vrijdag 15 oktober 2010

In 5 stappen naar een opgeruimde keuken


De keuken is een belangrijke plek in je huis. In zekere zin is het zelfs het centrum van je huis. Want het is de plek waar je voedsel klaarmaakt om jezelf en je gezin te voeden.

Klaarmaken van eten kan ook je geest voeden: als je groente snijdt kun je dat zien als een soort meditatie, je hoeft even aan niets te denken, behalve aan het snijden zelf, anders gaat het mis. En ook afwassen kan heerlijk zijn, een prima manier om even bij te praten met je partner of kind. En ook als je het alleen doet, dan kun je even de dag de revue laten passeren en daarna weer ontspannen aan je avond beginnen.

En een opgeruimde keuken helpt je om gezonder te eten. Als je keuken een rommeltje is en je kunt nergens bij, dan ga je niet zo snel koken en grijp je misschien eerder naar een kant en klaar maaltijd of ga je buiten de deur eten. Je bent al moe als je thuis komt en als je dan eerst nog eens de vuile vaat moet wegwerken, dan nodigt dat niet uit om te gaan koken.

Alle reden dus om je keuken ruim en overzichtelijk te houden. Met de volgende vijf stappen kom je al een heel eind:

1. Maak je aanrecht zo leeg mogelijk
Je aanrecht is je voornaamste werkplek in je keuken. Als dat volstaat met overbodige spullen, dan kun je al niet makkelijk starten met koken. Zorg dus dat er maar een paar spullen opstaan en dat spullen zijn die in de keuken horen en die je vaak gebruikt. Denk aan bijvoorbeeld een koffiezetapparaat, een broodrooster, een messenblok en een kan met houten lepels. Kijk wat voor jou handig is om direct bij de hand te hebben. Als je geen koffie drinkt, dan haal je je koffiezetapparaat alleen tevoorschijn als je bezoek krijgt. Als je sporadisch brood roostert, dan staat je broodrooster in de kast.

2. Houd je aanrecht schoon en leeg
Als je iets gebruikt hebt en het is vuil, dan zet je het op het aanrecht, logisch. Maar zorg dat dit niet teveel wordt en in de weg gaat staan. Zorg dus tenminste een keer per dag dat alle vuile spullen worden schoongemaakt en weggezet. Als je een afwasmachine hebt, dan kun je vuile spullen daar meteen in zetten. Zorg dan dat daar ook plaats voor is: ruim schone vaat uit de afwasmachine en zet het weg. Zo kun je nieuwe vuile spullen meteen weer kwijt.

3. Doe ongebruikte spullen weg
Deze tip kun je uiteraard in je hele huis toepassen, maar de keuken is echt zo’n plek waar zich apparaten verzamelen die je nooit gebruikt. En als je ze nooit gebruikt, zijn ze overbodig. Ook als je denkt dat je graag brood wilt bakken of zelf pasta wilt maken, als je het in de praktijk nooit doet dan staan die broodbakmachine en die pastamaker alleen maar ruimte in te nemen. En die ruimte kun je wel beter gebruiken.

Hetzelfde geldt voor die mooie glazen die je nooit gebruikt: neem ze in gebruik of doe ze weg. En ook al het servies waar een schilfertje af is. Waarschijnlijk heb je meer dan genoeg bekers, kopjes en borden. Dus gebruik alleen de hele en doe alles wat kapot is weg.

4. Doe overbodige ingrediënten weg
Je kent het wel (ik wel in elk geval): je maakt een keer een recept en daarvoor koop je een ingrediënt wat je verder nooit gebruikt, bijvoorbeeld kruiden. Het recept maak je vervolgens nooit meer en het potje kruiden staat weg te kwijnen in je kast. Of je krijgt een kerstpakket en je denkt: oh, leuk dat ga ik een keer maken. Vervolgens komt het er nooit van. Al die dingen worden er niet lekkerder op, dus loop je keuken door op ongebruikte ingrediënten. Als ze nog goed zijn, kun je ze eventueel doneren aan een vriend(in) of familielid. Maar misschien is het beter om ze maar meteen weg te doen. En dat geldt zeker voor spullen die over de datum zijn.

5. Kook uit voorraad
Veel mensen weten niet eens precies wat ze in voorraad hebben. En vaak is dat veel te veel: 8 pakken pasta, 6 potten bonen, heel veel sauzen en genoeg hagelslag om een heel weeshuis te voorzien. Kijk voordat je boodschappen doet eens wat je in voorraad hebt en welke maaltijden je daarmee kunt samenstellen. Maak er een sport van om zo min mogelijk te kopen en toch elke dag een andere maaltijd te serveren. Vergeet ook niet om in je vriezer te kijken.

Natuurlijk is het handig om wat spullen in voorraad te hebben, maar dat hoeft echt niet zoveel te zijn. Winkels bevoorraden ook pas als het nodig is, omdat voorraad geld kost. In jouw geval is het ruimte die wordt ingenomen, waar je misschien iets anders mee kunt doen. De vuistregel die je kunt aanhouden voor je etensvoorraad is: één in gebruik en één in voorraad. Als je je voorraad aanspreekt, zet je het op je boodschappenlijst en vul je je voorraad aan. Zo kom je nooit zonder te zitten.

dinsdag 5 oktober 2010

Jouw beste moment


Soms ruim je fluitend op. Soms valt alles je zwaar en komt er niets uit je handen. Dat heeft alles te maken met het moment van de dag en de week. Het ene moment is beter geschikt om op te ruimen dan het andere. Dat kun je vaak vooraf al bepalen.

Iedereen heeft een bepaald ritme in de dag en het is handig als je daarvan gebruik maakt. Het meeste duidelijke verschil is dat tussen ochtend- en avondmensen: bij de eerste hoef je na vier uur ’s middags niet meer aan te komen, de tweede wordt dan net een beetje wakker. Niet iedereen heeft zo’n uitgesproken voorkeur.

De meeste mensen zijn zo tussen tien uur ’s ochtends en één uur ’s middags het meest productief. Ik hoor daar zelf ook bij. Dan doe ik meestal klussen waarbij ik na moet denken: columns schrijven, nieuwe producten bedenken en dergelijke. Folders printen of boeken in enveloppen stoppen, daar heb ik minder concentratie bij nodig, dus dat kan ook later op de dag. Toen ik nog op kantoor zat, probeerde ik vaak bijeenkomsten na de lunch te plannen: als je met anderen praat, val je minder snel in een dip.

Ook als je gaat opruimen en organiseren is het handig om rekening te houden met je ritme. Je kunt het beste gaan opruimen als:

- Je veel energie hebt en in een goed humeur bent
Dat is het goede moment om aan bijvoorbeeld je administratie te beginnen. Je kunt nu dingen aan, waar je normaal tegenop ziet. Ik heb dit zelf bijvoorbeeld als het net lente wordt, dan barst ik van de energie. Pas wel op dat je niet zo lang doorgaat dat je goede humeur helemaal weg is.

- Je in een dipje zit
Dat lijkt in tegenspraak met de vorige tip, maar dat is het niet. Je moet alleen een ander soort opruimklussen aanpakken. Begin nu niet aan de administratie, maar doe iets waarbij je in beweging moet komen: haal een plank met boeken leeg, vouw al je wasgoed op, breng spullen naar een tweedehands winkel. Beweging is de beste remedie tegen een dip (veel beter dan suiker). En dan kun je dat net zo goed met een opruimklus combineren.

- Je gefrustreerd bent
Als je ergens van baalt of gefrustreerd over bent, dan heb je overtollige energie. Je kunt die gebruiken om tegen je vriend(in) tekeer te gaan, maar je kunt die energie ook voor iets nuttigs inzetten: het hele huis stofzuigen, de schuur uitruimen, die hele rommelkamer uitmesten. Bijkomend voordeel is dat je beslissingen in deze stemming meestal net iets radicaler zijn dan anders. Goeie kans dat je ook makkelijker dingen wegdoet dan anders.

- Je ‘een bevlieging’ hebt
Soms heb je van die momenten, dat je er ineens helemaal niet meer tegen kunt, dat je schoon genoeg hebt van al die bende! Je moet gewoon aan de slag, omdat je er niet meer tegen kunt. Maak maximaal gebruik van die stemming. Voor je het weet heb je een hele kamer opgeruimd of een auto vol spullen naar de kringloop gebracht.

Natuurlijk zijn er ook momenten dat je juist beter niet aan de slag kunt gaan: als je boos of verdrietig bent, dan neem je geen goeie beslissingen, dus ga dan liever buiten wandelen of rennen. En ook als je echt moe bent en niet alleen een dipje hebt, dan kun je beter niet gaan opruimen. Als je echt moe bent, kun je beter gaan slapen.

Als je dus wilt gaan opruimen, let dan goed op je energieniveau en pas je activiteiten daarop aan. Dat maakt het weer een beetje makkelijker.

woensdag 15 september 2010

Je belangrijkste gewoonte voor een opgeruimd leven


Goede gewoontes helpen je om je opgeruimder te voelen. Eén van de beste gewoontes die je kunt hebben is menuplanning. Menuplanning betekent dat je vooraf bedenkt wat je gaat eten. niet voor één dag, maar voor meerdere dagen vooruit. Dat betekent ook dat je een boodschappenlijstje maakt, zodat je de ingrediënten in huis hebt om je planning uit te voeren.

Veel mensen halen dagelijks of hooguit voor twee dagen eten in huis en bepalen pas in de supermarkt wat ze gaan koken. Er zijn meerdere redenen waarom dat minder handig is:

1. Het kost veel tijd, omdat je minstens drie keer per week naar de supermarkt gaat.

2. Het kost geld omdat je vaak niet precies weet wat je in voorraad hebt als je in de supermarkt staat. Daardoor koop je te veel. Bovendien geldt: hoe vaker je in de supermarkt komt, hoe meer je uitgeeft. Je ziet namelijk altijd wel een aanbieding of iets wat je handig lijkt om in voorraad te hebben. Als je vlak voor het eten gaat winkelen is het risico op extra aankopen helemaal groot, omdat je dan al trek hebt.

3. Het maakt je onrustig en kost veel energie, omdat je bijna dagelijks moet nadenken over wat je nu weer moet eten. Je denkt er aan als je op je werk zit, misschien bel of mail je erover met je partner.

Als je dit verandert, geeft je dat veel rust en energie die je voor andere dingen kunt inzetten.

De eerste stap naar een menuplanning is een lijstje met menu's. Ga er eens rustig voor zitten en bedenk wat je vaak eet. Als je een partner en kinderen hebt, laat die dan meedenken. Bedenk ook wat je vroeger altijd lekker vond of kijk eens rond op internet voor inspiratie. Het is niet de bedoeling dat je ingewikkelde recepten verzameld, maar juist maaltijden die je eenvoudig kunt maken: aardappelen met groente, pasta, rijst, enzovoort. Als je een overzichtje hebt gemaakt, hang dat dan ergens op.

Als tweede stap bepaal je twee momenten in de week, waarop het handig is om boodschappen te doen, door jou of je partner. In het ideale geval heb je een moment waarop je zoveel mogelijk de weekboodschappen doet en een moment waarop je nog wat verse ingrediënten haalt voor de dagen die overblijven. Maak hier zoveel mogelijk een vaste gewoonte van op vaste momenten. Verander die momenten alleen als het echt niet anders kan.

Nu ga je bepalen wat je de komende week gaat eten. De hele week. Hou rekening met de dagen dat je laat klaar bent met werken of dat je juist vroeg weg moet om te sporten of voor een vergadering. En je houdt natuurlijk ook rekening met de activiteiten van de overige gezinsleden. Het is handig om daar wekelijks even voor te gaan zitten, zodat je van elkaar weet waar iedereen wanneer uithangt. Misschien heb je al zo'n wekelijks agendaoverleg. Zo niet, dan is het handig om dat in te voeren.

Pas je maaltijden aan op jullie agenda's: lekker snel als er weinig tijd is om te koken en misschien meer verse spullen als je wat meer tijd hebt. Je maaltijdlijst geeft je inspiratie als je het even niet meer weet.

Je weet nu wat je gaat eten, dus kun je ook bepalen wat je daarvoor nodig hebt. Bepaal voor elke maaltijd wat je aan ingrediënten nodig hebt. Kijk eerst wat je nog in huis hebt en maak dan je boodschappenlijstje voor wat je nog nodig hebt. Als je het mist om af en toe spontaan te beslissen wat je gaat eten, kun je altijd na een tijdje kijken of je kunt schuiven met maaltijden of zelfs ingrediënten, dan kun je tijdens de week nog wat wijzigingen aanbrengen. Je kunt ook bewust een dag in de week niet plannen en gewoon maar zien wat je doet.

Het belangrijkste is dat je jezelf de gewoonte aanleert om vooraf na te denken wat je gaat eten en wat je daarvoor nodig hebt. Binnen dat kader kun je na een tijdje vanzelf weer wat flexibiliteit aanbrengen. Maar dat kan alleen als je eerst gewend bent aan het plannen van je maaltijden en je boodschappen.

Klaar, nu weet je voor de hele week wat je gaat eten. Omdat je ook precies weet wanneer je boodschappen doet, hoef je verder nergens meer over na te denken. Dat scheelt enorm.

woensdag 8 september 2010

Ontdek je emotionele lijm


In het boek Opgeruimd leven in je huis gaat het er om dat je ontdekt wat bij je past: welke spullen, welke opruimmethode het beste bij jou past op dit moment. Op dit moment betekent dat je als eerste stap spullen uit het verleden loslaat die nu niet meer bij je horen. Bij een ander opruimen is meestal veel makkelijker. Omdat je bij spullen van een ander geen emoties hebt, kun je veel beter zien wat wel en niet handig en leuk is om te bewaren.

Emotionele lijm is iets wat iedereen heeft. Het is dus ook niet slecht. Maar het gaat allemaal om het evenwicht tussen spullen met goede herinneringen, die je wilt bewaren en spullen die minder belangrijk voor je zijn en die je dus weg kunt doen.

Ter illustratie vertel ik iets over mijn eigen emotionele lijm. Ik bewaar bijvoorbeeld een knikkerzak. Niet echt een fraai of waardevol ding, hij is grijs en van hele saaie stof. Maar deze knikkerzak is gemaakt door mijn opa, die kleermaker was. Het ding is onverwoestbaar, ik heb ‘m al bijna veertig jaar. En ik zal ‘m ook nooit wegdoen, ik vind het een leuke, fijne herinnering aan mijn opa. Hij hangt momenteel in mijn werkkamer aan een kast, vastgeplakt, zou je kunnen zeggen met positieve emotionele lijm. Niks mis mee.

Net als mijn beer, die al vanaf mijn geboorte van mij is. Ook die heeft een mooi plekje, waar ik ‘m regelmatig zie, als herinnering aan mijn kindertijd. Het is fijn om zo nu en dan terug te denken aan het verleden en deze voorwerpen helpen me om er even bij stil te staan. Net als een paar fotoboeken die ik heb. Veel heb ik niet nodig om een hele reeks aan herinneringen op te roepen.

Anders is het met spullen die ik gewoon nooit meer gebruik. Laatst kwam ik mijn oude, analoge fotocamera tegen, die lag nog ergens in een doos, keurig met het hoesje erbij. Tja, het is mijn allereerste fotocamera en ik heb er leuke vakanties mee beleefd. Maar het is wel zeker dat ik ‘m nooit meer ga gebruiken. Waarschijnlijk zijn er niet eens meer filmpjes voor te krijgen. De foto’s die ik ermee gemaakt heb, zijn er nog en daar gaat het om. De camera zelf gaat weg, ik breng ‘m naar een fotowinkel, zodat hij hopelijk gerecycled kan worden. Die is niet zo moeilijk.

Lastiger wordt het met het beeldje dat op de foto staat. Toen ik jonger was had ik veel meer frutsels op mijn kamer staan en dit beeldje paste daar bij. Ik heb het gekregen van een goede vriend en het herinnert me aan een bepaalde periode in mijn leven. Daar zitten veel goede herinneringen en een paar minder goede aan.

Ik kijk dus met wat gemengde gevoelens naar dit beeldje. Voor die goede herinneringen heb ik ook nog een hoop andere spullen, dus daar hoef ik dit niet voor te bewaren. Dit is echte emotionele lijm: ik zou het eigenlijk weg moeten doen, maar ik vind het toch lastig. En zeg nou zelf, het is een schattig beeldje. Maar ik doe het toch weg, want het past nu niet meer bij mij. En de periode waar het bij hoort is inmiddels afgesloten.

Om het te fotograferen, haalde ik het beeldje van z’n plaats en ik merkte meteen dat dat het makkelijker maakte om er afstand van te doen. Alleen doordat ik het naar een andere kamer verplaatste, maakte ik letterlijk de afstand groter tussen mij en het beeldje. Daardoor kan ik het nu wegdoen. En als ik er toch even aan terug wil denken, dan heb ik altijd nog de foto.

Alle foto's bij dit blog vind je op mijn site onder actueel.

Meer over het boek Opgeruimd leven in je huis kun je lezen op www.opgeruimdleven.nu.

dinsdag 17 augustus 2010

Een verhaal over berenhuiden


Nooit de huid verkopen, voordat de beer geschoten is, zo luidt het gezegde. Het lijkt wel alsof veel mensen alleen het eerste deel van dit gezegde hebben onthouden: de huid blijft gewoon in huis. Ook als ze al tien beren hebben geschoten, houden ze nog vast aan die eerste huid die ze geschoten hebben. Het was tenslotte de eerste!

En dat kan toch niet de bedoeling zijn. Want als die beer dan eenmaal geschoten is, dan is het toch wel handig om er wat aan te verdienen, anders is de moeite voor niks geweest. En hoeveel huiden wil je eigenlijk in je huis hebben liggen? Nou vooruit, bewaar er één voor slechte tijden, als appeltje voor de dorst en één om zelf lekker warm onder te liggen. Maar meer heb je niet nodig en gebruik je ook niet.

Omdat je die huid nou toevallig zelf geschoten hebt, hoef je ‘m nog niet tot in de eeuwigheid te bewaren. En ook huiden die je hebt gekregen van je vrienden of je oma, mag je best doorgeven. Als ze allemaal in een hoekje op een stapel liggen, komt de mot er maar in en dat was toch ook niet wat je oma wilde, ze was er zelf altijd zo zuinig op. Dan kun je beter iemand anders een plezier doen met die huid.

Zelf kun je een foto als herinnering houden van elke huid die je hebt geschoten of gekregen. Schrijf er iets bij en zo hou je een mooi compact overzicht van al je huiden. Tegelijkertijd breng je ze weer in roulatie en doen ze waar ze voor bedoeld zijn: mensen warm houden.

woensdag 11 augustus 2010

Doelen zijn lastig, vooral als je ze haalt


De afgelopen vijf jaar was ik druk bezig om mijn doel van een eigen bedrijf te verwezenlijken. Eerst deed ik dat deels in loondienst en vanaf 2008 ben ik fulltime ondernemer. Mijn omzet was nog niet meteen je-dat, dus dat kostte een hoop werk. Maar mijn doel was helder, ik wist wat ik wilde.

Zodra ik full time ondernemer werd, kon ik ook gaan werken aan de verwezenlijking van een ander doel. Eigenlijk een lang gekoesterde droom: een boek schrijven. En ook dat is nu verwezenlijkt, het boek is geschreven en wordt op dit moment gedrukt.

Dat wil niet zeggen dat ik zonder bezigheden ben. Integendeel: mijn bedrijf vraagt natuurlijk nog steeds aandacht, ik heb klanten, administratie en ik wil zorgen dat ik ook bij nieuwe klanten in beeld kom en blijf. Genoeg te doen.

Maar het is allemaal voortzetting van mijn eerdere bezigheden. Het doel is in feite bereikt, nu ben ik het aan het uitbreiden en voortzetten. Dat is allemaal belangrijk en leuk, maar niets nieuws.

Ik voel me een beetje verloren. Bijna vijf jaar lang heb ik me gefocust op die doelen. En nu ben ik er opeens. Ik zit een beetje verbaasd om me heen te kijken. Wat nu?

Zou dat de reden zijn dat veel mensen er maar niet aan beginnen om hun doelen en hun dromen te verwezenlijken? Wat als je ze haalt? Dan ben je toch maar mooi je droom kwijt, die is namelijk werkelijkheid geworden. Maar dat betekent ondertussen wel dat je niks meer te dromen hebt.

Maar is dat zo? Ik heb de afgelopen jaren twee dromen waar gemaakt en daar ben ik ongelooflijk trots op. Ik heb allerlei weerstanden in mezelf en de buitenwereld overwonnen en ik heb het toch maar mooi gedaan.

Dat betekent niet dat ik nu geen dromen meer heb. Mijn nieuwe zakelijke dromen zijn alleen groter dan de oude: een eigen kantoor en trainingsruimte, bijvoorbeeld. Of een eigen tijdschrift. En dan hebben we het weer over hele nieuwe weerstanden die ik te overwinnen heb.

Ik weet op dit moment nog niet eens zeker of ik een zakelijke droom ga verwezenlijken. Misschien ga ik wel het Pieterpad wandelen, alle postzegels van Nederland verzamelen (ik heb nog ergens een paar boeken met postzegels liggen) of het volledige werk van W.F. Hermans lezen.

Ik sta dus opnieuw voor een keuze: dromen genoeg, maar welke ga ik waarmaken? Wat wil ik nu toevoegen aan de wereld? Welke stap durf ik te zetten? Voorlopig ben ik vooral aan het opruimen: alles wat niet meer bij me past, gaat de deur uit. De oud papierbak loopt over en de papiervernietiger maakt overuren. Ik maak ruimte, ik weet alleen nog niet waarvoor. Spannend!

zondag 1 augustus 2010

Kon ik maar opnieuw beginnen!


Die verzuchting hoor ik vaak van mensen die willen opruimen: als ik maar helemaal opnieuw kon beginnen, in een ander huis, dan zou het wel goed komen! Desnoods in een nieuwe werkkamer, lekker rustig met niets er in.

Vooral vlak na de vakantie, kun je dat gevoel hebben. Je bent net weg geweest en je hebt je een aantal weken prima gered zonder al die spullen in je huis. Het lijkt je heerlijk om altijd zo licht te leven.

Ergens weet je wel dat je jezelf voor de gek houdt: ook een leeg huis of een lege kamer is binnen de kortste keren weer vol. Het idee is zo aantrekkelijk, omdat het lijkt alsof je al je huidige problemen kwijt bent als je opnieuw begint. En als je verhuist, dan moet je wel al je spullen door je handen laten gaan, dus dan kun je gelijk beslissen wat je er mee wilt. Of je haalt alleen uit de dozen wat je nodig hebt en de rest doe je gewoon weg.

Ook als je zou verhuizen blijven je problemen hetzelfde: als je nu niet kunt kiezen, dan vind je dat in een nieuw huis nog net zo moeilijk. Als je het nu moeilijk vindt om spullen weg te doen, dan wordt dan niet makkelijker als je ze verhuist.

Het goede nieuws is: je kunt wel een beetje doen alsof je verhuist. Niet voor al je spullen, maar wel voor een paar. Maak bijvoorbeeld een lade leeg en vraag je af wat je er in zou doen als je je keuken of je bureau opnieuw in zou richten. Stop die spullen er in. De rest van de spullen kun je in een doos stoppen. Zet die ergens in de buurt. Als je de komende dagen iets nodig hebt uit die doos, dan pak je het er uit. Blijkbaar is dat een voorwerp dat je echt gebruikt.

Na een maand zet je de doos verder weg, bijvoorbeeld in de schuur of op zolder. En na 3 tot 6 maanden doe je alles weg wat nog in de doos zit. Blijkbaar zijn dat spullen die je maar heel zelden gebruikt. Zonde om die ruimte in te laten nemen.

Door de spullen in een doos te stoppen en later die doos verder weg te zetten, maak je het jezelf makkelijker om de spullen weg te doen: je neemt namelijk al een beetje afstand door de doos in de schuur of op zolder te zetten. En de stap om de spullen ook echt weg te doen is dan kleiner geworden.

Dit werkt natuurlijk alleen op kleine schaal, anders komt je huis vol dozen te staan. Voor herinneringen en administratie is het ook minder geschikt. En vergeet niet om in je agenda te zetten dat je de doos na 3 maanden weg doet, anders loopt je schuur of je zolder vol met dozen.

Maar voor die rommellade in de keuken of je bureau, voor tijdschriften en knutselmateriaal kan het juist weer heel goed werken: verhuizen in je eigen huis, als het ware.