zaterdag 14 mei 2011

Weg met klusjes


Een paar maanden geleden schreef ik hier dat ik een aantal doelen had bereikt en aan het opruimen was en ook dat ik een aantal oude doelen had laten vallen (ook opruimen). Dat is allemaal heel lekker voor een tijdje, maar na een tijdje merkte ik dat ik geen kader had. Ik wist niet zo goed meer waarvoor ik aan het werk was. En zonder thema wordt alles een klusje.

Dat is natuurlijk precies wat ik vaak bij mijn klanten zie: ze hebben geen zin om op te ruimen omdat het losse klusjes lijken, ze weten niet waar ze het voor doen. Ik heb nu zelf weer ondervonden dat het niet uitmaakt wat de activiteit is, zelfs leuke dingen kunnen ‘klusjes’ worden.

In principe ben ik dol op mijn vak en doe ik alles wat daar mee te maken heeft graag. Maar ik had het gevoel dat ik mijn doelen wel bereikt had, dus wat is dan nog de reden om er hard aan te trekken? Waarom zou ik? In de vervelende klussen had ik al helemaal geen zin, maar zelf dingen die ik normaal leuk vindt verloren hun glans. Ik ging ook veel te veel tijd besteden aan dingen die ik normaal even tussendoor deed. Helemaal niet handig dus.

Met mijn verstand kon ik natuurlijk genoeg redenen bedenken om flink aan de slag te gaan, zoals promotie van het boek Opgeruimd leven in je huis en verhoging van mijn omzet (want dat mag best nog wat meer zijn). Maar het gaat niet om verstand, het gaat om gevoel. Ik ben te gedisciplineerd om mijn klusjes te laten verslonzen, maar ik had er ook geen lol meer in.

Tijd om mijn eigen advies maar eens toe te passen. Wat zou ik tegen een klant zeggen? En dan is het opeens weer simpel, ik zou zeggen: als je nog niet weet wat je wens is, maak dan de zoektocht naar die wens tot je doel. Dat is mijn kader: uitzoeken wat mijn nieuwe doel is, wat mijn volgende wens en uitdaging is. Hoe ik groter kan denken en wat ik wil realiseren.

Als ik dat eenmaal bedacht heb, weet ik ook wat ik moet doen: mezelf voeden. Ik hou van boeken, dus de eerste stap is om een stapel inspiratie uit de bibliotheek te halen. En ik geef me op voor een paar workshops, zakelijk, maar ook gewoon voor de lol. En zo maak ik het voor mezelf weer helder wat ik aan het doen ben. Ik ben niet zomaar wat aan het rommelen, ik ben op zoek naar een nieuw doel. Niks klusjes, het past allemaal in mijn zoektocht. En daarmee heb ik weer energie om dingen aan te pakken en ben ik weer gemotiveerd om in actie te komen.

vrijdag 6 mei 2011

Vier praktische redenen die opruimen lastig maken


Je weet heus wel dat je moet opruimen, maar toch doe je het niet, de stapels groeien steeds weer aan. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn, die te maken hebben met emoties. Maar soms zijn er gewoon hele praktische redenen aan te wijzen waarom je niet opruimt:

1.Spullen hebben geen vaste plaats
Als je niet weet waar iets hoort, dan kun je het ook niet opbergen. Zo simpel is het. Zorg dus dat alles wat je huis in komt een bergplek heeft. Als je minder wilt kopen, dan kan dit je helpen: bedenk in de winkel of je wel plek hebt voor deze nieuwe aankoop. Zo niet, koop het dan niet.

2.Spullen hebben geen handige bergplek
Een handige bergplek is natuurlijk in de eerste plaats een plek die bereikbaar is. Als je eerst allerlei spullen opzij moet schuiven voor je iets op kunt bergen, dan is de kans groot dat dat niet gebeurt en dat je dus niet opruimt.

In de tweede plaats is de bergplek zo dicht mogelijk bij de plek waar je de spullen gebruikt. Stel dat je je administratie in je werkkamer opbergt, maar je rekeningen aan de keukentafel betaalt. Goeie kans dat je dan je administratiespullen op de keukentafel bewaart. Want als je net die rekening hebt betaald, denk je: ik laat het maar even staan, want morgen moet ik nog even wat doen. Je betaalde rekeningen gooi je maar even op een stapel in plaats van in de map waar ze horen. Want die map staat helemaal boven en dat doe je nog wel een keer. Voor je het weet is je keukentafel veranderd in een papierchaos.

In zo’n geval is het beter om je administratie op te bergen in de buurt van de keukentafel. Dan ruim je het tenminste op. En denk niet: ik doe mijn administratie voortaan wel boven. Je gewoonte om de administratie aan de keukentafel te doen is lastig te veranderen. Een paar mappen naar beneden verplaatsen gaat veel sneller.

3.Je weet niet precies wat je moet doen
Het is lastig om te beginnen met opruimen als je niet precies weet wat je moet doen. Dat is vaak het geval als je projecten op je actielijst zet. Staat er bijvoorbeeld op je actielijst ‘woonkamer opruimen’, dan is dat een project. En als je naar de woonkamer kijkt, dan is daar zoveel te doen, dat je het al niet meer weet. En dus begin je er maar niet aan en schuif je het project voor je uit.

Als op je actielijst staat ‘dvd-hoesjes en dvd’s verzamelen en de dvd’s in de juiste hoesjes doen’, dan weet je precies wat je moet doen. De kans dat je die actie gaat uitvoeren is veel groter dan ‘woonkamer opruimen’. Heb je dus acties die allang op je lijst staan en die je maar niet uitvoert, vraag je dan eens af of het misschien een project is. Zo ja, bedenk dan wat de eerste actie moet zijn en doe dat.

4.Je hebt geen routine
Sommige dingen gebeuren alleen als je er een vaste routine voor hebt. Dat geldt vooral voor de processen in huis: je post, de boodschappen, de was, dat soort activiteiten. Als je niet elke dag je post opent, dan heb je al snel een stapel papier waar je tegenaan hikt. Als je niet elke dag je vuile was in de wasmand gooit, dan weet je nooit wanneer je wasmachine vol is. En als je je maaltijden niet plant, dan ren je elke dag naar de supermarkt en kost boodschappen doen heel veel tijd.

Voor alle activiteiten die steeds terugkomen, kun je een routine inbouwen. Op die manier houd je het bij en hoef je geen grote opruimacties te houden. Met een routine zorg je dat het probleem in de kiem gesmoord wordt, sterker nog, er is helemaal geen probleem.

donderdag 28 april 2011

Vind je opruimkracht


Als je al vaak hebt geprobeerd om op te ruimen, dan valt het misschien niet mee om te geloven dat je het kunt leren. Je hebt het tenslotte al zo vaak geprobeerd en al die keren is het niet gelukt. Wat zou nog een boek of organizer je nou nog kunnen vertellen, dat je niet al weet?

Als je niet gelooft dat je kunt veranderen, dan is het natuurlijk heel moeilijk om die verandering te bereiken. Geloven dat je het kunt is een voorwaarde, zonder geloof in jezelf kom je nergens.

Misschien ben je in het verleden vol goede moed begonnen aan nieuwe opruimmethodes en heb je al vaak plannen gemaakt. Op dat moment geloofde je er wel in. Maar keer op keer ben je teleurgesteld, wat je ook probeert het lijkt maar niet te lukken.

Opruimen is een vaardigheid die iedereen kan aanleren*, jij dus ook. Maar dat kan ik nou wel zeggen, als jij je geloof kwijt bent, dan neem je dat natuurlijk niet van me aan.

Je eerste stap is om je geloof te herstellen. Dat kun je op een paar manieren doen:

Denk terug aan hoe je het vroeger deed
Ben je in het verleden wel eens opgeruimd geweest? Denk daar aan terug, wat deed je toen? Hoe voelde dat? Welke opruimroutines had je toen, die je bent kwijt geraakt?

Dat deed bijvoorbeeld Helma:

‘Ik heb er het meeste aan gehad dat we concreet aan het werk gingen. Doordat Yvonne er bij was kon ik er niet meer onderuit en moest ik wel aan de slag. Daardoor kon ik mijn weerstand om te beginnen overwinnen. Daarna kon ik het vasthouden, omdat ik weer terug kon vallen op mijn oude routine. Daarom kon ik na maar 2 uur weer zelf verder.’

Heb je geen opruimsuccessen om op terug te kijken? Denk dan aan andere (verander)projecten die je succesvol hebt afgerond, privé of op je werk. Iedereen verandert gedurende zijn/haar leven, je verandert van school, van baan, van huis. Dat betekent dat je het kunt, dus waarom niet met opruimen?

Kijk naar mensen die het ook gelukt is
Je bent niet de enige die hier mee worstelt. Anderen hebben het ook gedaan en het is ze gelukt, zoals Monique, die dacht dat ze nou eenmaal chaotisch was:

‘Ik heb lange tijd gedacht dat ik geen hulp nodig had, want ik had mezelf "wijsgemaakt" dat ik gewoon zo was: Een tikje chaotisch. Als ik probeerde een routine aan te leren, dan probeerde ik er teveel tegelijk te doen. Ik dacht altijd; als ik iets een week doe, dan zit het wel in mijn systeem. Jij hebt duidelijk gemaakt dat je jezelf ruim de tijd, volgens mij 2 maanden, moet geven, voordat een routine ook echt een routine is. Ik denk dat dit een "eye opener" is geweest voor mij.’

Laat je inspireren door die verhalen van mensen die ooit in dezelfde situatie zaten als jij. Als zij het kunnen, waarom zou jij het dan niet kunnen?

Laat je lichaamshouding je helpen
Misschien heb je wel eens gehoord van lachtherapie: gewoon lachen, zonder dat er iets grappigs gebeurt, daar wordt je vrolijker van. Dat is ook wetenschappelijk aangetoond: je lichaam kan je geest een zetje geven.

En zo heeft je houding invloed op hoe je je voelt. Wil je het gevoel krijgen dat je de opruimklus aankunt? Maak je groot en breed: rek je uit, spreid je armen, zet je benen een stukje uit elkaar. Bijkomend voordeel: je staat nu toch al, tijd voor actie.

Op dezelfde manier kan uptempo muziek je helpen om in actie te komen.

Niet denken, maar doen
Actie levert nog altijd het meeste resultaat. Als je elke dag een kleine actie doet, dan levert dat uiteindelijk meer op dat alle grootse plannen die je maakt. Maak elke dag 10 minuten of een kwartier vrij om op te ruimen. Weinig? Altijd nog meer dan dat je nu doet. Doe dit consequent en je zult al na een paar weken resultaat zien.

Vergeet het resultaat voor nu, dat is nog zover weg, dat motiveert je niet. Denk alleen aan je dagelijkse actie. Doe die en complimenteer jezelf als je het gedaan hebt.

*Voor sommige mensen is het wel lastiger dan voor anderen. Met bijvoorbeeld ADD of ADHD kan het heel veel moeite kosten.

woensdag 20 april 2011

Op voorraad


Afgelopen december had ik mijn krantenmand al bijna leeg geruimd, er zaten nog een paar tijdschriften en een paar kranten in. De afgelopen maanden was daar weer wat bijgekomen. Maar afgelopen weekend heb ik de mand echt helemaal opgeruimd. Er liggen nu alleen nog een paar uitgescheurde artikelen in voor in de trein, de komende week. Daar hoef ik hier dus niets mee.

Een vreemd gevoel dat ik ‘niets’ meer te lezen heb. Ik pak vaak even tussendoor een krant of tijdschrift om een klein stukje te lezen. Maar dat is er nu niet meer. Wat nu? Ik voel me een beetje onthand.

Ik dacht altijd dat ik kranten en tijdschriften bewaar omdat ik niets wil missen, wil weten wat er zoal speelt. Blijkbaar hebben ze ook nog een andere functie. En die ontdek ik pas nu mijn voorraad op is. Ze vullen gaatjes als ik even niets te doen heb.

Het voelt vreemd, maar geeft ook ruimte: ik ben in een boek begonnen wat er al heel lang lag, ik had al bijna opgegeven dat ik het nog zou gaan lezen. Pas nu er niets anders meer ‘hoeft’ geef ik mezelf toestemming om dat boek te pakken (dat niet direct nuttig is). En soms doe ik gewoon even helemaal niets. Ook lekker, beetje staren en lummelen. Doe ik anders ook niet.

Ik herinner me dat ik een soortgelijke ervaring had toen mijn mailbox voor het eerst leeg was, ook zoiets geks. Dan merk je pas dat al die mails staan voor ‘werk’, je hebt altijd iets te doen, als er maar mail is. Als dat opeens allemaal verwerkt is, dan moet je zelf na gaan denken over je prioriteiten. Lastig!

Een voorraad heeft altijd een functie. Vaak een nuttige functie, zoals de tube tandpasta die in de kast staat, voor als je huidige tube leeg is. Of het extra paar schoenen, omdat je soms op hakken wilt lopen en soms niet. Maar soms heeft een voorraad een hele andere functie: om je bezig te houden in loze ogenblikken, zoals mijn kranten. Om je het gevoel te geven dat je iets belangrijks aan het doen bent, zoals bij mijn mail.

Welke dingen hou jij op voorraad, zonder echt praktische reden? Is het de stapel Allerhandes, om lekker naar recepten te kijken? Wat zou je dan doen als je die niet had? Zijn het de 40 paar schoenen, omdat je altijd in de mode wilt zijn? Of al die handtassen omdat je tas altijd bij je schoenen moet passen?

Wat mis je eigenlijk als dat er niet meer is en welke ruimte krijg je dan? Misschien ga je wel echt koken als die Allerhandes weg zijn, omdat je niet gaat bladeren, maar een recept gaat verzinnen met wat er in de kast staat? Hou je enorm veel geld over als je een tijdje geen schoenen koopt en kun je dit jaar zorgeloos met vakantie? Of kom je eindelijk toe aan al die boeken die je al een tijd wilde lezen of heb je eindelijk tijd om aan dat boek te werken, zoals ik.

Je kunt het uitproberen, door je voorraad weg te doen, al is het maar tijdelijk. Stop alles in een doos en zet die uit het zicht. Kijk wat er gebeurt. Hoe voelt het? Wat mis je? Zijn dat de spullen zelf of alleen het gevoel dat ze vertegenwoordigen. In het laatste geval: neem dat gevoel serieus en kijk of je het kunt invullen zonder de spullen. Zie het als een interessant experiment en observeer je eigen reactie. Dat kan verrassende resultaten opleveren.

woensdag 13 april 2011

Stop de invasie!


Wat komt bijna ongemerkt jouw huis binnen?

Je kinderen hebben briefjes en tekeningen van school, de post wordt bezorgd en de gratis kranten zitten erbij, je neemt een folder mee uit de supermarkt en je koopt een tijdschrift. Op elke willekeurige dag komt er van alles je huis binnen, daar hoef je helemaal geen moeite voor te doen. Voor je het weet ontstaan zo stapels van bijvoorbeeld folders en kranten waar je nog even naar wilt kijken.

Het lijkt misschien een soort natuurwet dat er spullen je huis in komen. Maar dat is het natuurlijk niet. In werkelijkheid laat je al die spullen naar binnen. Dat betekent dat je er ook invloed op uit kunt oefenen. En dat is gunstig.

Als je zorgt dat er minder je huis binnen komt, dan hoef je ook minder te organiseren, zo simpel is het. Wees dus alert op wat er binnen komt en kritisch op wat je binnen laat, dat scheelt later weer een hoop werk.

Dat doe je in de eerste plaats door te observeren. Wat komt er zoal binnen? Hoeveel is het eigenlijk? Wat voor dingen zijn het? Kies je er bewust voor of laat je het gebeuren? Moet dat allemaal binnenkomen? Een week lang observeren en noteren kan je al een hoop inzicht geven. Wat gebeurt er met je als je iets wilt kopen? Wil je het echt, ga je er iets mee doen? Is dat tijdschrift een impulsaankoop omdat je je even niet zo prettig voelt of is het echt iets wat je graag wilt lezen? Is dat kledingstuk iets wat je echt gaat dragen of is het eigenlijk een troostaankoop?

De volgende stap is om te kijken welke dingen je misschien niet meer binnen wilt laten en hoe je dat voor elkaar kunt krijgen. Je kunt impulsaankopen bijvoorbeeld voorkomen door even een rondje te lopen voordat je het echt koopt. Denk even na over de reden van je aankoop. Wil je het dan nog steeds en is er een goede reden, dan kun je het doen. Anders niet. Een andere manier is om vooraf te bedenken wat je gaat kopen en je daar aan te houden. Maak dus altijd een lijstje van wat je wilt. Ook als je gaat shoppen voor kleding. Je bent dan meer gefocust op die dingen die op je lijstje staan en bent minder geneigd om iets te kopen wat je toch niet gaat dragen of wat je budget te boven gaat.

Een andere manier om te zorgen dat er minder je huis binnen komt is om bepaalde regels in te stellen: neem geen folders mee als je ergens bent, tenzij je echt concreet plannen hebt voor een workshop of cursus. Kijk online naar de aanbiedingen van de supermarkt of bekijk de folder voordat je boodschappen doet en doe ‘m daarna weg. Je kunt er ook een routine van maken om oude folders weg te doen op het moment dat je nieuwe ontvangt.

Als je een nee/nee of een ja/nee sticker op de brievenbus plakt, dan voorkom je voor een groot deel dat er ongewenst drukwerk je huis binnen komt. Die stickers kun je aanvragen bij je gemeente of milieudefensie. Geadresseerde reclamepost kun je altijd gewoon wegdoen of terug sturen. Meer werk, maar effectiever is om de betreffende organisatie te vragen om je van hun verzendlijst te halen.

Denk ook aan spullen die je kunt lenen. Boeken is een voor de hand liggend voorbeeld, die hoef je niet te kopen, je kunt ze lenen uit de bibliotheek. Maar ook gereedschap is vaak te leen of te huur. Waarom zou je een apparaat kopen dat je maar eens in de paar jaar gebruikt? Hetzelfde geldt misschien voor gourmetsets of andere kookspullen die je maar zelden gebruikt. Goede kans dat er iemand in je omgeving is die het ook bijna niet gebruikt. En als het geen gourmetset is, dan misschien wel een kaasfondue. Heb je gelijk een verrassende maaltijd.

Wees dus steeds alert op wat er je huis binnenkomt, wil je dat echt binnen hebben? Bedenk: hoe minder er binnen komt, hoe makkelijker je het ook weer op kunt bergen. En je kunt vaak met een beetje creativiteit makkelijk zorgen dat spullen niet of niet meer binnen komen. Je kunt er zelfs een soort sport van maken, dan wordt het nog leuk ook.

maandag 28 februari 2011

Focus op afleiding


Je hebt je stellig voorgenomen om nu echt eens flink door te werken aan die opruimklus. Het moet er nu echt een keervan komen! Maar wat gebeurt er? Je bent nog geen 5 minuten bezig of je oog valt op de vaatwasser die uitgeruimd moet worden, je computer ‘pingt’ dat er e-mail is. Of je komt een kaartje tegen dat je had moeten invullen en versturen, gelijk maar even doen dan. En als je dan toch naar de brievenbus loopt, kun gelijk wel even boodschappen doen.

Papieren sorteren is al helemaal hopeloos. Meteen als je een krant of tijdschrift oppakt, valt je oog op een interessant artikel, even lezen. Voor je het weet is de dag voorbij en heb je weer niet gedaan wat je van plan was. Je raakt er door ontmoedigd en misschien probeer je na een tijdje niet eens meer om te beginnen. En dat zou jammer zijn.

Veranderingen trekken nou eenmaal je aandachtHou er rekening mee dat het heel natuurlijk is om afgeleid te raken. Als er iets veranderd in je omgeving, dan trekt je aandacht daar automatisch naartoe. Of het nou de ping is van je e-mail of het rode lichtje van je wasmachine. Je moet daar bijna wel op reageren.

Toen wij mensen nog op de savanne leefden, was dat ook heel nuttig: een verandering of een plotselinge beweging kon immers op gevaar duiden. Dus als je wilde overleven, was het wel zo handig om daar alert op te zijn.

Wil je voorkomen dat je steeds wordt afgeleid door nieuwe dingen, zorg dan voor zo min mogelijk veranderingen. Maak je omgeving zo rustig mogelijk: zet je telefoon en je e-mailprogramma uit, sluit je internetbrowser af en doe de deur van je kantoor of werkkamer dicht,als dat kan. Hoe minder bewegende of oplichtende dingen in je omgeving hoe beter.

Een plan helpt en aantekeningen ookEen plan voor je dag en voor je week helpt om je aandacht bij een klus te houden. Als je al vooraf weet dat je aan het eind van de middag boodschappen gaat doen, dan kun je die brief gewoon klaarzetten om later mee te nemen. Je hoeft ‘m dan niet meteen weg te brengen.

Een vast moment in de week (of meerdere momenten) voor administratieve klussen helpt ook. Dan hoef je die brief niet eens meteen in te vullen. Je legt ‘m dan gewoon bij de administratieve klussen en je weet dat je hem vanzelf weer tegenkomt.

Als je een routine hebt voor steeds terugkomende klussen, dan kun je daar dus op vertrouwen en hoef je je niet steeds af te laten leiden. Je weet dat het toch wel komt.

Natuurlijk heb je ook veel losse klussen en die schieten je vaak net te binnen als je iets anders gaat doen. Hou daarom een aantekenblok bij de hand en schrijf de klus op als je er aan denkt. Reserveer elke dag een uur om aan die losse klussen te werken, op een moment dat het jou uitkomt, bijvoorbeeld aan het begin of einde van de dag of net na de lunch. Zo hoef je niet bang te zijn dat je iets vergeet, je schrijft het immers allemaal op. Maar ondertussen kun je wel gewoon doorwerken aan je opruimklus.

Focus kun je trainenOndanks bovenstaande tips kan het in het begin lastig zijn om je concentratie te bewaren en door te gaan met je activiteit. Als je niet gewend bent te focussen, dan kost dat in het begin moeite. Maar je kunt dit trainen. Hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het wordt. Signaleer het gewoon als je je af laat leiden. Veroordeel jezelf niet, het is tenslotte iets natuurlijks en je bent het nog aan het trainen. Merk op wat er gebeurt, bedenk wat je ook al weer aan het doen was en ga daarnaar terug. Je zult merken dat dat na een tijdje steeds makkelijker wordt.

woensdag 16 februari 2011

Knutsel jezelf georganiseerd


Misschien denk je bij schrijven of knutselen eerder aan meer dan aan minder spullen. Toch kan het je helpen om overzicht te krijgen. Ter illustratie het verhaal van Marleen en Tim en hun ‘spullenboek’.

Marleen is een actieve moeder van drie jonge kinderen, de oudste is zeven. Ze heeft in de loop van de jaren een heleboel spullen verzameld voor creatieve hobby’s: schilderspullen, kaligrafeerpennen, stofjes, papier, etc. Het komt er maar zelden van en eigenlijk zou ze al die spullen wel weg willen doen. Het neemt een hoop ruimte in en nu ze drie kinderen hebben is die ruimte er eigenlijk helemaal niet meer. Toen ze nog geen kinderen hadden heeft Marleen als copywriter gewerkt, zij houdt van mooi vormgegeven beelden.

Daarnaast staan er op zolder en in diverse kamers meubelen van haar schoonouders die zijn overleden en van haar eigen ouders die kleiner zijn gaan wonen. Ook heeft ze nog spullen geërfd van een overleden tante. Het lijkt wel of al die dingen altijd bij haar terecht komen.

Haar man Tim werkt als leraar en heeft een studeerkamer die overvol is. Daarnaast bewaart hij ook nog allerlei lesmateriaal op zolder. Tim houdt verder erg van koken, waardoor de keuken vol staat met pannen (en de gangkast) en zijn verzameling kookboeken in de woonkamer staat. En oh ja, tussendoor doet Marleen onderzoek voor een boek dat ze wil schrijven. Ook daarvoor liggen veel papieren in huis. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het kinderspeelgoed, - tekeningen en –kleertjes.

Kortom, Marleen en Tim zijn de draad kwijt. Zoveel spullen in huis, kan gewoon niet, het huis puilt uit. Maar alles lijkt even belangrijk en ze weten niet hoe ze moeten kiezen.

Als ik bij ze aan de keukentafel zit dan vertellen ze met veel enthousiasme over hun projecten en met veel gevoel over de familiestukken die ze in huis hebben. Ik merk duidelijk dat het niet zomaar spullen zijn die ze hebben.

Ik vraag ze om hun huis, alles wat er in zit en de verhalen daarbij vorm te geven met tekst en beeld. Dat kan in een collage, een fotoreportage, een verhaal, een mindmap, een film of een diavoorstelling, wat ze maar willen. Marleen en Tim vinden dit een merkwaardige opdracht, niet echt wat ze verwacht hadden van een organizer. Maar het spreekt ze toch ook wel aan, ze beginnen meteen te brainstormen en allerlei ideeën uit te wisselen.

Als ik twee weken later weer bij ze ben, dan hebben ze een soort album gemaakt met collages en verhalen. Elke kamer heeft zijn eigen beeld en zijn eigen verhaal. Het is echt prachtig en ze vonden het ook nog eens heel leuk om aan te werken.

Tot hun eigen verbazing zijn ze tijdens het schilderen, plakken, fotograferen en schrijven al begonnen om spullen de deur uit te doen. Een deel van de meubelen van familieleden is van zolder verdwenen. Een paar mooie stukken hebben ze een plek in hun huis gegeven. Marleen heeft een groot deel van haar hobbyspullen losgelaten, behalve datgene wat ze voor het album heeft gebruikt.

Ze zijn nog niet klaar, maar Tim heeft al wel besloten zijn archief op school te gaan bewaren en de meeste kookboeken op zolder te bewaren, daar is nu ook ruimte voor. Uiteraard blijven de veelgebruikte kookboeken beneden.

Door het verhaal van hun spullen te vertellen in woorden en beelden konden Marleen en Tim afstand nemen van de spullen. Bovendien ontstond als vanzelf structuur in het geheel. Je kunt namelijk geen verhaal vertellen zonder structuur, zelfs als je dat met een collage doet. Ze kregen daardoor meer oog voor wat ze belangrijk vinden (een fijn huis voor hun gezin).

Hun herinneringen zijn nu vastgelegd in het ‘spullenalbum’, zoals ze het zelf noemen. Daarom is het minder belangrijk om alles te bewaren en kunnen ze een keuze maken. Marleen kon al haar creativiteit kwijt in het project en hoefde dus geen ongebruikte creatieve spullen meer te bewaren.

Zo kan schrijven of knutselen je een hoop plezier opleveren, maar ook een opgeruimder leven.