolgens voor tijd om je stapel leesvoer weg te werken. Dat kun je doen door een leesuurtje in te plannen, bijvoorbeeld op zondagmiddag. Het is ook erg handig om altijd een leesmapje bij je te hebben, dan hoef je bij kapper geen roddelblad te lezen, maar kun je je eigen artikelen lezen. Ook op andere momenten dat je moet wachten kun je even een artikel lezen. Ongemerkt slinkt zo je stapel.

Als er toch dingen blijven liggen, bewaar dan geen kranten die ouder zijn dan een maand en geen tijdschriften ouder dan een half jaar. Ze heten niet voor niets dagbladen en tijdschriften. Ze zijn dus tijdgebonden en na een tijdje gewoon achterhaald en door nieuwe exemplaren vervangen. De kans dat je ze dan nog gaat lezen is minimaal.

De stapel gelezen
Als je artikelen eenmaal gelezen hebt, dan zijn er natuurlijk 2 mogelijkheden: de oud papierbak of je eigen archief of knipselsysteem. Bewaar in elk geval je artikelen op onderwerp en geen hele tijdschriften. En bewaren doe je alleen als artikelen echt onmisbaar zijn en als ze niet online beschikbaar zijn.

Echt onmisbaar zijn eigenlijk alleen artikelen die gaan over dingen waar je op dit moment mee bezig bent. Dat klinkt misschien streng, maar voor mij is het enige manier om de hoeveelheid een beetje in toom te houden. Als jij dus een beetje op mij lijkt, dan is het voor jou niet anders.

Ik bewaar alleen artikelen over onderwerpen die me op dit moment interesseren, waarvan ik zeker weet dat ik er de komende maanden iets mee ga doen. Of die passen bij een workshop die ik al geef. Artikelen dus die ik meteen een plek kan geven, want ze horen ergens bij: een workshop die ik geef of een project waar ik mee bezig ben.

Oké, ik geef het toe, ik heb een ontsnappingsmogelijkheid ingebouwd. Sommige onderwerpen interesseren me op de langere termijn en daar hou ik een apart hangmapje voor aan. Zo heb ik bijvoorbeeld in de loop der tijd een leuke verzameling artikelen opgebouwd over linkshandigheid. Uiteraard ben ik zelf linkshandig en daar wordt veel zin en onzin over geschreven. Altijd leuk om terug te kijken.

Ik heb het even gecheckt, ik heb 4 van die mapjes. Alle andere artikelen die ik heb, gaan over organizing en zitten per onderwerp bij elkaar. Dat zijn dingen als uitstelgedrag, gewoontes aanleren en keuzes maken. Allemaal onderwerpen waar ik regelmatig iets mee doe. Ontsnappen mag, maar doe dat niet te vaak.

Als je veel vaktijdschriften hebt en denkt dat je die allemaal moet bewaren, ga dan na hoe vaak je daar eigenlijk in kijkt. En als je dan iets zoekt, vind het dan maar eens terug in al die stapels. Grote kans trouwens dat de artikelen inmiddels verouderd zijn of dat je ze terugzoekt op internet. Veel sneller. Hetzelfde geldt trouwens voor bijvoorbeeld consumentengidsen en recepten: de informatie verouderd snel en je zoekt veel sneller dingen terug op internet.

Kortom: je kunt veel minder bewaren dan je denkt. Wees dus uiterst kritisch op welke artikelen je bewaart: alleen die onderwerpen die je binnen nu en 6 maanden gebruikt en alleen die artikelen die je niet terug kunt vinden op internet. Denk er altijd 3 keer over na voordat je een nieuw mapje maakt.

Praktisch gezien bewaar je de artikelen op onderwerp. Het kan zijn dat elk onderwerp een hangmap heeft, zoals bij mij. Of dat je een aantal onderwerpen bij elkaar in een map stopt. Harmonicamappen zijn hier heel geschikt voor. Een ordner kan ook, maar dat is net iets meer werk en dat kan een drempel zijn. Hangmappen en harmonicamappen zijn op een gegeven moment ook vol en dat geeft een soort ‘natuurlijke’ grens aan de hoeveelheid die je bewaart. Een automatisch signaal dat zegt: nu wordt het teveel, misschien moet er weer eens iets uit.

zaterdag 14 mei 2011

Weg met klusjes


Een paar maanden geleden schreef ik hier dat ik een aantal doelen had bereikt en aan het opruimen was en ook dat ik een aantal oude doelen had laten vallen (ook opruimen). Dat is allemaal heel lekker voor een tijdje, maar na een tijdje merkte ik dat ik geen kader had. Ik wist niet zo goed meer waarvoor ik aan het werk was. En zonder thema wordt alles een klusje.

Dat is natuurlijk precies wat ik vaak bij mijn klanten zie: ze hebben geen zin om op te ruimen omdat het losse klusjes lijken, ze weten niet waar ze het voor doen. Ik heb nu zelf weer ondervonden dat het niet uitmaakt wat de activiteit is, zelfs leuke dingen kunnen ‘klusjes’ worden.

In principe ben ik dol op mijn vak en doe ik alles wat daar mee te maken heeft graag. Maar ik had het gevoel dat ik mijn doelen wel bereikt had, dus wat is dan nog de reden om er hard aan te trekken? Waarom zou ik? In de vervelende klussen had ik al helemaal geen zin, maar zelf dingen die ik normaal leuk vindt verloren hun glans. Ik ging ook veel te veel tijd besteden aan dingen die ik normaal even tussendoor deed. Helemaal niet handig dus.

Met mijn verstand kon ik natuurlijk genoeg redenen bedenken om flink aan de slag te gaan, zoals promotie van het boek Opgeruimd leven in je huis en verhoging van mijn omzet (want dat mag best nog wat meer zijn). Maar het gaat niet om verstand, het gaat om gevoel. Ik ben te gedisciplineerd om mijn klusjes te laten verslonzen, maar ik had er ook geen lol meer in.

Tijd om mijn eigen advies maar eens toe te passen. Wat zou ik tegen een klant zeggen? En dan is het opeens weer simpel, ik zou zeggen: als je nog niet weet wat je wens is, maak dan de zoektocht naar die wens tot je doel. Dat is mijn kader: uitzoeken wat mijn nieuwe doel is, wat mijn volgende wens en uitdaging is. Hoe ik groter kan denken en wat ik wil realiseren.

Als ik dat eenmaal bedacht heb, weet ik ook wat ik moet doen: mezelf voeden. Ik hou van boeken, dus de eerste stap is om een stapel inspiratie uit de bibliotheek te halen. En ik geef me op voor een paar workshops, zakelijk, maar ook gewoon voor de lol. En zo maak ik het voor mezelf weer helder wat ik aan het doen ben. Ik ben niet zomaar wat aan het rommelen, ik ben op zoek naar een nieuw doel. Niks klusjes, het past allemaal in mijn zoektocht. En daarmee heb ik weer energie om dingen aan te pakken en ben ik weer gemotiveerd om in actie te komen.

vrijdag 6 mei 2011

Vier praktische redenen die opruimen lastig maken


Je weet heus wel dat je moet opruimen, maar toch doe je het niet, de stapels groeien steeds weer aan. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn, die te maken hebben met emoties. Maar soms zijn er gewoon hele praktische redenen aan te wijzen waarom je niet opruimt:

1.Spullen hebben geen vaste plaats
Als je niet weet waar iets hoort, dan kun je het ook niet opbergen. Zo simpel is het. Zorg dus dat alles wat je huis in komt een bergplek heeft. Als je minder wilt kopen, dan kan dit je helpen: bedenk in de winkel of je wel plek hebt voor deze nieuwe aankoop. Zo niet, koop het dan niet.

2.Spullen hebben geen handige bergplek
Een handige bergplek is natuurlijk in de eerste plaats een plek die bereikbaar is. Als je eerst allerlei spullen opzij moet schuiven voor je iets op kunt bergen, dan is de kans groot dat dat niet gebeurt en dat je dus niet opruimt.

In de tweede plaats is de bergplek zo dicht mogelijk bij de plek waar je de spullen gebruikt. Stel dat je je administratie in je werkkamer opbergt, maar je rekeningen aan de keukentafel betaalt. Goeie kans dat je dan je administratiespullen op de keukentafel bewaart. Want als je net die rekening hebt betaald, denk je: ik laat het maar even staan, want morgen moet ik nog even wat doen. Je betaalde rekeningen gooi je maar even op een stapel in plaats van in de map waar ze horen. Want die map staat helemaal boven en dat doe je nog wel een keer. Voor je het weet is je keukentafel veranderd in een papierchaos.

In zo’n geval is het beter om je administratie op te bergen in de buurt van de keukentafel. Dan ruim je het tenminste op. En denk niet: ik doe mijn administratie voortaan wel boven. Je gewoonte om de administratie aan de keukentafel te doen is lastig te veranderen. Een paar mappen naar beneden verplaatsen gaat veel sneller.

3.Je weet niet precies wat je moet doen
Het is lastig om te beginnen met opruimen als je niet precies weet wat je moet doen. Dat is vaak het geval als je projecten op je actielijst zet. Staat er bijvoorbeeld op je actielijst ‘woonkamer opruimen’, dan is dat een project. En als je naar de woonkamer kijkt, dan is daar zoveel te doen, dat je het al niet meer weet. En dus begin je er maar niet aan en schuif je het project voor je uit.

Als op je actielijst staat ‘dvd-hoesjes en dvd’s verzamelen en de dvd’s in de juiste hoesjes doen’, dan weet je precies wat je moet doen. De kans dat je die actie gaat uitvoeren is veel groter dan ‘woonkamer opruimen’. Heb je dus acties die allang op je lijst staan en die je maar niet uitvoert, vraag je dan eens af of het misschien een project is. Zo ja, bedenk dan wat de eerste actie moet zijn en doe dat.

4.Je hebt geen routine
Sommige dingen gebeuren alleen als je er een vaste routine voor hebt. Dat geldt vooral voor de processen in huis: je post, de boodschappen, de was, dat soort activiteiten. Als je niet elke dag je post opent, dan heb je al snel een stapel papier waar je tegenaan hikt. Als je niet elke dag je vuile was in de wasmand gooit, dan weet je nooit wanneer je wasmachine vol is. En als je je maaltijden niet plant, dan ren je elke dag naar de supermarkt en kost boodschappen doen heel veel tijd.

Voor alle activiteiten die steeds terugkomen, kun je een routine inbouwen. Op die manier houd je het bij en hoef je geen grote opruimacties te houden. Met een routine zorg je dat het probleem in de kiem gesmoord wordt, sterker nog, er is helemaal geen probleem.