dinsdag 8 december 2009

Je eerste opruimherinnering


Zijn wij ganzen?
Als een gans uit het ei komt, dan beschouwt hij het eerste wat hij ziet als zijn moeder. Ook als dat een mens is of een ander dier. Bij mensen werkt dat ook een beetje zo: de eerste prijs van een product bepaalt je referentiekader, daar meet je andere prijzen aan af. Je eerste ervaring in een restaurant bepaalt je verwachtingen voor andere restaurants. Dat geldt voor goede en slechte ervaringen. Imprinten noemen psychologen dat.

Ik heb zelf een keer voedselvergiftiging opgelopen door Chinees eten, tenminste dat gaf ik de schuld. Ik heb minstens een jaar geen Chinees gegeten, ook niet uit andere restaurants. Inmiddels ben ik dat gevoel weer kwijt, maar ik ken iemand die in haar jeugd misselijk is geweest na het eten van een mandarijn. Ze eet nog steeds geen mandarijnen.

Als dat voor prijzen geldt en voor eten, waarom zou het dan niet voor opruimen gelden? Dat zou betekenen dat vroege ervaringen met opruimen en schoonmaken je houding er tegenover voor altijd kunnen bepalen.

‘Toevallig’ is mijn eerste herinnering een goede herinnering. In de voorjaarsvakantie ging mijn moeder vaak aan de grote schoonmaak. De radio ging dan hard aan, alles kwam van z’n plek en in mijn herinnering was het een vrolijke boel en rook alles lekker naar sop. Mijn moeder vond het volgens mij helemaal niet zo leuk, maar ik als kind genoot ervan.

Het kan natuurlijk ook zijn dat ik opruimen toen al leuk vond en dat ik er daarom een goede herinnering aan heb. Dat vind ik moeilijk te achterhalen. Maar als ik het toen al leuk vond, dan moet dat ook ergens door komen. Ik kan me bijvoorbeeld niet herinneren dat ik naar mijn kamer werd gestuurd omdat ik ‘moest’ opruimen. Zo heb ik het nooit ervaren, ik werd ook nooit op die manier gestraft. Opruimen hoorde er gewoon bij. Afwassen, ja dat was een taak die mijn zusje en ik moesten delen. Nu heb ik een afwasmachine.

Nou is het natuurlijk niet zo dat zo’n vroege ervaring je hele leven hoeft te bepalen. Je kunt dat best veranderen en zo'n hekel heb ik nou ook weer niet aan afwassen. Maar veranderen lukt pas als je weet dat je een hekel hebt aan opruimen omdat je er vroeger mee gestraft werd of omdat je een andere negatieve herinnering hebt. Ga dus eens na wat er bij jou is ingeprent over opruimen en of dat iets te maken heeft met je huidige ideeën en gevoelens over opruimen. Wie weet is het tijd voor een ander beeld of een ander verhaal dat je jezelf vertelt, zodat je net als ik een positief gevoel kunt hebben bij opruimen.

dinsdag 1 december 2009

Opruimen, ideaalbeeld of schrikbeeld?



Sommige mensen hebben een visioen van een leeg huis. Dat is hun ideaal, dat is wat ze willen bereiken. Nergens liggen losse spullen en er is veel ‘open’ ruimte. Als ze naar hun eigen huis kijken, dan zakt de moed ze al meteen in de schoenen. Dat ligt zover van dat ideaal af. Hoe krijgen ze dat ooit voor elkaar?

Vaak komt dat ideaalbeeld uit tijdschriften of van zeer opgeruimde buren of familieleden. Natuurlijk is een tijdschrifthuis geen echt huis. Daar woont niemand, komt niemand met natte schoenen en tassen naar binnen lopen, daar komt niet dagelijks een stapel post naar binnen. Daar wordt niet gekookt. Kortom, dat is geen beeld wat je zelf kunt realiseren.

Maar dan die buren of familieleden. Die lukt het toch ook? Vergis je niet, die buren of familieleden hebben misschien wel heel erg hard gewerkt om het zo opgeruimd te maken als jij komt. Dat zie je niet.

Veel mensen denken: om zo opgeruimd te zijn, dan moet je er wel altijd mee bezig zijn. En dat willen de meeste mensen niet. Het resultaat is vaak dat je dan maar helemaal niet meer op gaat ruimen. Je ideaalbeeld is immers toch niet bereikbaar.

Inderdaad, het ideaalbeeld van een leeg huis is niet realistisch. Waar geleefd wordt, daar kun je meestal ook zien dat er geleefd wordt. En dat is prima. De krant van vandaag mag best op tafel liggen en als je net koffie hebt gedronken, dan staan er kopjes op tafel of in de keuken.

De kunst is om beide extremen los te laten. Je hoeft geen leeg huis uit een reclamefolder te hebben. Maar het alternatief is niet een vol huis met overal stapels en onafgemaakte zaken. Het alternatief is een huis dat overzichtelijk is en waar je dagelijks de spullen op hun plek kunt leggen. Je hoeft echt niet voortdurend bezig te zijn met opruimen en krampachtig elk dingetje meteen op z’n plek te leggen.

Als je je aan twee regels houdt dan kun je je huis prima bijhouden. De eerste regel is om aan het eind van elke klus je spullen terug te leggen. En de tweede regel is om dagelijks wat tijd te nemen om alle achtergebleven spullen weer op hun plek te leggen. Dan kun je je huis gebruiken waar het voor bedoeld is: ontspannen, leven en je thuis voelen.

woensdag 25 november 2009

Overwin je spullen


Op 20 november zag ik Lenette van Dongen. In haar voorstelling vertelt ze hoe ze haar kelder opruimt. Ze vindt daar allerlei spullen van vroeger, maar ook dingen die ze ooit gekocht heeft, maar nooit gebruikt. Dingen die bij een idee horen dat ze over zichzelf had.

Nu ze vijftig is geworden is ze er aan toe om dat idee los te laten. De dromen die zo ooit had over wie ze zou willen zijn of zou moeten zijn. De voornemens om toch echt te gaan kalligraferen. Ze ontdekt tijdens het opruimen welke ideeën en beelden daar achter zaten. Van Dongen in het AD van 18 november 2009: 'Het opruimen was begonnen als iets praktisch, maar ik merkte dat het een enorme impact had. Al die dingen uit je verleden die daar staan te versloffen, daar zitten allemaal dromen achter, voornemens voor wat je ooit nog allemaal wilde gaan doen.'

Het kalligraferen blijkt een heel droombeeld te vertegenwoordigen over zelf gekalligrafeerde uitnodigingen voor dineetjes van 7 gangen. En de broodbakmachine vertegenwoordigt het idee van de oermoeder die haar eigen brood bakt en haar eigen jam maakt.

Natuurlijk is dat er allemaal nooit van gekomen, kon ze al die verwachtingen van zichzelf onmogelijk waarmaken. Als ze besluit al die dingen weg te doen, dan zegt ze ook de voornemens vaarwel en dat voelt voor Lenette als een overwinning. Vandaar dat het programma ook genoemd is naar de godin van de overwinning, Niké.

Behalve de spullen en de goede voornemens die daar bij horen, laat ze nog veel meer illusies los, de voorstelling gaat over meer dan opruimen. Maar juist daarom komt het thema zo mooi naar voren: het gaat ook niet om de spullen, maar om waar die spullen voor staan. De voornemens, dromen en illusies die er bij horen. Eerder noemde ik dat wensspullen.

Lenette van Dongen trekt zich van niemand meer iets aan. Na het opruimen heeft ze een goede bui gekregen en die houdt ze nou eens helemaal voor zichzelf. Heerlijk.

Als je moeite hebt met spullen loslaten en om jezelf wilt lachen, dan is dit programma een echte aanrader.

zondag 15 november 2009

Maak je keuken feestdagenklaar


3 acties om je keuken feestdagenklaar te maken

Met de feestdagen in aantocht, is het handig om wat extra aandacht te besteden aan de keuken. Daarom deze maand 3 acties die je meer ruimte geven in de keuken:

1.Doe ongebruikte apparaten weg, die nemen alleen maar ruimte in, in je kastjes en op het aanrecht. Denk aan pasta- en broodbakmachines, die grill of dat gourmetstel. Doneer ze aan een tweedehandswinkel, geef ze weg op gratisaftehalen.nl of verkoop ze op marktplaats.nl. Kijk ook of je ongebruikt servies, pannen of bestek hebt. Doe dat ook weg. En dat geldt ook voor alles waar een hoekje af is of een accessoire ontbreekt.


2.Inventariseer je voorraadkast. Doe dat plank voor plank. Haal alles per plank er uit. Als je lades met voorraad hebt, neem die dan ook mee. Als de datum verlopen is, doe je het natuurlijk weg. Met de rest kun je de komende tijd gaan koken, dat ruimt lekker op. Vergeet ook je kruiden niet. Kom je een ingrediënt tegen en weet je niet wat je ermee moet? Zoek even op internet en je hebt in een mum van tijd een recept gevonden. Tik gewoon in: recept met en dan het ingrediënt en je krijgt een overvloed aan mogelijkheden.

Als je nog zin hebt, kun je hetzelfde doen met je vriezer.

3.Kijk eens omhoog: maak de bovenkant van je kastjes en de koelkast schoon. Leg er vervolgens kranten of bakpapier op, zo hoef je nooit meer de bovenkanten schoon te maken, alleen nog maar het papier te vervangen. Eventuele bakactiviteiten voor de feestdagen laten dan geen vette sporen na (oliebollen!).

woensdag 11 november 2009

Ruim je huis op en wordt een beter mens (en andere gevonden voorwerpen)


Niet alleen voel je je fijner in een opgeruimd, fris ruikend huis, je wordt er ook hulpvaardiger van. Dat meldt Psychological Science binnenkort.

Proefpersonen moesten geld verdelen tussen een kamergenoot en henzelf. In een fris ruikende kamer verdeelden ze het bijna gelijk, ze hielden maar een beetje extra voor zichzelf. In een smoezelige kamer gaven ze veel minder aan de andere persoon.

Ook waren ze eerder bereid zich in te zetten voor een goed doel of hier geld aan te geven. Een schoon, fris ruikend huis maakt je dus socialer.

Bron: Trouw, 28 oktober 2009


Avonddienst brengt stress, maar ook creativiteit

Sociologe Melinda Mills heeft onderzocht wat onregelmatige diensten betekenen voor je gezinsleven. Ze vond dat het stress oplevert, maar ook dat er vaak creatieve oplossingen worden gevonden.

De stress ontstaat omdat degene die avond- en nachtdiensten heeft dingen mist: met het hele gezin eten is vaak moeilijk, je mist verjaardagsfeestjes en een sociaal leven is in het algemeen moeilijker. Ook levert het discussies op met de partner.

De andere kant is dat mensen vaak bewust kiezen voor onregelmatige diensten, zodat ze elkaar af kunnen wisselen in de zorg voor de kinderen. En dan eet je ’s avonds niet samen, dan doe je dat toch gewoon tijdens de lunch? En een kinderfeestje hoef je toch niet altijd ’s middags te houden? ’s Ochtends kan dat ook prima. Kortom, deze mensen stappen uit het vaste patroon en vinden een oplossing die bij hun past.

Bron: NRC Handelsblad, 24 en 25 oktober 2009

Een nieuwe gewoonte leren duurt gemiddeld 9 weken

Had je goede voornemens na de vakantie? En heb je net geconstateerd dat het weer niet gelukt is? Geef het niet op, want het duurt gemiddeld 9 weken voordat nieuw gedrag een automatisme is geworden. En het is nu zo’n 9 weken na de vakantie. Maar die 9 weken is een gemiddelde en daar zitten ook mensen tussen die het in drie weken onder de knie krijgen. Bij de meeste mensen duurt het 3 tot 6 maanden voordat een gewoonte is ingesleten. De omslag kan dus nog komen. Gewoon weer verder gaan met sporten, opruimen, rustiger aan doen, dus. En denk hier aan als je een goed voornemen voor het nieuwe jaar maakt. Lijkt me ook een goede reden om het tot één voornemen te beperken, dat kost al genoeg energie.

Bron: Psychologie Magazine, november 2009

donderdag 5 november 2009

Leergeld


Het Nibud heeft onderzocht hoe ouders hun kinderen voorbereiden op financiële zelfstandigheid. Daaruit blijkt dat ouders dat vaak lastig vinden. En dat terwijl juist kinderen tot hun achttiende jaar voorbereid moeten worden op financiële zelfstandigheid. Na hun achttiende mogen en kunnen ze namelijk opeens veel meer. Daarom is het van belang dat ze tot die tijd kunnen experimenteren zonder al te grote gevolgen.

Dat doe je door je kind zakgeld te geven. Dat kan al vanaf 6 jaar, volgens het Nibud. Op die manier leren kinderen de waarde van geld en ook dat het handig is om je geld op te sparen om iets groters te kopen.

Vanaf 12 jaar kun je kleedgeld introduceren. Het is van belang om dan af te spreken wat het kind zelf betaalt van dat geld en je daar ook aan te houden. Dus als de afspraak is dat je kind zelf broeken koopt, dan koop je geen broeken. Ook als je zoon of dochter alles uitgeeft aan iets anders. Het is juist van belang dat je kind ervaart dat dat consequenties heeft, dat je geld maar één keer uit kunt geven. En tegenwoordig is het echt niet zo dat kinderen dan niets meer hebben om aan te trekken (ook al vinden ze zelf misschien van wel). Slechts dertig procent van alle ouders geeft trouwens kleedgeld, de rest betaalt gewoon alle kleding voor hun kinderen.

Hetzelfde geldt voor de mobiele telefoon. Veel ouders betalen die helemaal voor hun kinderen. Dat komt ook omdat kinderen onder de 18 zelf geen abonnement mogen afsluiten. Het geld wordt dus toch al bij de ouders afgeschreven. Veel ouders vangen dit wel op met prepaidabonnementen: daarmee is het belgedrag begrensd en kunnen ze hun kinderen makkelijker later betalen voor een kaart. Toch springen de meeste ouders bij als de kinderen meer bellen dan afgesproken.

Het Nibud ziet zakgeld, kleedgeld en geld voor de mobiel als leergeld. Maar als ouders steeds bijspringen of alles betalen, dan leren kinderen niet omgaan met een beperkt budget. Ook mogen kinderen tussen de 16 en de 18 van hun ouders nog niet internetbankieren, terwijl ze vanaf hun achttiende zelf financieel aansprakelijk zijn.

Het advies is dus: geef kinderen langzamerhand steeds meer verantwoordelijkheid, te beginnen met zakgeld vanaf 6 jaar en kleedgeld vanaf 12 jaar. Maak duidelijke afspraken wat je kind zelf betaalt en hou je daar aan. Laat ze gewoon zelf beslissen waar ze dat aan uit geven. Laat ze fouten maken, nu het nog veilig kan. Daar hebben ze later alleen maar profijt van.

Meer info, een test, een voorleesboek en een gratis telefoonnummer: www.nibud.nl.

zondag 1 november 2009

Wat zijn jouw wensspullen?


Als je veel spullen in huis hebt, dan is de kans groot dat daar wensspullen bij zitten. Wensspullen zijn spullen die horen bij een project of een activiteit die je graag zou willen doen. Vaak heb je ze al lang in huis, omdat het er maar niet van komt om het ook echt te gaan doen.

Typische wensspullen zijn fitnessapparaten, hobbyspullen en gereedschap. Vaak heb je er ook (te) veel van. Als je maar dat apparaat had, dan zou je wel gaan sporten. En als je maar eenmaal alles had om te gaan breien, schilderen, scrapboeken enz. dan zou je het wel gaan doen. Als je maar eenmaal het juiste gereedschap had dan zou je die vloer wel gaan leggen, dat kastje wel gaan maken.

In feite verwar je de activiteit met de spullen. Je denkt dat je het gaat doen als je de spullen maar hebt. In werkelijkheid is het natuurlijk andersom: als je iets graag wilt, dan doe je het gewoon, ook als je niet de perfecte apparaten hebt, als je niet alle kleuren verf, draad of papier hebt.

Maar je doet het maar niet en de spullen staan te verstoffen. Waarom? Het is iets waarvan je vindt dat je het ‘zou moeten’ doen, zoals sporten. Het is iets wat je jezelf ziet doen als je maar tijd zou hebben. Je ziet jezelf al knus zitten op een winteravond met je borduurwerk. Of het lijkt je handig om zelf te klussen, dat zou zo fijn zijn.

Bij dat alles vergeet je even dat het niks voor jou is om te handwerken of te klussen. Alleen sporten vind je erg saai en een keukenprins(es) ben je nooit geweest, je bent meer van de kant-en-klaar maaltijden.

Maar de wensspullen staan wel ergens symbool voor. Het is niet voor niks dat je ze gekocht hebt. Je wilt wel degelijk iets: je wilt vaker bewegen, je gezonder voelen, meer knusheid, je huis opknappen. Alleen deze spullen zijn daar duidelijk niet het goede middel voor. Dat blijkt wel uit het stof dat er op zit.

Bedenk dus welke wens je met die spullen wilde vervullen. Kijk dan of je op een andere manier die wens kunt vervullen. Bewegen kan ook door te wandelen of aan yoga te doen. Het is ook knus om samen een boek te lezen bij kaarslicht of uit eten te gaan. Je huis opknappen kun je ook laten doen door een handig familielid.

Val niet in dezelfde valkuil, koop geen nieuwe spullen, maar ga eerst iets uitproberen. Als het bevalt kun je altijd nog goede spullen kopen. Doe dus eerst voordat je koopt. Als je een goede manier vindt om je wens te vervullen, dan heb je al die ongebruikte spullen daar niet meer voor nodig. Dat ruimt lekker op.


Meer weten over handig kiezen? Kom naar de Themaworkhsop Van keuzestress naar keuzevrijheid op 26 november 2009. Meer informatie op www.opgeruimdorganizing.nl onder workshops.