
Goede gewoontes helpen je om je opgeruimder te voelen. Eén van de beste gewoontes die je kunt hebben is menuplanning. Menuplanning betekent dat je vooraf bedenkt wat je gaat eten. niet voor één dag, maar voor meerdere dagen vooruit. Dat betekent ook dat je een boodschappenlijstje maakt, zodat je de ingrediënten in huis hebt om je planning uit te voeren.
Veel mensen halen dagelijks of hooguit voor twee dagen eten in huis en bepalen pas in de supermarkt wat ze gaan koken. Er zijn meerdere redenen waarom dat minder handig is:
1. Het kost veel tijd, omdat je minstens drie keer per week naar de supermarkt gaat.
2. Het kost geld omdat je vaak niet precies weet wat je in voorraad hebt als je in de supermarkt staat. Daardoor koop je te veel. Bovendien geldt: hoe vaker je in de supermarkt komt, hoe meer je uitgeeft. Je ziet namelijk altijd wel een aanbieding of iets wat je handig lijkt om in voorraad te hebben. Als je vlak voor het eten gaat winkelen is het risico op extra aankopen helemaal groot, omdat je dan al trek hebt.
3. Het maakt je onrustig en kost veel energie, omdat je bijna dagelijks moet nadenken over wat je nu weer moet eten. Je denkt er aan als je op je werk zit, misschien bel of mail je erover met je partner.
Als je dit verandert, geeft je dat veel rust en energie die je voor andere dingen kunt inzetten.
De eerste stap naar een menuplanning is een lijstje met menu's. Ga er eens rustig voor zitten en bedenk wat je vaak eet. Als je een partner en kinderen hebt, laat die dan meedenken. Bedenk ook wat je vroeger altijd lekker vond of kijk eens rond op internet voor inspiratie. Het is niet de bedoeling dat je ingewikkelde recepten verzameld, maar juist maaltijden die je eenvoudig kunt maken: aardappelen met groente, pasta, rijst, enzovoort. Als je een overzichtje hebt gemaakt, hang dat dan ergens op.
Als tweede stap bepaal je twee momenten in de week, waarop het handig is om boodschappen te doen, door jou of je partner. In het ideale geval heb je een moment waarop je zoveel mogelijk de weekboodschappen doet en een moment waarop je nog wat verse ingrediënten haalt voor de dagen die overblijven. Maak hier zoveel mogelijk een vaste gewoonte van op vaste momenten. Verander die momenten alleen als het echt niet anders kan.
Nu ga je bepalen wat je de komende week gaat eten. De hele week. Hou rekening met de dagen dat je laat klaar bent met werken of dat je juist vroeg weg moet om te sporten of voor een vergadering. En je houdt natuurlijk ook rekening met de activiteiten van de overige gezinsleden. Het is handig om daar wekelijks even voor te gaan zitten, zodat je van elkaar weet waar iedereen wanneer uithangt. Misschien heb je al zo'n wekelijks agendaoverleg. Zo niet, dan is het handig om dat in te voeren.
Pas je maaltijden aan op jullie agenda's: lekker snel als er weinig tijd is om te koken en misschien meer verse spullen als je wat meer tijd hebt. Je maaltijdlijst geeft je inspiratie als je het even niet meer weet.
Je weet nu wat je gaat eten, dus kun je ook bepalen wat je daarvoor nodig hebt. Bepaal voor elke maaltijd wat je aan ingrediënten nodig hebt. Kijk eerst wat je nog in huis hebt en maak dan je boodschappenlijstje voor wat je nog nodig hebt. Als je het mist om af en toe spontaan te beslissen wat je gaat eten, kun je altijd na een tijdje kijken of je kunt schuiven met maaltijden of zelfs ingrediënten, dan kun je tijdens de week nog wat wijzigingen aanbrengen. Je kunt ook bewust een dag in de week niet plannen en gewoon maar zien wat je doet.
Het belangrijkste is dat je jezelf de gewoonte aanleert om vooraf na te denken wat je gaat eten en wat je daarvoor nodig hebt. Binnen dat kader kun je na een tijdje vanzelf weer wat flexibiliteit aanbrengen. Maar dat kan alleen als je eerst gewend bent aan het plannen van je maaltijden en je boodschappen.
Klaar, nu weet je voor de hele week wat je gaat eten. Omdat je ook precies weet wanneer je boodschappen doet, hoef je verder nergens meer over na te denken. Dat scheelt enorm.