De vorige keer schreef ik over een aparte combinatie van beloning en straf: je betaalt 600 euro extra als je je inschrijft bij de sportschool en krijgt elke keer dat je gaat sporten 15 euro terug. Dat lijkt te werken.
Deze keer wil ik het hebben over de invloed van beloningen op gedrag. Ik adviseer mensen vaak om zichzelf te belonen als ze opgeruimd hebben. Veel mensen doen dat niet. Ze zeggen dat het opgeruimde huis al genoeg beloning is. Of ze vinden het een beetje raar om zichzelf iets te geven.
Maar belonen werkt.
Op 5 juni was ik op De Dag van de Coach en Ben Tiggelaar sprak daar onder anderen over de rol van beloning bij gedragsverandering. Hij gaf een voorbeeld uit de mijnbouw. Toch niet bepaald een softe sector en dat maakt het voorbeeld des te overtuigender.
In de VS werd bij twee mijnen een beloningssysteem ingevoerd om het aantal ongelukken te verminderen. De mijnarbeiders krijgen punten als ze zelf niet gewond raken en ook als er in het team geen gewonden vallen. De punten zijn in te wisselen bij een winkel, ze kunnen er dus echte spullen, cadeaus van kopen. Eigenlijk een soort spaarsysteem dus.
Wat blijkt? Het verzuim als gevolg van verwondingen daalt in de ene mijn met 98% en in de andere met 89%. Dat is nogal spectaculair. En het systeem werkt ook op de langere termijn, na 15 jaar is het effect er nog steeds. En de medewerkers vinden het bovendien ook nog leuk om hier aan mee te werken, het systeem wordt erg hoog gewaardeerd. Als dit in de mijnbouw kan werken, dan toch zeker bij jouw thuis.
Dus als je je opruimgedrag wilt veranderen, denk dan eens na over een serieuze beloning. En dat kan prima een puntensysteem zijn: elke keer als je een bepaalde actie doet krijg je een punt. Extra punten als je extra dingen opruimt. Bij 100 punten ga je uit eten, bij 250 naar de bioscoop en bij 1000 punten een weekendje weg. Of verzin je eigen beloningen: ga naar een concert, volg een cursus of maak een ballonvaart. Als het maar voelt als een beloning. Punten sparen is niet kinderachtig, het werkt.
woensdag 24 juni 2009
zaterdag 20 juni 2009
Straf en beloning
De meeste mensen weten best wat goed voor ze is: regelmatig sporten, gezond eten, genoeg slapen, elke dag even de rommel opruimen, wekelijks stofzuigen en afstoffen, aan het eind van de dag je bureau leegruimen.
Maar de praktijk is weerbarstig. Je zou eigenlijk…, maar de bank zit zo lekker, die chips is zo aanlokkelijk, dat bureau kan wel wachten en ach, zo stoffig is het ook weer niet.
Henriëtte Prast noemt dat het verschil tussen de doener en de planner in ons. De planner kijkt naar de lange termijn, die wil gezond eten, bewegen en opruimen. De doener wil vooral op korte termijn bevrediging en hangt dus het liefst met chips op de bank, lang leve de lol.
Prast is emotie-econoom, zoals ze het zelf noemt. Ze schrijft over wat economie en geld met ons doet, wat de psychologische kant is van economie. Ze is wekelijks te gast in het programma Alles draait om geld (N.1, zaterdag, 18.55 uur).
Op 6 juni ging het over sporten. Prast was met een experiment bezig. Veel mensen nemen zich voor om te gaan sporten en kopen daarom een jaarkaart, die ze vervolgens nauwelijks gebruiken. Wat nu als ze bij die jaarkaart 600 euro extra moeten betalen en elke keer dat ze gaan sporten krijgen ze daarvan 15 euro terug. Als je veertig keer gaat sporten in een jaar, heb je je eigen geld terug verdiend.
En de doener heeft dus elke week z’n instant bevrediging door die 15 euro die terug is verdiend. Dat het een sigaar uit eigen doos is, dat maakt hem niet uit. Het leek te werken, in elk geval bij de drie mensen in het programma. Die 15 euro leek wel degelijk een motivatie om toch te gaan, ook als je eigenlijk geen zin hebt.
Ik vroeg me natuurlijk meteen af: zou zoiets ook kunnen werken met opruimen? Vaak zeg ik wel tegen mensen dat ze zichzelf moeten belonen, maar dit is wel een hele aparte manier. Eigenlijk straf je jezelf eerst en daarna beloon je jezelf in kleine porties. Die straf ben je dan natuurlijk allang weer vergeten.
Maar u zou het eens kunnen proberen: geef 600 euro aan uw partner (of iemand anders die u vertrouwt). Elke keer dat u een opruimklus heeft gedaan van minimaal een uur (sporten is ook ongeveer een uur), krijgt u 15 euro terug. Als u de 600 euro weer bij elkaar heeft, dan gaan jullie een lang weekend weg. Als iemand het experiment aangaat, dan hoor ik graag de resultaten.
Maar de praktijk is weerbarstig. Je zou eigenlijk…, maar de bank zit zo lekker, die chips is zo aanlokkelijk, dat bureau kan wel wachten en ach, zo stoffig is het ook weer niet.
Henriëtte Prast noemt dat het verschil tussen de doener en de planner in ons. De planner kijkt naar de lange termijn, die wil gezond eten, bewegen en opruimen. De doener wil vooral op korte termijn bevrediging en hangt dus het liefst met chips op de bank, lang leve de lol.
Prast is emotie-econoom, zoals ze het zelf noemt. Ze schrijft over wat economie en geld met ons doet, wat de psychologische kant is van economie. Ze is wekelijks te gast in het programma Alles draait om geld (N.1, zaterdag, 18.55 uur).
Op 6 juni ging het over sporten. Prast was met een experiment bezig. Veel mensen nemen zich voor om te gaan sporten en kopen daarom een jaarkaart, die ze vervolgens nauwelijks gebruiken. Wat nu als ze bij die jaarkaart 600 euro extra moeten betalen en elke keer dat ze gaan sporten krijgen ze daarvan 15 euro terug. Als je veertig keer gaat sporten in een jaar, heb je je eigen geld terug verdiend.
En de doener heeft dus elke week z’n instant bevrediging door die 15 euro die terug is verdiend. Dat het een sigaar uit eigen doos is, dat maakt hem niet uit. Het leek te werken, in elk geval bij de drie mensen in het programma. Die 15 euro leek wel degelijk een motivatie om toch te gaan, ook als je eigenlijk geen zin hebt.
Ik vroeg me natuurlijk meteen af: zou zoiets ook kunnen werken met opruimen? Vaak zeg ik wel tegen mensen dat ze zichzelf moeten belonen, maar dit is wel een hele aparte manier. Eigenlijk straf je jezelf eerst en daarna beloon je jezelf in kleine porties. Die straf ben je dan natuurlijk allang weer vergeten.
Maar u zou het eens kunnen proberen: geef 600 euro aan uw partner (of iemand anders die u vertrouwt). Elke keer dat u een opruimklus heeft gedaan van minimaal een uur (sporten is ook ongeveer een uur), krijgt u 15 euro terug. Als u de 600 euro weer bij elkaar heeft, dan gaan jullie een lang weekend weg. Als iemand het experiment aangaat, dan hoor ik graag de resultaten.
maandag 15 juni 2009
Je kledingkast: ruimte en overzicht creëren

Stap1: Ruimte maken
De eerste stap bij het organiseren van je kledingkast is: ruimte maken
Je gaat bepalen welke kleding je houdt en welke je weg doet.
Doe het stap voor stap, dus plank voor plank of haal een deel van je hangkleding uit de kast en zoek dat uit. Haal beslist niet in één keer de hele kast leeg, want dan loop je het risico dat je halverwege afhaakt en je hele bed vol ligt met kleding.
Kiezen: houden of wegdoen?
Alles wat kapot, vuil of beschadigd is en alles wat niet meer past kan weg. Dat geldt ook voor kleding die je toch nooit draagt. Soms is een kledingstuk prima en het past ook wel, maar je draagt het eigenlijk nooit. Omdat het je kleur niet is, nergens bij past of niet lekker zit. Weg ermee!
Werk zo je hele kledingkast door. Kleding voor speciale gelegenheden heb je niet zo vaak aan, maar dat doe je uiteraard niet weg. Vergeet ook je schoenen niet. Beoordeel die op dezelfde manier. Nu heb je alleen nog kleding over die je daadwerkelijk draagt. Dat scheelt een stuk.
Stap 2: Overzicht creëren
Nu is het tijd om je kledingkast opnieuw in te delen, als dat nodig is natuurlijk. Er zijn verschillende manieren die je kunt gebruiken om een indeling te maken, kies die indeling die bij je past. Heb je geen echte voorkeur? Kies dan de indeling die het meeste lijkt op je huidige indeling, dan heb je het minste werk te doen.
Mogelijke indelingen zijn:
- Naar seizoen: winter- en zomerkleding scheiden (misschien heb je een derde categorie voor de ‘tussenseizoenen’ lente en herfst);
- Naar activiteit: als de kleding die je op het werk draagt erg verschilt van wat je thuis draagt, dan kun je werk- en vrijetijdskleding onderscheiden. Ook kleding voor een bepaalde sport kun je apart opbergen.
- Naar soort kledingstuk: in dit geval hang en leg je de broeken bij de broeken, de bloezen bij de bloezen, de t-shirts bij de t-shirts enzovoort.
- Op kleur of combinatie: als je een aantal (kleur)combinaties hebt die je vaak draagt, dan kun je je kleding op kleur hangen en leggen en/of je kunt bepaalde kledingcombinaties bij elkaar opbergen.
Je kunt deze methodes natuurlijk ook combineren. Zelf onderscheid ik zomer- en winterkleding en binnen die zomerkleding liggen mijn shirts op kleur. Zo kun je ook je zomerkleding sorteren naar soort kledingstuk en al je zomerbroeken bij elkaar hangen.
De eerste stap bij het organiseren van je kledingkast is: ruimte maken
Je gaat bepalen welke kleding je houdt en welke je weg doet.
Doe het stap voor stap, dus plank voor plank of haal een deel van je hangkleding uit de kast en zoek dat uit. Haal beslist niet in één keer de hele kast leeg, want dan loop je het risico dat je halverwege afhaakt en je hele bed vol ligt met kleding.
Kiezen: houden of wegdoen?
Alles wat kapot, vuil of beschadigd is en alles wat niet meer past kan weg. Dat geldt ook voor kleding die je toch nooit draagt. Soms is een kledingstuk prima en het past ook wel, maar je draagt het eigenlijk nooit. Omdat het je kleur niet is, nergens bij past of niet lekker zit. Weg ermee!
Werk zo je hele kledingkast door. Kleding voor speciale gelegenheden heb je niet zo vaak aan, maar dat doe je uiteraard niet weg. Vergeet ook je schoenen niet. Beoordeel die op dezelfde manier. Nu heb je alleen nog kleding over die je daadwerkelijk draagt. Dat scheelt een stuk.
Stap 2: Overzicht creëren
Nu is het tijd om je kledingkast opnieuw in te delen, als dat nodig is natuurlijk. Er zijn verschillende manieren die je kunt gebruiken om een indeling te maken, kies die indeling die bij je past. Heb je geen echte voorkeur? Kies dan de indeling die het meeste lijkt op je huidige indeling, dan heb je het minste werk te doen.
Mogelijke indelingen zijn:
- Naar seizoen: winter- en zomerkleding scheiden (misschien heb je een derde categorie voor de ‘tussenseizoenen’ lente en herfst);
- Naar activiteit: als de kleding die je op het werk draagt erg verschilt van wat je thuis draagt, dan kun je werk- en vrijetijdskleding onderscheiden. Ook kleding voor een bepaalde sport kun je apart opbergen.
- Naar soort kledingstuk: in dit geval hang en leg je de broeken bij de broeken, de bloezen bij de bloezen, de t-shirts bij de t-shirts enzovoort.
- Op kleur of combinatie: als je een aantal (kleur)combinaties hebt die je vaak draagt, dan kun je je kleding op kleur hangen en leggen en/of je kunt bepaalde kledingcombinaties bij elkaar opbergen.
Je kunt deze methodes natuurlijk ook combineren. Zelf onderscheid ik zomer- en winterkleding en binnen die zomerkleding liggen mijn shirts op kleur. Zo kun je ook je zomerkleding sorteren naar soort kledingstuk en al je zomerbroeken bij elkaar hangen.
donderdag 4 juni 2009
Statusangst en evolutie
Op deze plek schreef ik al eerder dat we onze genen tegen ons hebben als het gaat om wegdoen van spullen, omdat we nou eenmaal jagers en verzamelaars zijn (zie blog 5 december 2007). Nu blijkt dat ook het najagen van status evolutionair bepaald. Dus niet alleen willen we spullen verzamelen, maar ook nog eens mooiere en duurdere spullen dan de buurman.
Reputatie en status waren ook in het verleden al van groot belang. Hoe hoger je status, hoe meer eten en hoe meer sekspartners. En dus is status geassocieerd met overleven en het doorgeven van je genen.
Kortom, je status willen verhogen is een instinct. Wat niet wil zeggen dat we ons er helemaal niet tegen kunnen verzetten, maar het maakt het niet eenvoudiger.
Dit schrijft Geoffrey Miller in Darwin en de consument. Ik las er over in Psychologie Magazine van mei 2009.
Reputatie en status waren ook in het verleden al van groot belang. Hoe hoger je status, hoe meer eten en hoe meer sekspartners. En dus is status geassocieerd met overleven en het doorgeven van je genen.
Kortom, je status willen verhogen is een instinct. Wat niet wil zeggen dat we ons er helemaal niet tegen kunnen verzetten, maar het maakt het niet eenvoudiger.
Dit schrijft Geoffrey Miller in Darwin en de consument. Ik las er over in Psychologie Magazine van mei 2009.
Labels: opruimen
verzamelen
dinsdag 2 juni 2009
Als praktische tips niet helpen, wat dan?

Niet voor iedereen die wil opruimen en organiseren is dezelfde oplossing effectief. Naarmate ik langer bezig ben met organizen valt me dat steeds meer op. Aan de oppervlakte kan een huis er hetzelfde uitzien, maar de oplossing kan verschillend zijn.
De reden hiervoor is dat opruimen op zich niet motiveert. Je hebt een reden nodig om het te gaan doen. Als je weet waarvoor je al die inspanningen levert en waar je naar toe wilt, dan is opruimen niet moeilijk meer.
Er zijn mensen die echt op zoek zijn naar praktische tips en daar ook meteen mee aan de slag gaan. Zij hebben een doel voor ogen en voor hen is opruimen een middel om bij dat doel te komen. Dan begin je gewoon als je maar eenmaal weet waar je moet beginnen en hoe je het moet doen.
Vervolgens is er een groep mensen die steeds weer terugvalt in oude gewoontes. Zij weten wel hoe ze moeten opruimen en maken ook steeds een start, maar ze houden het niet vol. Deze mensen denken meestal dat ze geen discipline hebben of lui zijn. Daar geloof ik niet in.
In feite hebben zij hun doel te ver weg gelegd. Ze zijn bijvoorbeeld op zoek naar een nieuwe relatie. Zo’n soort doel kan zo belangrijk zijn, dat je er door verlamd raakt. Daardoor lopen ze vast en doen ze niet veel meer. Hun huis weerspiegelt dat. Voor hen is de oplossing om het doel dichterbij te brengen, bijvoorbeeld door te zeggen dat ze graag nieuwe mensen willen ontmoeten. Om die te kunnen ontvangen wil je je huis wel toonbaar maken. Dat motiveert.
Tot slot is er een derde groep mensen: degenen die nog geen idee hebben van hun doel. Als je geen doel hebt, dan weet je ook niet waar je naar toe gaat. Je hebt geen idee welke spullen bij je horen en welke je weg kunt doen. Dit uit zich vaak in niet weg kunnen gooien. Dan kun je zelfs prima georganiseerd zijn, maar toch vastzitten.
Dit komt vaak doordat mensen een grote verandering doormaken in hun leven. Dat kan een gewenste verandering zijn, zoals samenwonen of een kind krijgen, maar ook iets wat je overkomt, zoals kinderen die de deur uitgaan, een scheiding of je baan verliezen. Het kan ook simpelweg zijn omdat je jezelf ontwikkeld. Je weet dat je je oude leven niet meer wilt, maar je weet nog niet zeker wat je dan wel wilt.
Dan kom je pas verder als je je doel hebt gevonden. Daar zijn verschillende technieken voor. De algemene lijn is dat je naar binnen gaat kijken en op zoek gaat naar waar je gepassioneerd voor bent of was.
Je doel hoeft niet altijd een concreet iets te zijn, zoals een studie gaan doen of een eigen bedrijf beginnen. Het kan ook zijn dat je op zoek gaat naar meer balans in je leven, meer aandacht wilt voor je persoonlijke ontwikkeling of je meer wilt verbinden met je gevoel in plaats van je verstand.
Als je je huis en je leven wilt organiseren, is het belangrijk om eerst uit te zoeken in welke categorie je valt. Daarna weet je pas waar je naar op zoek bent en wat voor advies je nodig hebt.
De workshop Ontdek je opgeruimde zelf richt zich vooral op mensen die zich herkennen in de tweede en derde categorie. De eerstvolgende workshopserie start op 10 oktober 2009.
Weet je nog niet in welke groep je valt? Kom kennismaken met Ontdek je opgeruimde zelf? Kom dan naar een Opruimfeest.
De workshopserie is nu ook beschikbaar als individueel programma.
Meer informatie over de workshop, het Opruimfeest en het individuele programma vind je op http://www.ontdekjeopgeruimdezelf.nl/.
De reden hiervoor is dat opruimen op zich niet motiveert. Je hebt een reden nodig om het te gaan doen. Als je weet waarvoor je al die inspanningen levert en waar je naar toe wilt, dan is opruimen niet moeilijk meer.
Er zijn mensen die echt op zoek zijn naar praktische tips en daar ook meteen mee aan de slag gaan. Zij hebben een doel voor ogen en voor hen is opruimen een middel om bij dat doel te komen. Dan begin je gewoon als je maar eenmaal weet waar je moet beginnen en hoe je het moet doen.
Vervolgens is er een groep mensen die steeds weer terugvalt in oude gewoontes. Zij weten wel hoe ze moeten opruimen en maken ook steeds een start, maar ze houden het niet vol. Deze mensen denken meestal dat ze geen discipline hebben of lui zijn. Daar geloof ik niet in.
In feite hebben zij hun doel te ver weg gelegd. Ze zijn bijvoorbeeld op zoek naar een nieuwe relatie. Zo’n soort doel kan zo belangrijk zijn, dat je er door verlamd raakt. Daardoor lopen ze vast en doen ze niet veel meer. Hun huis weerspiegelt dat. Voor hen is de oplossing om het doel dichterbij te brengen, bijvoorbeeld door te zeggen dat ze graag nieuwe mensen willen ontmoeten. Om die te kunnen ontvangen wil je je huis wel toonbaar maken. Dat motiveert.
Tot slot is er een derde groep mensen: degenen die nog geen idee hebben van hun doel. Als je geen doel hebt, dan weet je ook niet waar je naar toe gaat. Je hebt geen idee welke spullen bij je horen en welke je weg kunt doen. Dit uit zich vaak in niet weg kunnen gooien. Dan kun je zelfs prima georganiseerd zijn, maar toch vastzitten.
Dit komt vaak doordat mensen een grote verandering doormaken in hun leven. Dat kan een gewenste verandering zijn, zoals samenwonen of een kind krijgen, maar ook iets wat je overkomt, zoals kinderen die de deur uitgaan, een scheiding of je baan verliezen. Het kan ook simpelweg zijn omdat je jezelf ontwikkeld. Je weet dat je je oude leven niet meer wilt, maar je weet nog niet zeker wat je dan wel wilt.
Dan kom je pas verder als je je doel hebt gevonden. Daar zijn verschillende technieken voor. De algemene lijn is dat je naar binnen gaat kijken en op zoek gaat naar waar je gepassioneerd voor bent of was.
Je doel hoeft niet altijd een concreet iets te zijn, zoals een studie gaan doen of een eigen bedrijf beginnen. Het kan ook zijn dat je op zoek gaat naar meer balans in je leven, meer aandacht wilt voor je persoonlijke ontwikkeling of je meer wilt verbinden met je gevoel in plaats van je verstand.
Als je je huis en je leven wilt organiseren, is het belangrijk om eerst uit te zoeken in welke categorie je valt. Daarna weet je pas waar je naar op zoek bent en wat voor advies je nodig hebt.
De workshop Ontdek je opgeruimde zelf richt zich vooral op mensen die zich herkennen in de tweede en derde categorie. De eerstvolgende workshopserie start op 10 oktober 2009.
Weet je nog niet in welke groep je valt? Kom kennismaken met Ontdek je opgeruimde zelf? Kom dan naar een Opruimfeest.
De workshopserie is nu ook beschikbaar als individueel programma.
Meer informatie over de workshop, het Opruimfeest en het individuele programma vind je op http://www.ontdekjeopgeruimdezelf.nl/.
vrijdag 29 mei 2009
Slow organizing 2: de koffievlektheorie

De vorige keer schreef ik dat slow organizing een continu proces is van aanpassen van je spullen en hun indeling. Misschien dacht je toen: dat is een mooie gedachte, maar ik zit met chaos om me heen en ik weet niet hoe ik moet beginnen. Slow of niet slow, ik wil gewoon praktische tips!
Ook georganiseerd worden gaat stap voor stap, slow dus. Volgens mij kan het op twee manieren:
1. Je begint elke dag één en dezelfde plek op te ruimen
2. Je leert nieuwe gewoontes aan
Eigenlijk is de eerste manier ook een gewoonte, dus er is eigenlijk maar één manier. Nieuwe gewoontes helpen je opgeruimd te blijven. Er zijn ook specifieke gewoontes, waardoor je opgeruimder wordt. Maar elke dag dezelfde plek opruimen is een heldere manier om langzamerhand opgeruimder te worden.
Ik weet dat er nu mensen zijn die denken: maar zo duurt het jaren voordat ik mijn huis georganiseerd heb! Misschien is dat zo, als je één plek gaat organiseren, elke dag weer, dan is dat één plek en zie je nog niet zoveel resultaat.
Maar als je begint om één plek consequent bij te houden gebeuren er een paar dingen.
Het mooie is dat die plek zich ‘vanzelf’ gaat uitbreiden. Als namelijk je bureau opgeruimd is, dan heb je de neiging om ook andere plekken in de buurt te gaan opruimen. En dan is er geen houden meer aan, voor je het weet is je hele werkkamer georganiseerd.
Een ander effect is dat je gaat wennen aan het idee dat je elke dag je bureau opruimt. Als dat eenmaal in je systeem zit, dan ga je daarop anticiperen. Dus als je overdag een stapeltje op je bureau wilt leggen, dan denk je: ‘Dat stapeltje ga ik aan het einde van de dag opruimen. Eigenlijk kan ik dat net zo goed meteen doen, dan hoeft het straks niet.’ Dan hoef je aan het einde van de dag je bureau niet eens meer op te ruimen, het bureau lijkt zichzelf schoon te houden. Je hebt het opruimen opgenomen in je routine. En laat dat nou precies de bedoeling zijn.
Dat is wat ik de koffievlektheorie noem: als je er iets aan doet, dan gaat het nooit meer weg, sterker nog, de vlek (gewoonte) breidt zich alleen maar uit.
Ook georganiseerd worden gaat stap voor stap, slow dus. Volgens mij kan het op twee manieren:
1. Je begint elke dag één en dezelfde plek op te ruimen
2. Je leert nieuwe gewoontes aan
Eigenlijk is de eerste manier ook een gewoonte, dus er is eigenlijk maar één manier. Nieuwe gewoontes helpen je opgeruimd te blijven. Er zijn ook specifieke gewoontes, waardoor je opgeruimder wordt. Maar elke dag dezelfde plek opruimen is een heldere manier om langzamerhand opgeruimder te worden.
Ik weet dat er nu mensen zijn die denken: maar zo duurt het jaren voordat ik mijn huis georganiseerd heb! Misschien is dat zo, als je één plek gaat organiseren, elke dag weer, dan is dat één plek en zie je nog niet zoveel resultaat.
Maar als je begint om één plek consequent bij te houden gebeuren er een paar dingen.
Het mooie is dat die plek zich ‘vanzelf’ gaat uitbreiden. Als namelijk je bureau opgeruimd is, dan heb je de neiging om ook andere plekken in de buurt te gaan opruimen. En dan is er geen houden meer aan, voor je het weet is je hele werkkamer georganiseerd.
Een ander effect is dat je gaat wennen aan het idee dat je elke dag je bureau opruimt. Als dat eenmaal in je systeem zit, dan ga je daarop anticiperen. Dus als je overdag een stapeltje op je bureau wilt leggen, dan denk je: ‘Dat stapeltje ga ik aan het einde van de dag opruimen. Eigenlijk kan ik dat net zo goed meteen doen, dan hoeft het straks niet.’ Dan hoef je aan het einde van de dag je bureau niet eens meer op te ruimen, het bureau lijkt zichzelf schoon te houden. Je hebt het opruimen opgenomen in je routine. En laat dat nou precies de bedoeling zijn.
Dat is wat ik de koffievlektheorie noem: als je er iets aan doet, dan gaat het nooit meer weg, sterker nog, de vlek (gewoonte) breidt zich alleen maar uit.
vrijdag 22 mei 2009
Schoonmaken tegen depressie
Tegenwoordig zitten we vooral, maar dat is pas heel recent zo. Als je terugkijkt in de geschiedenis, dan heeft de mens meestal een actief leven geleid. Eerst was dat als jager en verzamelaar en daarna als boer of arbeider. Een leven met weinig fysieke inspanning was alleen weggelegd voor de elite. Pas een jaar of vijftig geleden is dat gaan veranderen en gingen grote groepen mensen ‘op kantoor’ werken en een zittend bestaan leiden.
Volgens de Amerikaanse neurowetenschapper Kelly Lambert worden we daar niet vrolijk van. We hebben inspanning nodig om ons gelukkig te voelen en ons brein is niet gemaakt op stilzitten. Lambert gaat nog verder en draait dit ook om: als je depressief bent, dan zou het helpen om actief te worden. Het moet dan wel iets zijn wat je leuk vindt. Dus als je een hekel hebt aan stofzuigen, dan helpt dat niet tegen depressie, maar als je het juist leuk vindt, dan kan stofzuigen je uit je dip trekken.
Andere wetenschappers zeggen dat Lambert weliswaar een interessant punt maakt, maar dat het wel wat ver gaat om depressie alleen te bestrijden met fysieke inspanning. Waarschijnlijk gaat het dus niet zo ver als Lambert beweert.
Maar uit ervaring kan ik ook wel aanvoelen dat er wel degelijk iets in zit. Als je je niet prettig voelt, dan ga je je niet beter voelen als je voor op de bank voor te televisie blijft hangen. Maar als je iets zinvols gaat doen, zoals dweilen, ramen lappen of strijken dan voel je je daarna beter. Zelf knap ik er altijd enorm van op als ik ga poetsen, vooral als ik het gevoel heb dat er niks goed gaat. Maar dweilen kan ik prima en als ik de ramen lap heb ik direct resultaat. Voor mij zit het meer in het directe, zichtbare resultaat, dan ik de beweging. Denk ik tenminste.
Volgens de Amerikaanse neurowetenschapper Kelly Lambert worden we daar niet vrolijk van. We hebben inspanning nodig om ons gelukkig te voelen en ons brein is niet gemaakt op stilzitten. Lambert gaat nog verder en draait dit ook om: als je depressief bent, dan zou het helpen om actief te worden. Het moet dan wel iets zijn wat je leuk vindt. Dus als je een hekel hebt aan stofzuigen, dan helpt dat niet tegen depressie, maar als je het juist leuk vindt, dan kan stofzuigen je uit je dip trekken.
Andere wetenschappers zeggen dat Lambert weliswaar een interessant punt maakt, maar dat het wel wat ver gaat om depressie alleen te bestrijden met fysieke inspanning. Waarschijnlijk gaat het dus niet zo ver als Lambert beweert.
Maar uit ervaring kan ik ook wel aanvoelen dat er wel degelijk iets in zit. Als je je niet prettig voelt, dan ga je je niet beter voelen als je voor op de bank voor te televisie blijft hangen. Maar als je iets zinvols gaat doen, zoals dweilen, ramen lappen of strijken dan voel je je daarna beter. Zelf knap ik er altijd enorm van op als ik ga poetsen, vooral als ik het gevoel heb dat er niks goed gaat. Maar dweilen kan ik prima en als ik de ramen lap heb ik direct resultaat. Voor mij zit het meer in het directe, zichtbare resultaat, dan ik de beweging. Denk ik tenminste.
Labels: opruimen
actie,
afleiding,
huishouden
Abonneren op:
Posts (Atom)