zondag 24 januari 2010

Is een opgeruimd gevoel besmettelijk?


Gevoelens zijn besmettelijk, zo blijkt uit onderzoek. Dat geldt voor geluk en ook voor eenzaamheid. In beide gevallen is er sprake van ‘emotionele besmetting’, bij geluk is dat positief en bij eenzaamheid negatief.

Gelukkige mensen geven eerder hulp, waar anderen dan weer gelukkiger van worden. Ook delen ze hun geluk met anderen door vrolijker en vriendelijker te zijn en bijvoorbeeld rondjes te geven in de kroeg. Daar worden anderen dan weer blij van. Dat werkt door tot minstens in de derde graad: een gelukkige vriend van een vriend van een vriend maakt ons nog steeds gelukkiger.

Bij eenzaamheid werkt het hetzelfde, maar dan de andere kant op: mensen brengen niet graag tijd door met eenzame mensen, waardoor die nog eenzamer worden. Maar die bekenden van eenzame mensen zien daardoor zelf ook minder mensen, omdat ze hun eenzame vrienden niet meer bezoeken. Ze worden daardoor zelf ook eenzamer. Je zou zeggen, die eenzame mensen zouden elkaar makkelijk kunnen helpen en elkaar minder eenzaam maken, maar zo werkt het niet. Eenzaamheid is niet aantrekkelijk. Geluk wel. Gelukkige mensen trekken mensen aan en worden daardoor nog gelukkiger.

Uit de boeken van Malcolm Gladwell weten we dat een rommelige omgeving uitnodigt tot het maken van meer rommel (zie bijvoorbeeld Het beslissende moment). Zou een opgeruimde omgeving dan ook uitnodigen tot opruimen van je rommel?

Aan de andere kant heb je het stofzuigereffect: als jij altijd stofzuigt (of opruimt) dan denken je huisgenoten al snel: dat doe jij wel en dan hoef ik het niet te doen. Gedrag is niet noodzakelijk besmettelijk.

Opruimen is natuurlijk geen gemoedstoestand, hoewel je van een opgeruimd huis wel energieker en vrolijker kunt worden (ik tenminste wel), waardoor het makkelijker is om opgeruimd te blijven.

Ik zou zeggen: hou je omgeving zoveel mogelijk opgeruimd, maar ruim niet alles op voor je huisgenoten. Wat je wel kunt doen is rondslingerende spullen elke avond verzamelen in een mand en die vervolgens door de eigenaar laten opruimen. Dan heb je het beste van twee werelden: een opgeruimd huis en humeur, maar je bent niet voor anderen aan het opruimen.

Als je alleen woont, zou het wel kunnen helpen: van actie word je meestal energieker dan van nietsdoen. En als je zelf vrolijker bent, dan kom je wel in een opgaande lijn terecht, omdat je andere mensen vrolijker maakt. Dat dan weer wel.

zaterdag 16 januari 2010

Weg met je to do lijst


Misschien denk je dat een to do lijst en een actielijst hetzelfde zijn. Dat kan ook heel goed zo zijn: als er acties op je to do lijst staan, dan is het een actielijst. Maar veel mensen zetten op hun to do lijst niet alleen acties.

En dan heb je een to do lijst met items die er nooit af lijken te komen. Het zijn belangrijke dingen, zoals het huis opruimen, de slaapkamer van je kind verbouwen, want dat roze kan nu echt niet meer, meer gaan sporten. Maar het lijkt er maar nooit echt van te komen.

In dat geval is je to do lijst geen actielijst. Zo aan het begin van 2010 is het tijd om dat te veranderen. Vier tips om van je to do lijst een actielijst te maken:

1. Maak onderscheid tussen projecten en acties. Het huis opruimen en de slaapkamer verbouwen zijn projecten. Op je actielijst zet je wat je als eerste moet doen om dit project te starten: alle losse spullen in de woonkamer oprapen en beslissen wat je er mee wilt: houden of weggooien? Dat is een actie die je ook echt kunt doen.

2.Kijk kritisch naar elk project en elke actie: wil je dit echt? Ben je bereid er tijd in te investeren? Bedenk dat je per jaar maar een aantal grote projecten aankunt. Welke zijn het belangrijkst? Kies er maximaal vijf. Zet de rest op een lijst voor later. Daar kun je altijd nog aan beginnen als die eerste vijf af zijn. Zet nu bij elk project de actie die je als eerste gaat doen.

3. Formuleer je acties concreet, dus niet ‘meer sporten’, maar elke week twee keer een uur naar fitness op dinsdag om 11.00 uur en op donderdag om 19.00 uur. Dat is helder: dinsdagochtend om half elf moet je je spullen bij elkaar zoeken en naar de sportschool vertrekken. Plan nu voor elk project de eerste actie in met een tijdstip erbij. Zet dit in je agenda.
4.Plan dagelijks maximaal drie belangrijke acties. Begin je dag daarmee. Hou wel rekening met je agenda: als je hele dag al vol gepland is, dan is de kans klein dat je aan andere acties toekomt. Is elke dag vol gepland? Kijk dan of je iets aan je agenda kunt doen (maar dat is weer een ander onderwerp).

zaterdag 9 januari 2010

Is opruimen een trend?


Zo aan het begin van het jaar duiken ze altijd weer op: de trendwatchers die ons vertellen wat er in en uit is in het komende jaar. Het is een soort jaarhoroscoop, maar dan niet op basis van de sterren, maar op basis van informatie en intuïtie. En misschien met dezelfde voorspellingskracht, het is maar net of je er in gelooft of niet.

Op zaterdag 2 januari werden er een paar trendwatchers geciteerd in het AD. Trendwatcher Vincent van Dijk zegt onder andere het volgende: ‘2010, weet Van Dijk, wordt het jaar van de grote opruiming. ‘Mensen gaan de boel aan kant maken, zowel op zolder als in hun hoofd. We hebben afschuwelijke jaren van paniekzaaierij, angst en vrees achter de rug. Wat we nu willen, is duidelijkheid, en vooral geen puinhoop en troep meer. Weg ermee! (...) We gaan nu weer naar de vraag wie we zijn. Vertaald in spulletjes: het wordt een lastig jaar voor de Senseo en de Nespresso, en een prima jaar voor de koffiemolen en de filterkoffie.’

Huiselijkheid, kwaliteit, echte ervaringen – het zijn ook woorden die uit de mond rollen van vrijetijdstrendwatcher Goof Lukken.’ Tot zover het AD.

Het is afgelopen met het vluchtgedrag, zeggen ze ook nog. Ik lees dat zo: we gaan weer terug naar de echte spullen, we willen het thuis fijn hebben, maar we hoeven niet zo nodig luxe, nieuwe spullen te hebben. Elders in het artikel staat ook nog dat we weer gewoon aardappels gaan koken.

Kortom: het is schatgraven in je eigen huis en houden wat echt is. Versimpelen kan daarbij ook geen kwaad. We gaan op zoek naar wat echt bij ons hoort. Opruimen van alle andere dingen hoort daar bij. Weg met ingewikkelde en te veel apparaten, recepten met exotische ingrediënten en alle spullen ‘voor de heb’. Materialisme is uit.

Dus als je trendy wilt zijn in 2010 dan ga je opruimen en hou je alleen wat je echt nodig hebt, wat je gebruikt, waar je van geniet en wat mooi is.

dinsdag 5 januari 2010

Het verschil tussen 0 en 1


De dag na kerst start ik mijn mailprogramma op en even denk ik dat er iets mis is: ik zie geen enkele mail. Oh ja, dat is waar ook, mijn hele mailbox was leeg. Vlak voor kerst had ik namelijk een cursus gedaan en mijn systeem opgefrist.

Mijn mailbox is meestal tamelijk goed bijgewerkt, maar vaak net niet helemaal leeg. Meestal zit er niet meer mail in dan op mijn scherm past en daar ben ik heel tevreden mee.

Maar het verschil tussen één en geen mail in je inbox is erg groot (een wijsheid van productiviteitsgoeroe David Allen). Dat deed me meteen denken aan het boek Free van Chris Anderson. Op internet zijn veel dingen gratis. Bijvoorbeeld kranten experimenteren wel eens met het vragen van kleine bedragen voor artikelen. En dan hebben we het over 1 cent of minder. Dan koopt dus niemand het meer, hoe weinig dat ook is. Het verschil tussen gratis en niet gratis is enorm groot, hoe klein het verschil objectief ook is.

Het verschil tussen 0 en 1 is dus veel groter dan je zou verwachten op objectieve gronden.

Als iets gratis is, dan willen we het wel, zelfs als we het anders niet zouden willen (zie bijvoorbeeld het boek van Dan Ariely, Waarom we altijd tijd tekort komen). Als iets gewoon geprijsd is, dan maken we een andere afweging en kijken we naar de prijs en de kwaliteit. We kiezen de beste verhouding. Maar gratis of niets, dat heeft een heel ander effect.

Een lege mailbox heeft een bevrijdend effect: alles is ingedeeld. Maar als er 1 mail in je inbox zit, dan kunnen er ook wel 2 mails in of drie. Dat verschil is veel kleiner dan het verschil tussen geen en 1 mail, zoals het verschil tussen 1 cent en
1 euro ook veel kleiner is dan tussen 0 en 1 cent.

En zo werkt het natuurlijk met alles: als er eenmaal 1 krant op je tafel ligt, dan kan daar ook wel een tweede bij. Of een tijdschrift. Als er eenmaal een mapje op je bureau ligt, dan kunnen er ook wel 2 mapjes liggen, als er een glas op je aanrecht staat, dan kan er ook wel een bord bij. Dus als er eenmaal ergens één ding ligt, dan komen daar waarschijnlijk meer dingen bij.

Ik zeg niet dat je nooit ergens iets neer mag leggen, je mag ook best mail in je mailbox hebben, als je die maar een keer per dag leegmaakt. En dat geldt ook voor je tafel en je aanrecht: zorg er voor dat je ze op gezette tijden weer even helemaal leeg maakt, zodat je weer even op nul kunt beginnen.

woensdag 16 december 2009

Wensen voor het nieuwe jaar


In sommige periodes van je leven is je doel heel helder: je wilt afstuderen en een baan zoeken, je bent je kinderen aan het opvoeden, je wilt die promotie. Maar iedereen heeft ook periodes in zijn leven waarin het minder helder is wat je precies wilt. Het kan je in elke leeftijdscategorie treffen of je het nou dertigersdilemma of midlifecrisis noemt of een andere naam geeft.

De aanleiding kan een grote verandering zijn in je leven. Bij mij was dat een sterfgeval, het kan ook een scheiding zijn. Het hoeft niet eens negatief te zijn: je krijgt een kind of een nieuwe baan, je gaat samenwonen. Sterker nog: er hoeft niet eens een directe aanleiding te zijn, soms lijkt alles goed te gaan en gebeurt en niets dramatisch, maar toch overvalt je dat gevoel: is dit alles?

Opeens zie je het nut niet meer in van datgene waar je zo hard naar gestreefd hebt. Oké, je hebt die baan en die promotie, ‘een kind, een huis een auto en elkaar’ zoals Doe Maar zingt. Maar wat nu?

Dat is schrikken, want dat hoort niet. Je kunt tenslotte alles bereiken en doen wat je maar wilt. Dat heb je je hele leven gehoord, dat schreeuwen alle folders en zelfhulpboeken je toe. Je begint van alles om je heen te verzamelen en gaat activiteiten uitproberen. Er moet toch iets bij zitten dat het voor jou is, waardoor je je beter gaat voelen. En voor je het weet zit je met een huis vol spullen en weet je nog steeds niet wat je wilt. Integendeel, je verwarring neemt alleen maar toe. En alle spullen om je heen weerspiegelen die verwarring. Het is niet alleen een chaos in je hoofd, maar ook in je huis.

Lukraak dingen uitproberen kan je een tijdje bezig houden en sommige mensen vinden misschien datgene wat ze zoeken. Maar die kans is niet zo heel groot. Het is waarschijnlijker dat je alleen maar verder in verwarring raakt en het nu helemaal niet meer weet. Op een dag vind je jezelf verbijsterd terug tussen allemaal spullen waarvan je het nut niet (meer) inziet. Je verwarring wordt weerspiegeld door je huis.

Deze tijd van het jaar is heel geschikt om eens na te denken wat je wilt. We sturen wensen naar anderen, maar wat is eigenlijk je eigen wens? Waar ben je zelf naar op zoek? Als je die vraag kunt beantwoorden, dan weet je ook welke spullen daarbij horen. En wordt het een stuk makkelijker om los te laten wat daar niet bij hoort. Dat wens ik iedereen toe.

Kom je er zelf niet uit? Kijk dan eens op www.ontdekjeopgeruimdezelf.nl.

dinsdag 8 december 2009

Je eerste opruimherinnering


Zijn wij ganzen?
Als een gans uit het ei komt, dan beschouwt hij het eerste wat hij ziet als zijn moeder. Ook als dat een mens is of een ander dier. Bij mensen werkt dat ook een beetje zo: de eerste prijs van een product bepaalt je referentiekader, daar meet je andere prijzen aan af. Je eerste ervaring in een restaurant bepaalt je verwachtingen voor andere restaurants. Dat geldt voor goede en slechte ervaringen. Imprinten noemen psychologen dat.

Ik heb zelf een keer voedselvergiftiging opgelopen door Chinees eten, tenminste dat gaf ik de schuld. Ik heb minstens een jaar geen Chinees gegeten, ook niet uit andere restaurants. Inmiddels ben ik dat gevoel weer kwijt, maar ik ken iemand die in haar jeugd misselijk is geweest na het eten van een mandarijn. Ze eet nog steeds geen mandarijnen.

Als dat voor prijzen geldt en voor eten, waarom zou het dan niet voor opruimen gelden? Dat zou betekenen dat vroege ervaringen met opruimen en schoonmaken je houding er tegenover voor altijd kunnen bepalen.

‘Toevallig’ is mijn eerste herinnering een goede herinnering. In de voorjaarsvakantie ging mijn moeder vaak aan de grote schoonmaak. De radio ging dan hard aan, alles kwam van z’n plek en in mijn herinnering was het een vrolijke boel en rook alles lekker naar sop. Mijn moeder vond het volgens mij helemaal niet zo leuk, maar ik als kind genoot ervan.

Het kan natuurlijk ook zijn dat ik opruimen toen al leuk vond en dat ik er daarom een goede herinnering aan heb. Dat vind ik moeilijk te achterhalen. Maar als ik het toen al leuk vond, dan moet dat ook ergens door komen. Ik kan me bijvoorbeeld niet herinneren dat ik naar mijn kamer werd gestuurd omdat ik ‘moest’ opruimen. Zo heb ik het nooit ervaren, ik werd ook nooit op die manier gestraft. Opruimen hoorde er gewoon bij. Afwassen, ja dat was een taak die mijn zusje en ik moesten delen. Nu heb ik een afwasmachine.

Nou is het natuurlijk niet zo dat zo’n vroege ervaring je hele leven hoeft te bepalen. Je kunt dat best veranderen en zo'n hekel heb ik nou ook weer niet aan afwassen. Maar veranderen lukt pas als je weet dat je een hekel hebt aan opruimen omdat je er vroeger mee gestraft werd of omdat je een andere negatieve herinnering hebt. Ga dus eens na wat er bij jou is ingeprent over opruimen en of dat iets te maken heeft met je huidige ideeën en gevoelens over opruimen. Wie weet is het tijd voor een ander beeld of een ander verhaal dat je jezelf vertelt, zodat je net als ik een positief gevoel kunt hebben bij opruimen.

dinsdag 1 december 2009

Opruimen, ideaalbeeld of schrikbeeld?



Sommige mensen hebben een visioen van een leeg huis. Dat is hun ideaal, dat is wat ze willen bereiken. Nergens liggen losse spullen en er is veel ‘open’ ruimte. Als ze naar hun eigen huis kijken, dan zakt de moed ze al meteen in de schoenen. Dat ligt zover van dat ideaal af. Hoe krijgen ze dat ooit voor elkaar?

Vaak komt dat ideaalbeeld uit tijdschriften of van zeer opgeruimde buren of familieleden. Natuurlijk is een tijdschrifthuis geen echt huis. Daar woont niemand, komt niemand met natte schoenen en tassen naar binnen lopen, daar komt niet dagelijks een stapel post naar binnen. Daar wordt niet gekookt. Kortom, dat is geen beeld wat je zelf kunt realiseren.

Maar dan die buren of familieleden. Die lukt het toch ook? Vergis je niet, die buren of familieleden hebben misschien wel heel erg hard gewerkt om het zo opgeruimd te maken als jij komt. Dat zie je niet.

Veel mensen denken: om zo opgeruimd te zijn, dan moet je er wel altijd mee bezig zijn. En dat willen de meeste mensen niet. Het resultaat is vaak dat je dan maar helemaal niet meer op gaat ruimen. Je ideaalbeeld is immers toch niet bereikbaar.

Inderdaad, het ideaalbeeld van een leeg huis is niet realistisch. Waar geleefd wordt, daar kun je meestal ook zien dat er geleefd wordt. En dat is prima. De krant van vandaag mag best op tafel liggen en als je net koffie hebt gedronken, dan staan er kopjes op tafel of in de keuken.

De kunst is om beide extremen los te laten. Je hoeft geen leeg huis uit een reclamefolder te hebben. Maar het alternatief is niet een vol huis met overal stapels en onafgemaakte zaken. Het alternatief is een huis dat overzichtelijk is en waar je dagelijks de spullen op hun plek kunt leggen. Je hoeft echt niet voortdurend bezig te zijn met opruimen en krampachtig elk dingetje meteen op z’n plek te leggen.

Als je je aan twee regels houdt dan kun je je huis prima bijhouden. De eerste regel is om aan het eind van elke klus je spullen terug te leggen. En de tweede regel is om dagelijks wat tijd te nemen om alle achtergebleven spullen weer op hun plek te leggen. Dan kun je je huis gebruiken waar het voor bedoeld is: ontspannen, leven en je thuis voelen.