vrijdag 19 augustus 2011

Doe niets


Je bent altijd druk bezig: je regelt een afscheidsborrel en een kado voor een collega, je ruimt de vaatwasser uit, je doet de boodschappen, betaalt de rekeningen, zoekt nog even iets op op internet, haalt je kinderen op en regelt ondertussen nog even een afspraak bij de tandarts.

En dan opeens houdt het op: je voelt je alsof je geen energie meer hebt, het kan je allemaal niets meer schelen, ze zoeken het maar uit, je bent er even niet. Dat gevoel kent iedereen wel en het is ook niet zo raar.

Bij al die drukke werkzaamheden was je even vergeten om jezelf te voeden. Letterlijk lukte dat misschien nog net, met snel een boterham tussendoor. Maar figuurlijk jezelf voeden, dat heb je al heel lang niet gedaan.

Met jezelf voeden bedoel ik iets doen wat helemaal voor jou is, waar jij energie van krijgt. Iets wat niet nuttig hoeft te zijn, maar wat je gewoon doet, omdat je het leuk vindt. Een boek lezen, naar een museum gaan, op een terras zitten en mensen kijken, een dutje doen, een wandeling maken. Het kan van alles zijn.

Het lijkt misschien een gek advies van een organizer: doe niets. In elk geval niets wat moet en wat met opruimen te maken heeft. Maar het is absoluut noodzakelijk. Als je het niet doet, dan hou je het namelijk niet vol, al je verplichtingen. Dan stort je in. In het ergste geval raak je burnt out. Maar het kan ook zijn dat je wegloopt of opstandig wordt. Dat je weigert om nog iets te doen.

En dat zijn de momenten dat er opruimachterstanden ontstaan. Je wilt namelijk helemaal niets meer en opruimen zeker niet. Het draait allemaal om het evenwicht. Als je opgeruimd wilt zijn, is het nodig om zo af en toe helemaal niets te hoeven, zodat je weer even kunt bijtanken. Daarna kun je dan weer met des te meer energie aan de slag.

De vakantie is natuurlijk een prima moment om dat te doen en ik wens jullie dat allemaal toe deze vakantie. Maar zorg ook buiten de vakantie goed voor jezelf en hou lege tijd in je agenda. Tijd die je ter plekke kunt invullen met waar je op dat moment zin in hebt. Dat is niet alleen leuk, je hebt het gewoon nodig.

woensdag 10 augustus 2011

Gratis mini-cursus: In 3 stappen voorbereid op je opruimacties


Had je in de vakantie ook zo heerlijk weinig nodig?
Als je dit leest, is de kans groot dat je net terug bent van vakantie. Is het je ook opgevallen dat je tijdens de vakantie heerlijk weinig spullen nodig hebt? En dat dat zo lekker licht voelt?

Nu ben je weer thuis en zie je je opruimachterstand.
Met dat lichte vakantiegevoel nog vers in je geheugen is het nu het moment om iets te doen aan je achterstand.

Je kunt natuurlijk meteen aan de slag gaan en dat kan heel goed werken. Maar denk eens terug, hoe vaak ben je al begonnen en na korte tijd weer gestopt met opruimen?

Wil je het dit keer echt goed aanpakken? Voorgoed je achterstand wegwerken? Bedwing dan je ongeduld en trek wat tijd uit voor een goede voorbereiding.

Die voorbereiding krijg je van mij de komende weken. Helemaal voor niets. Op 17 augustus ben ik namelijk jarig en ik vind het leuk om daar een gratis mini-cursus aan te koppelen. Daarom ontvang je vanaf woensdag 17 augustus 3 weken lang elke woensdag de mini-cursus ‘In 3 stappen voorbereid op je opruimacties’.

Voorbereiding op opruimacties is net zo belangrijk als de actie zelf. Vaak is dit deel van het proces onderbelicht. En dat is, volgens mij, een reden dat veel opruimpogingen vroegtijdig stranden. Vandaar deze mini-cursus.

Drie weken lang krijg je van mij elke week een concrete opdracht
die je voorbereid op je opruimacties.

Daarna ben je klaar om aan de slag te gaan.

Wil je deze mini-cursus ontvangen? Schrijf je dan hier in. Je krijgt dan een bevestigingsmail waarin staat dat je je voor een teletraining hebt ingeschreven, maar trek je daar niets van aan, je krijgt gewoon vanaf 17 augustus
3 x een mail met de mini-cursus In 3 stappen voorbereid op je opruimacties. Overigens, ook als je dit na 17 augustus leest, kun je je nog inschrijven tot 1 september, je krijgt dan de mails nagestuurd.

En als bonus ontvang je ook nog gratis twee keer per maand mijn E-zine, met handige tips over organizing.

Schrijf je hier in voor de gratis mini-cursus In 3 stappen voorbereid op je opruimacties.

dinsdag 19 juli 2011

De mythe van discipline


Nog steeds hoor ik het veel mensen verzuchten: ik wil wel georganiseerd zijn, maar ik heb gewoon niet genoeg discipline. Omdat ze opruimen niet leuk vinden, maar toch vinden dat het moet, denken ze dat discipline de enige manier is om het voor elkaar te krijgen.

Laat ik het maar meteen zeggen: dat is onzin en het werkt niet. Als je alleen op discipline wilt opruimen, dan val je altijd terug. Je kunt wel een start maken met discipline, maar je houdt het nooit vol. Als je elke keer al je energie bij elkaar moet rapen om iets te doen, dan komt er een moment dat je niet veel energie hebt. En dan gaat het mis.

Het resultaat is dat je het gevoel hebt dat je tekort schiet, dat je het niet goed kunt en misschien wel dat je zelf niet goed genoeg bent. Je vertelt jezelf dat je gewoon te lui bent om op te ruimen. En je stapels groeien weer aan. Niet erg productief dus. Je motivatie daalt tot onder het nulpunt.

En dat is precies waar het wel om draait: motivatie. Dat is wat je aan de gang houdt en dat is wat je inspireert. Als je gemotiveerd bent om op te ruimen, dan doe je het, ook als je even geen zin hebt. Hoe zorg je voor motivatie?

Bepaal je wens

Onder je spullen ligt een wens verscholen. Je bent ergens naar op zoek, maar omdat je dat onbewust doet, heb je er veel spullen voor nodig. Zodra je weet wat je echte wens is, kun je daar je spullen op afstemmen.

Je wens kan heel concreet zijn, zoals een opleiding volgen, misschien verzamel je dan allemaal folders over workshops en cursussen. Als je weet wat je wilt, kun je al die folders wegdoen en aan een opleiding beginnen.

Het kan ook meer abstract zijn, zoals mensen willen ontvangen in je huis. In dat geval heb je misschien zoveel spullen in huis om te zorgen dat iedereen zich thuis voelt. Met als gevolg dat je niemand meer kunt ontvangen. Je schiet dan je doel voorbij.

De oplossing is om je af te vragen wat mensen nodig hebben om zich thuis te voelen en waarom jij denkt dat daar veel spullen voor nodig zijn.

Als je je wens helder hebt, dan inspireert dat enorm om aan de slag te gaan. Meer over je wens vinden lees je in mijn boek Opgeruimd leven in je huis.

Visualiseer dat je het doet

Sporters die geblesseerd zijn, kunnen doorgaan met trainen door zich voor te stellen dat ze oefeningen doen. Dat heeft zelfs invloed op hun spiermassa. Het klinkt ongelooflijk, maar dit wordt ondersteund door onderzoek.

Dat kun jij ook: stel je voor dat je aan het opruimen bent, dat je met plezier en een lekker tempo door je spullen heen gaat, dat je voor alles een goede bergplek vindt, dat je los kunt laten wat niet meer bij je past en dat je daar een goede bestemming voor vindt.

Stel je dus de handeling voor en niet het resultaat. Doe dat zo levendig mogelijk: met de geur van zeepsop, het stof dat van je boeken af komt, het vrolijke gevoel dat je er bij krijgt als je weer een deel hebt afgerond.

Hoe kun je er nou geen zin in krijgen?

Kijk naar wat je al gedaan hebt
Als je net begint met opruimen, dan is er nog veel te doen. Als je alleen daar naar kijkt, dan word je daar niet vrolijk van. Het lijkt alsof je helemaal niet opschiet en je krijgt de neiging om het maar op te geven. Dan helpt het om bij te houden wat je al gedaan hebt. Maak foto’s van de beginsituatie en vergelijk dat met hoe het nu is. Of maak een lijst met de dingen die je hebt gedaan, in plaats van een lijst met alles wat je nog moet doen. Zo zie je dat je wel degelijk vooruitgang boekt. Vier je resultaten, zodat je weer energie krijgt om ook de volgende stap te nemen.

Hou het doel voor ogen

Denk aan hoe je je voelt als het klaar is, wat een energie en ruimte het oplevert, wat je kunt doen met de ruimte als het opgeruimd is, je wens die je kunt realiseren. Dat helpt je over een motivatiedipje heen.

Als je al een tijdje bezig bent met organiseren, dan heb je al veel gedaan en helpt het je minder om te kijken naar wat al gedaan is. Je krijgt dan de neiging om je al tevreden te voelen: je hebt tenslotte al zoveel gedaan. Dan maak je de taak misschien niet af. Om je te zorgen dat je dan doorgaat kun je kijken naar hoe weinig je nog maar hoeft te doen. Je hoeft nog maar één stapeltje weg te werken en je hele administratie is opgeruimd. In dat geval, kun je nog best even aan die ene stapel gaan werken.

dinsdag 5 juli 2011

Help ik moet kiezen!


Mijn eerste digitale fotocamera is kapot. En omdat repareren tegenwoordig te duur is (zegt de verkoper), ben ik op zoek naar een nieuwe. Dat valt niet mee. Wat is een goede camera? Zijn er eigenlijk wel slechte camera’s? Wil ik veel zoom? Een camera met een eigen accu of toch liever gewone batterijen? En zo kan ik nog wel even door gaan. Ik kan de consumentengids raadplegen en kijken wat volgens hun de beste camera is, ik kan mensen om me heen vragen naar hun ervaringen.

Hoe meer informatie ik heb, hoe minder ik weet wat ik moet doen. De één heeft het over bedieningsgemak, de ander over het handige schermpje, waarop je zo goed je foto ziet. En weer een ander vindt het vooral handig om een zo klein mogelijke camera te hebben. Allemaal hanteren ze verschillende criteria, die allemaal belangrijk kunnen zijn.

Zolang ik zelf niet weet wat ik zelf belangrijk vindt, heb ik daar niet zoveel aan en wordt mijn verwarring alleen maar groter. Elk argument weegt even zwaar. Zo kom ik niet verder.

Ik kan pas bepalen wat ik wil als ik weet wat voor mij belangrijk is: een eenvoudige camera die ik makkelijk kan bedienen en die een behoorlijke accu heeft. Voor mij is een fotocamera niet zo heel belangrijk, het is gewoon een gebruiksvoorwerp. Ik kan dus volstaan met een niet al te duur toestel met alle standaardfuncties, maar ik hoef niets spannends. Dat betekent dat ik naar één winkel ga die redelijk gesorteerd is en niet te duur. Daar zoek ik een gangbare camera uit en laat ik me geen snufjes aansmeren. Klaar, ik kan weer fotograferen.

Je ziet in dit voorbeeld hoe je makkelijk in de war kunt raken bij een relatief simpele keuze. Ik pas een paar regels toe die me uit de verwarring halen:

Bepaal vooraf wat je wilt
Kiezen wordt veel makkelijker als je vooraf een paar randvoorwaarden vaststelt. Je hoeft niet alles te bepalen, maar kijk wel waar je aankoop in elk geval aan moet voldoen. Bij mij was dat ‘een eenvoudige camera, niet al te duur, zonder poespas’. Voor mezelf had ik er ook nog een prijs aan gehangen: rond de honderd euro. Dat beperkt de keuze al aanzienlijk. Hier geldt dus ook: hoe concreter hoe beter.

Gebruik vuistregels

Als je gaat kiezen kun je vuistregels gebruiken, zoals: ‘ik kies het meest gangbare model’ of ‘niet al te ingewikkeld’. In mijn geval gebruik ik vooral de regel dat een fototoestel voor mij niet al te belangrijk is, dus ik wil gewoon iets eenvoudigs wat ik makkelijk kan bedienen.

Dit kan natuurlijk net zo goed de andere kant op gaan. Als fotograferen je hobby is, dan wil je misschien juist het nieuwste van het nieuwste en extra lenzen en alle andere extra’s.

Beperk jezelf

Hoe meer modellen je ziet, hoe meer verwarring het vaak oplevert. Als je eenmaal weet wat je ongeveer wilt, dan kun je in veel gevallen naar één goed gesorteerde winkel gaan in jouw prijsklasse en daar gewoon je keuze maken. Als het om kleding gaat, dan kun je bijvoorbeeld naar drie van je favoriete winkels gaan en dan kiezen wat je het liefste wilt.

Als je nog niet weet wat je wilt, zoals ik in het begin, dan helpt het wel om je te informeren. Je hoort dan van anderen wat zij belangrijk vinden en je kunt dat gebruiken om te bepalen wat voor jou belangrijk is. Je kunt ook eerst in een paar winkels rondkijken zonder iets aan te schaffen. Zo zie je wat de mogelijkheden zijn en kun je bepalen wat jij wilt en wat je in elk geval niet wilt.

Hou wel het belang van de aanschaf in de gaten: voor een huis kijk je langer rond dan voor een nieuwe broek. En vuistregels gebruik je vooral voor aankopen die je wat vaker doet. Zo kun je in de supermarkt de vuistregel gebruiken dat je het huismerk koopt, tenzij dat je niet bevalt. Zo hou je energie over voor de grote, belangrijkere keuzes in het leven.

zondag 26 juni 2011

Vier valkuilen bij organizing


Als je begint met opruimen en organiseren liggen er een aantal valkuilen op de loer. Als je daar in valt, dan is de kans groot dat je al snel ontmoedigt raakt en het blijft bij een poging tot opruimen. Dat is zonde van je energie.

Daarom geef ik je hier vier belangrijke valkuilen bij organizing. Met de oplossing erbij natuurlijk, dan kun je er voortaan makkelijker herkennen en er omheen lopen:

Valkuil 1: In één keer je hele huis willen organizen
Als je zo’n groot project in één keer wilt aanpakken, dan is de kans dat je het redt niet zo groot. Je raakt het overzicht kwijt, ziet door de bomen het bos niet meer en hebt al snel het gevoel dat je toch niets opschiet.

Oplossing: Begin klein, zodat je meteen resultaat ziet
Begin met een kastje, een lade of een stapel, omschrijf heel duidelijk wat je precies wilt doen en wanneer (hoe laat en welke dag). Neem een project dat je in een uur tot hooguit twee uur kunt afronden. Deel die tijd op in telkens een half uur en las dan een pauze in. Dit is een haalbare actie en het resultaat motiveert je om door te gaan.

Valkuil 2: Beginnen met opbergmiddelen kopen
Je denkt misschien dat het fijn is om nu eerst eens een paar mooie mappen of goede dozen aan te schaffen. Als je dat doet voordat je gaat opruimen, dan is de kans groot dat je precies niet genoeg mappen hebt (en dan zijn ze er natuurlijk niet meer) of dat de dozen net niet het juiste formaat hebben.

Oplossing: Deel eerst je spullen in en kijk dan wat je nodig hebt
Als je eerst opruimt en sorteert, weet je precies wat je nodig hebt, hoe groot dat moet zijn en hoeveel je er nodig hebt. Dan is het natuurlijk heel erg leuk om jezelf te belonen met een paar mooie opbergmiddelen.

Valkuil 3: Op het geplande moment de opruimactie uitstellen
Je hebt het je voorgenomen, je hebt tijd gemaakt in je agenda. Het moment om op te ruimen is aangebroken en je merkt dat je helemaal geen zin hebt, je telefoon gaat of het is net mooi weer. Je bedenkt dat je net zo goed op een ander moment kunt opruimen.

Oplossing: Hou je aan je voornemen en ga aan de slag
Je staat op het punt om te starten met een verandering. Dat kan ongemakkelijk voelen, je bent misschien een beetje onzeker: kan ik het wel? Wat gebeurt er precies als ik alles heb opgeruimd? Dat is heel natuurlijk, iedereen heeft er last van. In het verleden heb je je daar misschien door laten tegen houden. Dat hoeft nu niet te gebeuren. Erken je onrust en je onzekerheid, maar ga wel aan de slag.

Valkuil 4: Langer doorwerken dan je je had voorgenomen
Als je dan eenmaal bent begonnen, dan is het verleidelijk om nog even door te werken, je bent nu net zo lekker op dreef. Voor je het weet heb je een maaltijd overgeslagen en is het donker buiten. Doodmoe plof je op de bank. Je bent er wel weer even klaar mee, dat opruimen!

Oplossing: Vieren dat je je actie hebt afgerond
Je had misschien de neiging om uit te stellen, maar dat heb je niet gedaan, je hebt gedaan wat je je had voorgenomen. Dat geeft een heerlijk gevoel. Je bent eigenlijk niet eens zo heel moe, dus je hebt nog energie over om iets aan je hobby te doen of lekker in de tuin te zitten. Je Dit voelt zo fijn, dat je meteen weer een nieuwe opruimactie inplant. Maar nu eerst tijd voor jezelf.

woensdag 15 juni 2011

To do list or not to do list?


To-do-lijsten zijn heel handig, maar ze hebben de neiging om steeds langer te worden en nooit af te zijn. Het lijkt wel of er nooit een eind aan komt.

Inderdaad, als je to-do-lijst een lijst is met al je acties die nu en binnenkort gedaan moeten worden, dan komt er nooit een eind aan. En misschien staan er ook nog wel dingen op die je later dit jaar moet doen: een locatie zoeken voor dat familiefeest begin 2012, je auto weer naar de garage brengen. Op die manier krijg je inderdaad de neiging om die hele lijst maar weg te gooien, want je hebt geen overzicht.

En dat was nou net wel de bedoeling van die hele to-do-lijst, dat je overzicht zou hebben over je acties. Weggooien hoeft niet, maar het is wel een goed idee om je lijst een kritisch te bekijken. Let op de volgende dingen:

Staan er alleen acties op?Veel to-do-lijsten bevatten naast acties ook projecten: ‘de zolder opruimen’, ‘administratie doen’ of ‘kindertekeningen uitzoeken’. Dat bestaat allemaal uit meer dan één actie. Als je de zolder op gaat ruimen, dan ga je bijvoorbeeld eerst alle kapotte apparaten bij elkaar zoeken en afvoeren, dan al het overgebleven hout bij elkaar leggen en uitzoeken wat je nog wilt bewaren, enz.

Schrijf alleen de eerste actie op je to-do-lijst. Is die actie gedaan? Bedenk dan wat de volgende actie is en zet die op je volgende to-do-lijst. Als je veel projecten doet, dan kan het handig zijn om een aparte projectenlijst bij te houden.

Staan er alleen acties op die anders zijn dan anders?
Dingen die je elke dag of elke week doet, hoeven niet op je to do lijst. Er staan alleen acties op die anders zijn dan anders. Je kinderen van school halen is dus geen to-do, dat doe je elke dag. Je moet er natuurlijk wel rekening mee houden als je je dag plant, maar de meeste mensen zullen het niet vergeten (als je dat wel vergeet, dan is er iets anders aan de hand, maar dan ligt het nog steeds niet aan je to-do-lijst).

Als je het moeilijk vindt om dagelijkse of wekelijkse acties te onthouden, maak dan een weekplanning en hang die aan de muur. Als je een bord met magneten koopt, dan kun je ook makkelijk je planning aanpassen als dat nodig is.

Staan er alleen acties op zonder datum?
Een actie met een datum en een tijdstip is een afspraak. Die staan niet op je to-do-lijst maar in je agenda en/of op de kalender. Ook die locatie voor dat familefeest kun je rustig in je agenda zetten. Bedenk wanneer je daar aan wilt beginnen, noteer het in die week en vergeet het verder, tot je het vanzelf tegenkomt in je agenda.

Staan er wensen op?
Sommige mensen zetten ook wensen op hun to do lijst, dingen die ze ooit willen doen: chocoladetaart uitproberen, studieboek lezen, naar het museum, dieet beginnen (na die chocoladetaart natuurlijk), dat soort dingen.

Vaak blijven die dingen heel lang op je lijst staan. Ze zijn niet echt urgent, je wilt ze een keer doen. Haal die dingen van je lijst af, tenzij je het echt deze week wilt doen. Als je ze toch in beeld wilt houden, maak dan een wensenlijst, een soort verlanglijstje voor jezelf. En soms kun je dit trouwens ook echt als verlanglijstje gebruiken, bij mij staan er ook vaak boeken en dvd’s op die lijst.

Als je overigens aan zo’n wens begint, kijk dan weer goed wat de eerste actie is die je gaat doen, want vaak zijn dit projecten. Het kan trouwens ook heel bevrijdend zijn om een aantal van deze wensen te laten vallen. Misschien hoef je dat serieuze boek helemaal niet te lezen en kun je ook wel buiten dat museum. En als je dat echt wilt, dan doe je het toch wel, ook als het niet op een lijstje staat.

Tijd om in actie te komen
Als het goed is heb je nu een lijst waar alleen echte acties opstaan voor de komende tijd. Kijk nu wat je echt deze week moet doen. Zet die op een weeklijst en plan elke dag een paar van die acties, liefst niet meer dan drie per dag. Zo hou je het leuk. Onthou: er is nooit genoeg tijd om alles te doen, maar altijd genoeg tijd voor het noodzakelijke.

woensdag 8 juni 2011

Hoe herken je een opruimachterstand?


Oké, je hebt wel wat spullen liggen, maar een achterstand? Zo zou je het niet willen noemen. Of toch? Hoe weet je eigenlijk of je een opruimachterstand hebt? Wanneer zit je in het stadium dat je nog wel ‘even snel’ alles weg kunt werken en wanneer niet meer?

Waarom zou je trouwens willen weten of je een opruimachterstand hebt? Omdat een achterstand vraagt om andere maatregelen. Dan ben je niet klaar als je even flink aan de slag gaat. Je hebt meer dan een paar uur werk. Dat vraagt planning en motivatie. Die komen vaak niet vanzelf, daar moet je wat voor doen. Daarom is het handig om te weten of je een achterstand hebt of niet.

Je kunt een opruimachterstand op twee manieren herkennen: aan praktische kenmerken en aan het gevoel dat je hebt bij je spullen.

Eerst de praktische kenmerken:

Je hebt een opruimachterstand als je geen onaangekondigd bezoek kunt ontvangen. Er liggen overal losse dingen en je hebt stapels. Je kunt niet even snel alles wat er ligt op z’n plek leggen, omdat sommige dingen geen plek hebben.

Opruimachterstanden kunnen ook minder zichtbaar zijn. Soms is het zo dat je kasten propvol zitten, er kan niets meer bij. En daarom leg je soms spullen op plaatsen waar ze niet horen. Gewoon omdat je verder nergens plaats hebt. Misschien zijn er kasten die je liever niet meer open doet, omdat er anders spullen uit vallen. Het kan ook zijn dat sommige lades niet meer dicht kunnen.

Of je bent al begonnen om dingen op de kasten te stapelen. Dat kan een prima manier zijn om extra bergruimte te creëren, maar niet als je dat doet met wankele stapels of allerlei losse spullen, dat ziet er heel onrustig uit.

En een derde manier om opruimachterstanden te herkennen is als je 1 of meerdere kamers in huis hebt waar je liever niet komt, omdat het er zo vol is. Dat kan ook de schuur/garage of de zolder zijn. Maar veel mensen hebben ook een kamer in huis die ze als rommelkamer gebruiken. Vaak hebben ze wel een plan voor die kamer. Als het ooit lukt om de kamer op te ruimen dan willen ze er bijvoorbeeld een hobbykamer of een meditatiehoek van maken. Maar dat gebeurt maar niet en dat is zonde en vaak ook frustrerend.

Als je een zolder of een garage hebt die is volgestouwd, dan heb je een opruimachterstand, want er zou op z’n minst ruimte moeten zijn om te lopen en ook om wat extra spullen op te slaan op het moment dat dat nodig is. Het voordeel is wel dat de achterstand geconcentreerd is in 1 ruimte. Je weet in elk geval waar je moet zijn.

Herken je jezelf al in deze beschrijving? Lees hier wat je er aan kunt doen.

Je herkent een opruimachterstand ook en vooral aan het gevoel dat je er bij hebt. Ook als je geen zichtbare stapels hebt, dan kun je je heel onrustig voelen, het gevoel hebben dat je nooit klaar bent, dat je altijd nog iets moet. Het kost je energie, omdat je steeds tegen jezelf zegt: nu ga ik het doen. Maar je doet het niet. En bewust of onbewust ben je daardoor teleurgesteld in jezelf. Je houdt je niet aan de afspraak die je met jezelf maakt en dat is niet goed voor je zelfvertrouwen. Als dat vaak gebeurt, dan word je er steeds onzekerder over of je het wel kunt.

Bovendien zie je steeds de spullen liggen die je nog moet opruimen. Zeker als dat stapels zijn die in het zicht liggen. Maar ook als je langs de kast loopt die je niet open kunt doen zonder dat er wat uit valt. En als je langs de trap naar de zolder loopt of als je langs de dichte deur loopt van je rommelkamer. Je ziet het dan wel niet, maar je weet dat het er is. En elke keer trekt het aan je.

Gevoelsmatig kost een opruimachterstand dus veel energie, je voelt je onrustig en niet prettig in je eigen huis.

Gelukkig kun je daar iets aan doen. Je kunt je opruimachterstand inlopen, zonder dat je je overweldigd hoeft te voelen en zonder dat je daar weken voor hoeft uit te trekken. Kom er achter hoe je dat doet in de gratis teletraining In 7 stappen naar een opgeruimd huis. Lees hier meer over de training.

Ik hoop je aan de telefoon te ontmoeten!

Hartelijke groeten,

Yvonne de Bruin
Opgeruimd Organizing


PS Je hebt een opruimachterstand als jij vindt dat het een achterstand is. Het gaat er dus om hoe jij je erbij voelt. Ook met weinig stapels en niet zulke volle kasten kun je je onrustig voelen. Trek je dus niets aan van wat anderen zeggen, maar luister naar je gevoel. Lees hier meer over de training en ontdek of het voor jou interessant is.