donderdag 9 december 2010

Een voorschot op 2011


Ik merk de laatste weken dat ik stiekem al een beetje vooruit aan het kijken ben naar het nieuwe jaar. Misschien is dat omdat ik alweer heel wat workshops en lezingen gepland heb aan het begin van het jaar. Dan vraag je je vanzelf af wat je nog meer wilt doen. En mijn belangrijkste doelen voor dit jaar zijn gehaald, dat heb ik al eerder geschreven.

Natuurlijk geniet ik daar nog even van, dat ons boek is gepubliceerd daar geniet ik elke dag nog van, eigenlijk. Maar ook de andere zaken die ik gerealiseerd heb, komen in gedachten nog regelmatig voorbij. Omdat ze recent zijn, zoals de eerste teletraining of omdat ik er tevreden over ben, zoals workshops en netwerkactiviteiten. Ook praktische dingen geven me een goed gevoel, zo ben ik er bijvoorbeeld heel blij mee dat ik mijn boekhouding dit jaar eerder heb ingeleverd dan vorig jaar.

Maar ondertussen heb ik alweer heel veel plannen voor volgend jaar. Ik heb alvast een lijstje gemaakt, zoals ik dat eigenlijk elk jaar doe. Meestal doe ik dat wat later, maar nu heb ik dat lijstje dus al voor december.

En ik merk dat het me inspireert. Ik wil er alvast mee aan de slag. En dus heb ik alvast wat voorbereidende acties in de agenda gezet. Een brainstormgesprek, een kennismakingsgesprek, een cursus die ik wil volgen. Ik wil ook iets veranderen aan mijn sites en ik realiseer me nu dat ik dat misschien beter dit jaar nog kan doen, dat kan me volgend jaar flink wat geld schelen.

Zo neem ik alvast een voorschot op 2011. Ik zet een aantal acties alvast in de steigers, als het ware. En dat voelt goed. Alsof ik een voorsprong neem op het jaar. Natuurlijk hou je jezelf een beetje voor de gek en maakt het helemaal niet uit wanneer je al die dingen doet. Maar ik merk dat dit voor mij werkt, dat het me een lekker gevoel geeft en dat ik er actief van wordt. Dus wat maakt het dan uit, dat ik mezelf voor de gek hou? Het helpt me de winter door, want terwijl buiten de sneeuw valt, verwarm ik mezelf met nieuwe plannen.

woensdag 1 december 2010

De maand van de inspiratie


Doordat ik begin november even weg was naar een warme plek, heb ik een beetje het gevoel dat ik de herfst heb overgeslagen. En dat is nou net een favoriet seizoen van me met al die mooie kleuren. Maar toen ik terugkwam waren de bomen ineens kaal en was het winters koud. En daar word ik niet zo blij en energiek van.

Dus hoog tijd om de energie ergens anders vandaan te halen. Shoppen ligt natuurlijk voor de hand in deze tijd van het jaar. En ik moet bekennen dat ik dat ook wel een beetje gedaan heb. Ik heb voor mezelf een kerstpakketje gemaakt met een stapeltje boeken en dvd’s.

Maar de meeste inspiratie haal ik uit ervaringen. En dat geldt voor de meeste mensen. Spullen raak je snel aan gewend. De eerste weken ben je er helemaal blij mee, maar na een tijdje wordt het hoe dan ook gewoon. Zelfs aan die iPad raak je na een tijdje gewend.

Ervaringen daarentegen, blijven je altijd bij. Zeker als het dingen zijn die je niet zo vaak doet of zelfs helemaal voor het eerst doet. Die onthoud je en je kunt er steeds weer aan terug denken. Ik heb natuurlijk die vakantie om aan terug te denken. Dus de eerste stap is om de foto’s en de filmpjes te bekijken en om daar iets mee te doen.

Maar ik ben ook al een beetje vooruit aan het denken naar 2011, voor mijn bedrijf. En dus plan ik daarvoor ook alvast wat leuke activiteiten in december: een cursus die ik wil volgen, wat teletrainingen voor nieuwe inzichten. En ik ga voor mezelf ook wat dingen doen, gewoon omdat ik daar zin in heb. Naar het museum, een workshop mozaïek volgen. Niet omdat het nuttig is, maar omdat het leuk is.

Zo kijk ik uit naar een hele leuke decembermaand, gevuld met activiteiten die ik graag wil doen. Ik noem het de maand van de inspiratie. Toegegeven, dat heb ik niet zelf bedacht, fotografe Else Kramer bracht me op het idee.


Nou is december voor de meeste mensen al tamelijk druk,
maar niets weerhoudt je ervan om in januari de maand van de inspiratie te plannen. Dan kun je nu alvast voorpret hebben en nadenken over wat jou inspireert. En misschien wordt vanaf nu wel elke maand de maand van de inspiratie. Of zou dat dan ook weer wennen?

dinsdag 23 november 2010

Vier handige weetjes over tijd


Timemanagement geeft je allerlei tips om efficiënter met je tijd om te gaan, maar het is ook handig om een paar dingen te weten over tijd. Sommige daarvan zijn zelfs in een wet gegoten. Het zijn bepaalde eigenschappen van tijd of eigenlijk hoe wij met tijd omgaan. Handig om te weten:

1. Je hebt altijd minder tijd dan je denkt
Als je een afspraak maakt voor over 2 maanden en je kijkt in je agenda en ziet nog niets staan, dan is het heel moeilijk om je voor stellen hoe druk je het dan zult hebben. Je hebt zo te zien tijd genoeg. En dus denk je dat je best die taart kunt bakken, op kunt passen, een vergadering bijwonen en notulen uitwerken.

Als het zover is, dan zit je gegarandeerd helemaal vol met activiteiten. Toen je die afspraken maakte, was je even vergeten dat je ook nog je vaste sportavonden hebt en dat in die periode altijd extra activiteiten van je werk vallen. Dat stond nog niet in je agenda. Eigenlijk zijn wij mensen er helemaal niet zo goed in om vooraf in te schatten hoeveel tijd we eigenlijk hebben. Dat is één van de redenen dat je het altijd zo druk hebt: vooraf denk je dat het wel meevalt en daarom plan je vaak te veel.

Bedenk dus altijd vooraf hoeveel avonden per week je bijvoorbeeld beschikbaar hebt en plan niet te veel tegelijk. Je agenda lijkt nu leeg, maar dat is hij over 2 maanden zeker niet meer.

2. Alles duurt altijd langer dan je denkt
Dat is de Wet van Hofstadter.Zelfs als je rekening houdt met de Wet van Hofstadter dan duurt het nog langer dan je denkt. Reserveer daarom anderhalf keer zoveel tijd als je denkt nodig te hebben. Hou je tijd over: prima, tijd voor een pauze en een andere klus. Heb je tijd tekort dan veroorzaakt dat stress. Dit kun je op alles toepassen: taken, projecten, voorbereiding op een vergadering of je vakantie, maar ook op reistijd, mails checken of typen en vooral internetten. Heel misschien geldt het niet voor taken die je vaak doet, zoals eten koken. Als je al heel vaak boerenkool hebt gemaakt, dan weet je wel hoe lang het duurt. Gewoontes vallen er ook buiten en maken dus je planning gemakkelijker.

3. Er zijn altijd ad hoc klussen en activiteiten die tussendoor komen
Je weet natuurlijk niet precies wat het is, anders kon je het wel inplannen. Maar je weet zeker dat er altijd iets gebeurd: je kind valt met de fiets, je afspraak gaat niet of je krijgt opeens een grote opdracht, je moeder belt. Het kan van alles zijn. Hou daar rekening mee in je planning.

Reserveer bijvoorbeeld 40 procent van je tijd voor onverwachte acties. Die 40 procent plan je dus niet vol. Hou een tijdje bij welk deel van je tijd je voor onverwachte dingen gebruikt. Dat verschilt per persoon, soms is het misschien 20 procent, maar het kan ook 100 procent zijn. En soms heb je opeens een rustige dag en gebeurt er niks, kun je lekker werken aan al die actiepunten waar je nooit aan toe komt.

4. Werk duurt net zolang als er tijd voor beschikbaar is
Dit heeft meneer Parkinson bedacht en daarom heet het de wet van Parkinson. Misschien heb je ook wel eens heel veel tijd voor een klus. Gegarandeerd dat die klus dan ook zoveel tijd kost. Maar als je heel snel iets moet leveren, dan lukt het vaak ook nog. Je kunt dus iets op een snelle manier en een uitgebreide manier doen.

Natuurlijk is het fijn als je nog eens een tweede keer naar een tekst of een plan kunt kijken. Maar het wordt meestal niet veel beter als je er een derde en een vierde keer naar kijkt. Zorg dus dat je genoeg tijd hebt, maar geef jezelf niet teveel tijd om een klus uit te voeren. Het helpt als je tijd afbakent in plaats van taken, reserveer een bepaalde tijd voor een klus, in die tijd moet het af.

vrijdag 15 oktober 2010

In 5 stappen naar een opgeruimde keuken


De keuken is een belangrijke plek in je huis. In zekere zin is het zelfs het centrum van je huis. Want het is de plek waar je voedsel klaarmaakt om jezelf en je gezin te voeden.

Klaarmaken van eten kan ook je geest voeden: als je groente snijdt kun je dat zien als een soort meditatie, je hoeft even aan niets te denken, behalve aan het snijden zelf, anders gaat het mis. En ook afwassen kan heerlijk zijn, een prima manier om even bij te praten met je partner of kind. En ook als je het alleen doet, dan kun je even de dag de revue laten passeren en daarna weer ontspannen aan je avond beginnen.

En een opgeruimde keuken helpt je om gezonder te eten. Als je keuken een rommeltje is en je kunt nergens bij, dan ga je niet zo snel koken en grijp je misschien eerder naar een kant en klaar maaltijd of ga je buiten de deur eten. Je bent al moe als je thuis komt en als je dan eerst nog eens de vuile vaat moet wegwerken, dan nodigt dat niet uit om te gaan koken.

Alle reden dus om je keuken ruim en overzichtelijk te houden. Met de volgende vijf stappen kom je al een heel eind:

1. Maak je aanrecht zo leeg mogelijk
Je aanrecht is je voornaamste werkplek in je keuken. Als dat volstaat met overbodige spullen, dan kun je al niet makkelijk starten met koken. Zorg dus dat er maar een paar spullen opstaan en dat spullen zijn die in de keuken horen en die je vaak gebruikt. Denk aan bijvoorbeeld een koffiezetapparaat, een broodrooster, een messenblok en een kan met houten lepels. Kijk wat voor jou handig is om direct bij de hand te hebben. Als je geen koffie drinkt, dan haal je je koffiezetapparaat alleen tevoorschijn als je bezoek krijgt. Als je sporadisch brood roostert, dan staat je broodrooster in de kast.

2. Houd je aanrecht schoon en leeg
Als je iets gebruikt hebt en het is vuil, dan zet je het op het aanrecht, logisch. Maar zorg dat dit niet teveel wordt en in de weg gaat staan. Zorg dus tenminste een keer per dag dat alle vuile spullen worden schoongemaakt en weggezet. Als je een afwasmachine hebt, dan kun je vuile spullen daar meteen in zetten. Zorg dan dat daar ook plaats voor is: ruim schone vaat uit de afwasmachine en zet het weg. Zo kun je nieuwe vuile spullen meteen weer kwijt.

3. Doe ongebruikte spullen weg
Deze tip kun je uiteraard in je hele huis toepassen, maar de keuken is echt zo’n plek waar zich apparaten verzamelen die je nooit gebruikt. En als je ze nooit gebruikt, zijn ze overbodig. Ook als je denkt dat je graag brood wilt bakken of zelf pasta wilt maken, als je het in de praktijk nooit doet dan staan die broodbakmachine en die pastamaker alleen maar ruimte in te nemen. En die ruimte kun je wel beter gebruiken.

Hetzelfde geldt voor die mooie glazen die je nooit gebruikt: neem ze in gebruik of doe ze weg. En ook al het servies waar een schilfertje af is. Waarschijnlijk heb je meer dan genoeg bekers, kopjes en borden. Dus gebruik alleen de hele en doe alles wat kapot is weg.

4. Doe overbodige ingrediënten weg
Je kent het wel (ik wel in elk geval): je maakt een keer een recept en daarvoor koop je een ingrediënt wat je verder nooit gebruikt, bijvoorbeeld kruiden. Het recept maak je vervolgens nooit meer en het potje kruiden staat weg te kwijnen in je kast. Of je krijgt een kerstpakket en je denkt: oh, leuk dat ga ik een keer maken. Vervolgens komt het er nooit van. Al die dingen worden er niet lekkerder op, dus loop je keuken door op ongebruikte ingrediënten. Als ze nog goed zijn, kun je ze eventueel doneren aan een vriend(in) of familielid. Maar misschien is het beter om ze maar meteen weg te doen. En dat geldt zeker voor spullen die over de datum zijn.

5. Kook uit voorraad
Veel mensen weten niet eens precies wat ze in voorraad hebben. En vaak is dat veel te veel: 8 pakken pasta, 6 potten bonen, heel veel sauzen en genoeg hagelslag om een heel weeshuis te voorzien. Kijk voordat je boodschappen doet eens wat je in voorraad hebt en welke maaltijden je daarmee kunt samenstellen. Maak er een sport van om zo min mogelijk te kopen en toch elke dag een andere maaltijd te serveren. Vergeet ook niet om in je vriezer te kijken.

Natuurlijk is het handig om wat spullen in voorraad te hebben, maar dat hoeft echt niet zoveel te zijn. Winkels bevoorraden ook pas als het nodig is, omdat voorraad geld kost. In jouw geval is het ruimte die wordt ingenomen, waar je misschien iets anders mee kunt doen. De vuistregel die je kunt aanhouden voor je etensvoorraad is: één in gebruik en één in voorraad. Als je je voorraad aanspreekt, zet je het op je boodschappenlijst en vul je je voorraad aan. Zo kom je nooit zonder te zitten.

dinsdag 5 oktober 2010

Jouw beste moment


Soms ruim je fluitend op. Soms valt alles je zwaar en komt er niets uit je handen. Dat heeft alles te maken met het moment van de dag en de week. Het ene moment is beter geschikt om op te ruimen dan het andere. Dat kun je vaak vooraf al bepalen.

Iedereen heeft een bepaald ritme in de dag en het is handig als je daarvan gebruik maakt. Het meeste duidelijke verschil is dat tussen ochtend- en avondmensen: bij de eerste hoef je na vier uur ’s middags niet meer aan te komen, de tweede wordt dan net een beetje wakker. Niet iedereen heeft zo’n uitgesproken voorkeur.

De meeste mensen zijn zo tussen tien uur ’s ochtends en één uur ’s middags het meest productief. Ik hoor daar zelf ook bij. Dan doe ik meestal klussen waarbij ik na moet denken: columns schrijven, nieuwe producten bedenken en dergelijke. Folders printen of boeken in enveloppen stoppen, daar heb ik minder concentratie bij nodig, dus dat kan ook later op de dag. Toen ik nog op kantoor zat, probeerde ik vaak bijeenkomsten na de lunch te plannen: als je met anderen praat, val je minder snel in een dip.

Ook als je gaat opruimen en organiseren is het handig om rekening te houden met je ritme. Je kunt het beste gaan opruimen als:

- Je veel energie hebt en in een goed humeur bent
Dat is het goede moment om aan bijvoorbeeld je administratie te beginnen. Je kunt nu dingen aan, waar je normaal tegenop ziet. Ik heb dit zelf bijvoorbeeld als het net lente wordt, dan barst ik van de energie. Pas wel op dat je niet zo lang doorgaat dat je goede humeur helemaal weg is.

- Je in een dipje zit
Dat lijkt in tegenspraak met de vorige tip, maar dat is het niet. Je moet alleen een ander soort opruimklussen aanpakken. Begin nu niet aan de administratie, maar doe iets waarbij je in beweging moet komen: haal een plank met boeken leeg, vouw al je wasgoed op, breng spullen naar een tweedehands winkel. Beweging is de beste remedie tegen een dip (veel beter dan suiker). En dan kun je dat net zo goed met een opruimklus combineren.

- Je gefrustreerd bent
Als je ergens van baalt of gefrustreerd over bent, dan heb je overtollige energie. Je kunt die gebruiken om tegen je vriend(in) tekeer te gaan, maar je kunt die energie ook voor iets nuttigs inzetten: het hele huis stofzuigen, de schuur uitruimen, die hele rommelkamer uitmesten. Bijkomend voordeel is dat je beslissingen in deze stemming meestal net iets radicaler zijn dan anders. Goeie kans dat je ook makkelijker dingen wegdoet dan anders.

- Je ‘een bevlieging’ hebt
Soms heb je van die momenten, dat je er ineens helemaal niet meer tegen kunt, dat je schoon genoeg hebt van al die bende! Je moet gewoon aan de slag, omdat je er niet meer tegen kunt. Maak maximaal gebruik van die stemming. Voor je het weet heb je een hele kamer opgeruimd of een auto vol spullen naar de kringloop gebracht.

Natuurlijk zijn er ook momenten dat je juist beter niet aan de slag kunt gaan: als je boos of verdrietig bent, dan neem je geen goeie beslissingen, dus ga dan liever buiten wandelen of rennen. En ook als je echt moe bent en niet alleen een dipje hebt, dan kun je beter niet gaan opruimen. Als je echt moe bent, kun je beter gaan slapen.

Als je dus wilt gaan opruimen, let dan goed op je energieniveau en pas je activiteiten daarop aan. Dat maakt het weer een beetje makkelijker.

woensdag 15 september 2010

Je belangrijkste gewoonte voor een opgeruimd leven


Goede gewoontes helpen je om je opgeruimder te voelen. Eén van de beste gewoontes die je kunt hebben is menuplanning. Menuplanning betekent dat je vooraf bedenkt wat je gaat eten. niet voor één dag, maar voor meerdere dagen vooruit. Dat betekent ook dat je een boodschappenlijstje maakt, zodat je de ingrediënten in huis hebt om je planning uit te voeren.

Veel mensen halen dagelijks of hooguit voor twee dagen eten in huis en bepalen pas in de supermarkt wat ze gaan koken. Er zijn meerdere redenen waarom dat minder handig is:

1. Het kost veel tijd, omdat je minstens drie keer per week naar de supermarkt gaat.

2. Het kost geld omdat je vaak niet precies weet wat je in voorraad hebt als je in de supermarkt staat. Daardoor koop je te veel. Bovendien geldt: hoe vaker je in de supermarkt komt, hoe meer je uitgeeft. Je ziet namelijk altijd wel een aanbieding of iets wat je handig lijkt om in voorraad te hebben. Als je vlak voor het eten gaat winkelen is het risico op extra aankopen helemaal groot, omdat je dan al trek hebt.

3. Het maakt je onrustig en kost veel energie, omdat je bijna dagelijks moet nadenken over wat je nu weer moet eten. Je denkt er aan als je op je werk zit, misschien bel of mail je erover met je partner.

Als je dit verandert, geeft je dat veel rust en energie die je voor andere dingen kunt inzetten.

De eerste stap naar een menuplanning is een lijstje met menu's. Ga er eens rustig voor zitten en bedenk wat je vaak eet. Als je een partner en kinderen hebt, laat die dan meedenken. Bedenk ook wat je vroeger altijd lekker vond of kijk eens rond op internet voor inspiratie. Het is niet de bedoeling dat je ingewikkelde recepten verzameld, maar juist maaltijden die je eenvoudig kunt maken: aardappelen met groente, pasta, rijst, enzovoort. Als je een overzichtje hebt gemaakt, hang dat dan ergens op.

Als tweede stap bepaal je twee momenten in de week, waarop het handig is om boodschappen te doen, door jou of je partner. In het ideale geval heb je een moment waarop je zoveel mogelijk de weekboodschappen doet en een moment waarop je nog wat verse ingrediënten haalt voor de dagen die overblijven. Maak hier zoveel mogelijk een vaste gewoonte van op vaste momenten. Verander die momenten alleen als het echt niet anders kan.

Nu ga je bepalen wat je de komende week gaat eten. De hele week. Hou rekening met de dagen dat je laat klaar bent met werken of dat je juist vroeg weg moet om te sporten of voor een vergadering. En je houdt natuurlijk ook rekening met de activiteiten van de overige gezinsleden. Het is handig om daar wekelijks even voor te gaan zitten, zodat je van elkaar weet waar iedereen wanneer uithangt. Misschien heb je al zo'n wekelijks agendaoverleg. Zo niet, dan is het handig om dat in te voeren.

Pas je maaltijden aan op jullie agenda's: lekker snel als er weinig tijd is om te koken en misschien meer verse spullen als je wat meer tijd hebt. Je maaltijdlijst geeft je inspiratie als je het even niet meer weet.

Je weet nu wat je gaat eten, dus kun je ook bepalen wat je daarvoor nodig hebt. Bepaal voor elke maaltijd wat je aan ingrediënten nodig hebt. Kijk eerst wat je nog in huis hebt en maak dan je boodschappenlijstje voor wat je nog nodig hebt. Als je het mist om af en toe spontaan te beslissen wat je gaat eten, kun je altijd na een tijdje kijken of je kunt schuiven met maaltijden of zelfs ingrediënten, dan kun je tijdens de week nog wat wijzigingen aanbrengen. Je kunt ook bewust een dag in de week niet plannen en gewoon maar zien wat je doet.

Het belangrijkste is dat je jezelf de gewoonte aanleert om vooraf na te denken wat je gaat eten en wat je daarvoor nodig hebt. Binnen dat kader kun je na een tijdje vanzelf weer wat flexibiliteit aanbrengen. Maar dat kan alleen als je eerst gewend bent aan het plannen van je maaltijden en je boodschappen.

Klaar, nu weet je voor de hele week wat je gaat eten. Omdat je ook precies weet wanneer je boodschappen doet, hoef je verder nergens meer over na te denken. Dat scheelt enorm.

woensdag 8 september 2010

Ontdek je emotionele lijm


In het boek Opgeruimd leven in je huis gaat het er om dat je ontdekt wat bij je past: welke spullen, welke opruimmethode het beste bij jou past op dit moment. Op dit moment betekent dat je als eerste stap spullen uit het verleden loslaat die nu niet meer bij je horen. Bij een ander opruimen is meestal veel makkelijker. Omdat je bij spullen van een ander geen emoties hebt, kun je veel beter zien wat wel en niet handig en leuk is om te bewaren.

Emotionele lijm is iets wat iedereen heeft. Het is dus ook niet slecht. Maar het gaat allemaal om het evenwicht tussen spullen met goede herinneringen, die je wilt bewaren en spullen die minder belangrijk voor je zijn en die je dus weg kunt doen.

Ter illustratie vertel ik iets over mijn eigen emotionele lijm. Ik bewaar bijvoorbeeld een knikkerzak. Niet echt een fraai of waardevol ding, hij is grijs en van hele saaie stof. Maar deze knikkerzak is gemaakt door mijn opa, die kleermaker was. Het ding is onverwoestbaar, ik heb ‘m al bijna veertig jaar. En ik zal ‘m ook nooit wegdoen, ik vind het een leuke, fijne herinnering aan mijn opa. Hij hangt momenteel in mijn werkkamer aan een kast, vastgeplakt, zou je kunnen zeggen met positieve emotionele lijm. Niks mis mee.

Net als mijn beer, die al vanaf mijn geboorte van mij is. Ook die heeft een mooi plekje, waar ik ‘m regelmatig zie, als herinnering aan mijn kindertijd. Het is fijn om zo nu en dan terug te denken aan het verleden en deze voorwerpen helpen me om er even bij stil te staan. Net als een paar fotoboeken die ik heb. Veel heb ik niet nodig om een hele reeks aan herinneringen op te roepen.

Anders is het met spullen die ik gewoon nooit meer gebruik. Laatst kwam ik mijn oude, analoge fotocamera tegen, die lag nog ergens in een doos, keurig met het hoesje erbij. Tja, het is mijn allereerste fotocamera en ik heb er leuke vakanties mee beleefd. Maar het is wel zeker dat ik ‘m nooit meer ga gebruiken. Waarschijnlijk zijn er niet eens meer filmpjes voor te krijgen. De foto’s die ik ermee gemaakt heb, zijn er nog en daar gaat het om. De camera zelf gaat weg, ik breng ‘m naar een fotowinkel, zodat hij hopelijk gerecycled kan worden. Die is niet zo moeilijk.

Lastiger wordt het met het beeldje dat op de foto staat. Toen ik jonger was had ik veel meer frutsels op mijn kamer staan en dit beeldje paste daar bij. Ik heb het gekregen van een goede vriend en het herinnert me aan een bepaalde periode in mijn leven. Daar zitten veel goede herinneringen en een paar minder goede aan.

Ik kijk dus met wat gemengde gevoelens naar dit beeldje. Voor die goede herinneringen heb ik ook nog een hoop andere spullen, dus daar hoef ik dit niet voor te bewaren. Dit is echte emotionele lijm: ik zou het eigenlijk weg moeten doen, maar ik vind het toch lastig. En zeg nou zelf, het is een schattig beeldje. Maar ik doe het toch weg, want het past nu niet meer bij mij. En de periode waar het bij hoort is inmiddels afgesloten.

Om het te fotograferen, haalde ik het beeldje van z’n plaats en ik merkte meteen dat dat het makkelijker maakte om er afstand van te doen. Alleen doordat ik het naar een andere kamer verplaatste, maakte ik letterlijk de afstand groter tussen mij en het beeldje. Daardoor kan ik het nu wegdoen. En als ik er toch even aan terug wil denken, dan heb ik altijd nog de foto.

Alle foto's bij dit blog vind je op mijn site onder actueel.

Meer over het boek Opgeruimd leven in je huis kun je lezen op www.opgeruimdleven.nu.