vrijdag 21 oktober 2011

Help, ik weet het niet meer!


Je kunt pas vooruit als je weet waar je staat

Momenteel weet ik het even niet. Ik ben nu ruim 5 jaar professional organizer. Ik heb veel workshops gegeven, klanten geholpen, een boek geschreven. En nu ben ik in verwarring. Niet dat ik organizing niet leuk meer vindt, dat is het niet.

In de jaren dat ik bezig ben met organizing heb ik me ontwikkeld van een organizer met praktische tips, naar iemand die van binnen en van buiten opruimt. Het woord opgeruimd in mijn bedrijfsnaam heeft steeds meer een dubbele betekenis gekregen: een opgeruimde omgeving en een opgeruimde stemming.

Momenteel noem ik me daarom life-organizer, omdat het meestal over veel meer gaat dan alleen over de spullen. Ik ben er van overtuigd dat de combinatie van organizing van binnen en van buiten het meeste effect heeft op je opgeruimde leven en dat je alleen op die manier blijvend opgeruimd kunt zijn.

Eigenlijk ben ik al een beetje zoekende sinds mijn boek Opgeruimd leven in je huis is uitgekomen. Daarmee werd een grote droom van mij werkelijkheid. En dat is geweldig, kan ik je vertellen.

Tegelijkertijd heeft het me ook een beetje doelloos achtergelaten. Ik had 'opeens' geen droom meer om na te jagen. Wat nu? Eerst was dat nog niet zo erg, ik genoot van het boek en alles wat ermee gebeurde. En dat doe ik nog steeds. Maar na een jaar genieten, wil je ook wel weer eens een stapje verder gaan.

Ik begin nu het donderbruine vermoeden te krijgen dat die stap er aan zit te komen. De laatste tijd neemt de onrust in mij namelijk toe en daarmee ook de chaos in mijn hoofd. Ideeën en mogelijkheden buitelen over elkaar heen, maar tegelijkertijd heb ik nog geen idee wat er uit gaat komen.

Niet weten maakt altijd onzeker. Ik weet dat deze fase erbij hoort, maar dat maakt het nog niet leuk. Het liefste wil ik zo snel mogelijk weten wat ik ga doen, wat ik ga veranderen, dan kan ik tenminste gericht aan de slag. Maar zover ben ik nog niet.

Als ik me onzeker voel en niet weet wat ik moet doen, ga ik altijd instinctief opruimen. Ik haal mijn boekenkast half leeg en doe een hoop boeken weg. Ik ruim oude dagboeken en oude schoolspullen op. Oude computers en de bijbehorende software en snoeren gaan de deur uit.

Hoe dat me verder helpt?

In elk geval word ik er minder gefrustreerd door. Lekker mijn kasten leeghalen helpt me van een hoop overtollige energie af, die ik even niet kwijt kan. En het is iets waarvan ik meteen het resultaat zie. Dat resultaat maakt dat ik me beter voel en dat ik het gevoel krijg dat ik toch nog een beetje controle heb.

Het geeft me tegelijkertijd de kracht om de onzekerheid over mijn volgende stap aan te kunnen. Het brengt als het ware het evenwicht terug: ik kan loslaten dat ik moet weten wat ik ga doen, omdat ik wel iets kan doen aan mijn omgeving.

Bovendien maak ik letterlijk en figuurlijk ruimte. Ruimte in mijn kasten, doordat er lege planken ontstaan. En ruimte in mijn hoofd, omdat allerlei oude ballast overboord gooi. Dingen van vroeger die niet meer bij me horen, doe ik nu ook echt weg. Daardoor ontstaat ruimte voor iets nieuws. Ik weet nog wel niet wat dat wordt, maar in elk geval ben ik klaar om het te ontvangen.

En misschien is het wel het allerbelangrijkste dat ik bepaal wat er nu bij me hoort. Welke spullen ondersteunen me in deze fase? Welke hebben een negatieve uitstraling voor me? Welke spullen kunnen weg, omdat ze bij activiteiten horen die ik zeker niet meer ga doen?

Welke periode kan ik nu echt afsluiten, waar ik dat eerder niet kon? Heel wat, zo blijkt uit de studiespullen die staan voor een deel van mijn eerdere carrière. En uit de dagboeken die weg mogen, die een groot deel van mijn jeugd beslaan.

Als je op een kaart wilt bepalen hoe je moet rijden om ergens te komen, dan zul je toch eerst moeten weten waar je bent, anders kun je onmogelijk de route bepalen. Zelfs als je weet waar je naartoe wilt, is het wel zo handig om je startpunt te kennen.

Ik weet dan nog wel niet precies waar ik heen ga, dankzij mijn opruimwoede weet ik wel weer precies waar ik nu sta. En dat is de beste uitgangspositie voor een nieuwe stap.

Ik hou jullie op de hoogte van mijn ontdekkingsreis.

vrijdag 7 oktober 2011

Stop met opruimen


Beginnen aan een klus is vaak lastig, daar heb ik al vaak over geschreven. Maar waar je minder over hoort is stoppen. Terwijl dat soms net zo lastig kan zijn als beginnen.

Je zou zeggen je stopt als het klaar is. Maar wat is klaar? Daar kun je heel verschillend over denken. Is je bureau opgeruimd als er niet meer op ligt? Of mag er nog een stapeltje blijven liggen? Is je lade opgeruimd als alles wat er in zit in de lade hoort? Of moet het ook allemaal op volgorde liggen? En wat is die volgorde dan?

Neem deze column. Wanneer is die klaar? Ik kan er eindeloos aan sleutelen. Wat is de handigste tip? Hoe kan ik het beste beginnen? Wat is de beste titel? Kan ik het nog wat beter formuleren? Maar ik kan ook zeggen: het is klaar als ik een informatief stuk heb geschreven met minstens één handige tip er in.

In het eerste geval kost het me een halve dag om de column te schrijven. Ik peins eindeloos over het beste onderwerp. En dan doe ik heel lang over de opbouw en het bedenken van de beste tips. Ik leg de tekst nog eens weg om later te kijken of het beter kan. Ik bedenk nog een andere tip en verwerk die er ook in. Ik leg het nog eens weg. Voor ik het weet is het tijd voor de nieuwsbrief. Stress! Mijn verhaal is niet af. Misschien moet ik de nieuwsbrief maar uitstellen? Want het is nog niet helemaal goed.

Als ik bepaal dat het klaar is als ik een informatief stuk schrijf met tenminste één handige tip, dan gaat het veel sneller. Ik heb een idee, bijvoorbeeld perfectionisme. Ik ga er even voor zitten en bedenk een invalshoek. Ik schrijf het op. Dat kost me ongeveer een uur. Dan leg ik het even weg en kijk er nog eens naar. Ik verbeter een paar tikfouten en maak de volgorde iets logischer. Dan is het klaar.

Mijn doel is om een interessante column te schrijven
, niet om het perfecte verhaal te maken met alle mogelijke informatie die ik maar kan vinden. Misschien bedenk ik later nog een goede tip, maar die kan ik altijd in een volgende column verwerken.

Wat ik hier doe is de 80-20 regel toepassen. Die regel zegt dat je met 20 procent van je inspanning 80 procent van het resultaat bereikt. Dat wil niet zeggen dat jullie slechte verhalen krijgen, maar wel dat jullie elke twee weken op tijd de nieuwsbrief ontvangen en dat daar altijd een column instaat.

Zelfs als ik een boek schrijf, dan pas ik deze regel toe. Natuurlijk denk ik dan langer na over de tekst, maar dat is meer omdat het een langere tekst is. Alles moet met elkaar kloppen en ik wil daar een uitgebreider verhaal vertellen. Maar ook daar geldt: op een gegeven moment is het klaar. Je kunt eindeloos aanvullen en verbeteren, maar dan komt het boek er nooit.

Ik zie het vaak gebeuren: mensen die niet beginnen met opruimen, omdat ze nog niet precies weten wat ze willen. Omdat ze eigenlijk eerst nieuwe kasten nodig hebben. Omdat ze eigenlijk meteen de hele kast willen doen, anders heeft het geen zin. Omdat ze dan ook meteen de muren willen schilderen, de kamer opnieuw in willen richten, een nieuwe lamp willen kopen. Omdat ze het perfecte opbergsysteem nog niet hebben gevonden. En ondertussen gaat de tijd voorbij en gebeurt er niets.

Als je dingen voor elkaar wilt krijgen, denk dan aan de 80-20 regel. Het is altijd beter om iets voor 80 procent te doen dan om niets te doen. Je administratie hoeft niet perfect te zijn, als je het maar bijhoudt. Je kleding hoeft niet op kleur te hangen, als alles maar in de kast hangt en ligt. Je hoeft je tijdschriften niet helemaal te lezen, lees alleen de belangrijkste artikelen. Begin dus met de eerste 80 procent. Als je dat gedaan hebt en er is tijd over, dan kun je altijd nog de laatste 20 procent doen.

dinsdag 6 september 2011

Opgeruimder door te lezen


Er komen steeds meer boeken over organizing uit en dat is natuurlijk prima. Het maakt de kans groter dat er iets bijzit dat jou aanspreekt. Als je ergens over leest vergroot je je kennis, maar je opruimachterstanden zijn er niet mee weggewerkt.

Toch zou het je kunnen helpen opgeruimder te worden, wat er ook in staat. Er zijn heel wat onderzoeken die aantonen dat we onbewust beïnvloed worden door wat we lezen.

Als je woorden leest over lompheid, zoals brutaal, agressief, schaamteloos, onbeleefd, etc. dan ben je daarna zelf ook minder beleefd. Proefpersonen die op iemand moesten wachten hadden daar minder geduld voor dan mensen die woorden hadden gelezen die te maken hadden met beleefdheid.

Met andere dingen werkt het net zo: als je leest over intelligente mensen, bijvoorbeeld professoren, dan maak je een toets daarna beter dan wanneer je over iets anders hebt gelezen. En als je woorden ziet die te maken hebben met bejaard zijn, dan ga je daarna langzamer lopen.

Het klinkt misschien ongelooflijk, maar er zijn heel wat experimenten die dit bevestigen. Het effect is niet enorm groot, je wordt niet ineens van dom heel slim als je over professoren leest, maar je wordt wel slimmer.

Het lijkt dus niet zo’n grote sprong om te veronderstellen dat je opgeruimder wordt of eerder gaat opruimen als je leest over opruimen en woorden ziet die daarmee te maken hebben.

Het effect is helaas niet blijvend, dus je moet steeds weer iets lezen om hetzelfde resultaat te bereiken. Eigenlijk is deze nieuwsbrief dus heel goed, omdat je elke keer weer leest over opruimen en onbewust duwt dat je de goede kant op.

En het kan dus ook helemaal geen kwaad om een paar opruimboeken te lezen. Lees steeds een stukje en je voelt je vanzelf opgeruimder.

vrijdag 19 augustus 2011

Doe niets


Je bent altijd druk bezig: je regelt een afscheidsborrel en een kado voor een collega, je ruimt de vaatwasser uit, je doet de boodschappen, betaalt de rekeningen, zoekt nog even iets op op internet, haalt je kinderen op en regelt ondertussen nog even een afspraak bij de tandarts.

En dan opeens houdt het op: je voelt je alsof je geen energie meer hebt, het kan je allemaal niets meer schelen, ze zoeken het maar uit, je bent er even niet. Dat gevoel kent iedereen wel en het is ook niet zo raar.

Bij al die drukke werkzaamheden was je even vergeten om jezelf te voeden. Letterlijk lukte dat misschien nog net, met snel een boterham tussendoor. Maar figuurlijk jezelf voeden, dat heb je al heel lang niet gedaan.

Met jezelf voeden bedoel ik iets doen wat helemaal voor jou is, waar jij energie van krijgt. Iets wat niet nuttig hoeft te zijn, maar wat je gewoon doet, omdat je het leuk vindt. Een boek lezen, naar een museum gaan, op een terras zitten en mensen kijken, een dutje doen, een wandeling maken. Het kan van alles zijn.

Het lijkt misschien een gek advies van een organizer: doe niets. In elk geval niets wat moet en wat met opruimen te maken heeft. Maar het is absoluut noodzakelijk. Als je het niet doet, dan hou je het namelijk niet vol, al je verplichtingen. Dan stort je in. In het ergste geval raak je burnt out. Maar het kan ook zijn dat je wegloopt of opstandig wordt. Dat je weigert om nog iets te doen.

En dat zijn de momenten dat er opruimachterstanden ontstaan. Je wilt namelijk helemaal niets meer en opruimen zeker niet. Het draait allemaal om het evenwicht. Als je opgeruimd wilt zijn, is het nodig om zo af en toe helemaal niets te hoeven, zodat je weer even kunt bijtanken. Daarna kun je dan weer met des te meer energie aan de slag.

De vakantie is natuurlijk een prima moment om dat te doen en ik wens jullie dat allemaal toe deze vakantie. Maar zorg ook buiten de vakantie goed voor jezelf en hou lege tijd in je agenda. Tijd die je ter plekke kunt invullen met waar je op dat moment zin in hebt. Dat is niet alleen leuk, je hebt het gewoon nodig.

woensdag 10 augustus 2011

Gratis mini-cursus: In 3 stappen voorbereid op je opruimacties


Had je in de vakantie ook zo heerlijk weinig nodig?
Als je dit leest, is de kans groot dat je net terug bent van vakantie. Is het je ook opgevallen dat je tijdens de vakantie heerlijk weinig spullen nodig hebt? En dat dat zo lekker licht voelt?

Nu ben je weer thuis en zie je je opruimachterstand.
Met dat lichte vakantiegevoel nog vers in je geheugen is het nu het moment om iets te doen aan je achterstand.

Je kunt natuurlijk meteen aan de slag gaan en dat kan heel goed werken. Maar denk eens terug, hoe vaak ben je al begonnen en na korte tijd weer gestopt met opruimen?

Wil je het dit keer echt goed aanpakken? Voorgoed je achterstand wegwerken? Bedwing dan je ongeduld en trek wat tijd uit voor een goede voorbereiding.

Die voorbereiding krijg je van mij de komende weken. Helemaal voor niets. Op 17 augustus ben ik namelijk jarig en ik vind het leuk om daar een gratis mini-cursus aan te koppelen. Daarom ontvang je vanaf woensdag 17 augustus 3 weken lang elke woensdag de mini-cursus ‘In 3 stappen voorbereid op je opruimacties’.

Voorbereiding op opruimacties is net zo belangrijk als de actie zelf. Vaak is dit deel van het proces onderbelicht. En dat is, volgens mij, een reden dat veel opruimpogingen vroegtijdig stranden. Vandaar deze mini-cursus.

Drie weken lang krijg je van mij elke week een concrete opdracht
die je voorbereid op je opruimacties.

Daarna ben je klaar om aan de slag te gaan.

Wil je deze mini-cursus ontvangen? Schrijf je dan hier in. Je krijgt dan een bevestigingsmail waarin staat dat je je voor een teletraining hebt ingeschreven, maar trek je daar niets van aan, je krijgt gewoon vanaf 17 augustus
3 x een mail met de mini-cursus In 3 stappen voorbereid op je opruimacties. Overigens, ook als je dit na 17 augustus leest, kun je je nog inschrijven tot 1 september, je krijgt dan de mails nagestuurd.

En als bonus ontvang je ook nog gratis twee keer per maand mijn E-zine, met handige tips over organizing.

Schrijf je hier in voor de gratis mini-cursus In 3 stappen voorbereid op je opruimacties.

dinsdag 19 juli 2011

De mythe van discipline


Nog steeds hoor ik het veel mensen verzuchten: ik wil wel georganiseerd zijn, maar ik heb gewoon niet genoeg discipline. Omdat ze opruimen niet leuk vinden, maar toch vinden dat het moet, denken ze dat discipline de enige manier is om het voor elkaar te krijgen.

Laat ik het maar meteen zeggen: dat is onzin en het werkt niet. Als je alleen op discipline wilt opruimen, dan val je altijd terug. Je kunt wel een start maken met discipline, maar je houdt het nooit vol. Als je elke keer al je energie bij elkaar moet rapen om iets te doen, dan komt er een moment dat je niet veel energie hebt. En dan gaat het mis.

Het resultaat is dat je het gevoel hebt dat je tekort schiet, dat je het niet goed kunt en misschien wel dat je zelf niet goed genoeg bent. Je vertelt jezelf dat je gewoon te lui bent om op te ruimen. En je stapels groeien weer aan. Niet erg productief dus. Je motivatie daalt tot onder het nulpunt.

En dat is precies waar het wel om draait: motivatie. Dat is wat je aan de gang houdt en dat is wat je inspireert. Als je gemotiveerd bent om op te ruimen, dan doe je het, ook als je even geen zin hebt. Hoe zorg je voor motivatie?

Bepaal je wens

Onder je spullen ligt een wens verscholen. Je bent ergens naar op zoek, maar omdat je dat onbewust doet, heb je er veel spullen voor nodig. Zodra je weet wat je echte wens is, kun je daar je spullen op afstemmen.

Je wens kan heel concreet zijn, zoals een opleiding volgen, misschien verzamel je dan allemaal folders over workshops en cursussen. Als je weet wat je wilt, kun je al die folders wegdoen en aan een opleiding beginnen.

Het kan ook meer abstract zijn, zoals mensen willen ontvangen in je huis. In dat geval heb je misschien zoveel spullen in huis om te zorgen dat iedereen zich thuis voelt. Met als gevolg dat je niemand meer kunt ontvangen. Je schiet dan je doel voorbij.

De oplossing is om je af te vragen wat mensen nodig hebben om zich thuis te voelen en waarom jij denkt dat daar veel spullen voor nodig zijn.

Als je je wens helder hebt, dan inspireert dat enorm om aan de slag te gaan. Meer over je wens vinden lees je in mijn boek Opgeruimd leven in je huis.

Visualiseer dat je het doet

Sporters die geblesseerd zijn, kunnen doorgaan met trainen door zich voor te stellen dat ze oefeningen doen. Dat heeft zelfs invloed op hun spiermassa. Het klinkt ongelooflijk, maar dit wordt ondersteund door onderzoek.

Dat kun jij ook: stel je voor dat je aan het opruimen bent, dat je met plezier en een lekker tempo door je spullen heen gaat, dat je voor alles een goede bergplek vindt, dat je los kunt laten wat niet meer bij je past en dat je daar een goede bestemming voor vindt.

Stel je dus de handeling voor en niet het resultaat. Doe dat zo levendig mogelijk: met de geur van zeepsop, het stof dat van je boeken af komt, het vrolijke gevoel dat je er bij krijgt als je weer een deel hebt afgerond.

Hoe kun je er nou geen zin in krijgen?

Kijk naar wat je al gedaan hebt
Als je net begint met opruimen, dan is er nog veel te doen. Als je alleen daar naar kijkt, dan word je daar niet vrolijk van. Het lijkt alsof je helemaal niet opschiet en je krijgt de neiging om het maar op te geven. Dan helpt het om bij te houden wat je al gedaan hebt. Maak foto’s van de beginsituatie en vergelijk dat met hoe het nu is. Of maak een lijst met de dingen die je hebt gedaan, in plaats van een lijst met alles wat je nog moet doen. Zo zie je dat je wel degelijk vooruitgang boekt. Vier je resultaten, zodat je weer energie krijgt om ook de volgende stap te nemen.

Hou het doel voor ogen

Denk aan hoe je je voelt als het klaar is, wat een energie en ruimte het oplevert, wat je kunt doen met de ruimte als het opgeruimd is, je wens die je kunt realiseren. Dat helpt je over een motivatiedipje heen.

Als je al een tijdje bezig bent met organiseren, dan heb je al veel gedaan en helpt het je minder om te kijken naar wat al gedaan is. Je krijgt dan de neiging om je al tevreden te voelen: je hebt tenslotte al zoveel gedaan. Dan maak je de taak misschien niet af. Om je te zorgen dat je dan doorgaat kun je kijken naar hoe weinig je nog maar hoeft te doen. Je hoeft nog maar één stapeltje weg te werken en je hele administratie is opgeruimd. In dat geval, kun je nog best even aan die ene stapel gaan werken.

dinsdag 5 juli 2011

Help ik moet kiezen!


Mijn eerste digitale fotocamera is kapot. En omdat repareren tegenwoordig te duur is (zegt de verkoper), ben ik op zoek naar een nieuwe. Dat valt niet mee. Wat is een goede camera? Zijn er eigenlijk wel slechte camera’s? Wil ik veel zoom? Een camera met een eigen accu of toch liever gewone batterijen? En zo kan ik nog wel even door gaan. Ik kan de consumentengids raadplegen en kijken wat volgens hun de beste camera is, ik kan mensen om me heen vragen naar hun ervaringen.

Hoe meer informatie ik heb, hoe minder ik weet wat ik moet doen. De één heeft het over bedieningsgemak, de ander over het handige schermpje, waarop je zo goed je foto ziet. En weer een ander vindt het vooral handig om een zo klein mogelijke camera te hebben. Allemaal hanteren ze verschillende criteria, die allemaal belangrijk kunnen zijn.

Zolang ik zelf niet weet wat ik zelf belangrijk vindt, heb ik daar niet zoveel aan en wordt mijn verwarring alleen maar groter. Elk argument weegt even zwaar. Zo kom ik niet verder.

Ik kan pas bepalen wat ik wil als ik weet wat voor mij belangrijk is: een eenvoudige camera die ik makkelijk kan bedienen en die een behoorlijke accu heeft. Voor mij is een fotocamera niet zo heel belangrijk, het is gewoon een gebruiksvoorwerp. Ik kan dus volstaan met een niet al te duur toestel met alle standaardfuncties, maar ik hoef niets spannends. Dat betekent dat ik naar één winkel ga die redelijk gesorteerd is en niet te duur. Daar zoek ik een gangbare camera uit en laat ik me geen snufjes aansmeren. Klaar, ik kan weer fotograferen.

Je ziet in dit voorbeeld hoe je makkelijk in de war kunt raken bij een relatief simpele keuze. Ik pas een paar regels toe die me uit de verwarring halen:

Bepaal vooraf wat je wilt
Kiezen wordt veel makkelijker als je vooraf een paar randvoorwaarden vaststelt. Je hoeft niet alles te bepalen, maar kijk wel waar je aankoop in elk geval aan moet voldoen. Bij mij was dat ‘een eenvoudige camera, niet al te duur, zonder poespas’. Voor mezelf had ik er ook nog een prijs aan gehangen: rond de honderd euro. Dat beperkt de keuze al aanzienlijk. Hier geldt dus ook: hoe concreter hoe beter.

Gebruik vuistregels

Als je gaat kiezen kun je vuistregels gebruiken, zoals: ‘ik kies het meest gangbare model’ of ‘niet al te ingewikkeld’. In mijn geval gebruik ik vooral de regel dat een fototoestel voor mij niet al te belangrijk is, dus ik wil gewoon iets eenvoudigs wat ik makkelijk kan bedienen.

Dit kan natuurlijk net zo goed de andere kant op gaan. Als fotograferen je hobby is, dan wil je misschien juist het nieuwste van het nieuwste en extra lenzen en alle andere extra’s.

Beperk jezelf

Hoe meer modellen je ziet, hoe meer verwarring het vaak oplevert. Als je eenmaal weet wat je ongeveer wilt, dan kun je in veel gevallen naar één goed gesorteerde winkel gaan in jouw prijsklasse en daar gewoon je keuze maken. Als het om kleding gaat, dan kun je bijvoorbeeld naar drie van je favoriete winkels gaan en dan kiezen wat je het liefste wilt.

Als je nog niet weet wat je wilt, zoals ik in het begin, dan helpt het wel om je te informeren. Je hoort dan van anderen wat zij belangrijk vinden en je kunt dat gebruiken om te bepalen wat voor jou belangrijk is. Je kunt ook eerst in een paar winkels rondkijken zonder iets aan te schaffen. Zo zie je wat de mogelijkheden zijn en kun je bepalen wat jij wilt en wat je in elk geval niet wilt.

Hou wel het belang van de aanschaf in de gaten: voor een huis kijk je langer rond dan voor een nieuwe broek. En vuistregels gebruik je vooral voor aankopen die je wat vaker doet. Zo kun je in de supermarkt de vuistregel gebruiken dat je het huismerk koopt, tenzij dat je niet bevalt. Zo hou je energie over voor de grote, belangrijkere keuzes in het leven.